24 Augustus.

O, wat een dag hebben wij gisteren doorgebracht! Nimmer zal ik dien

23en Augustus vergeten. Als wij van China niets meer zien en hooren,

dan 't geen wij gisteren beleefden, dan nog hebben wij meer gezien

en een dieperen blik kunnen slaan in het leven der Chineezen en in

de idealen van Jong China dan menig toerist, die hier weken lang

vertoeft. Het was een zeer vermoeiende dag, maar voor niets zou ik

hem uit mijn leven willen missen.

Doch ik zal trachten er veel van te vertellen. Reeds om half acht

zaten wij 's morgens weder in onze draagstoelen en gelastten onzen

begeleider, om ons successievelijk te brengen naar tempels, pagoden,

oude poorten, gevangenis en verschillende plaatsen waar een bijzonder

voor Canton kenmerkende industrie wordt uitgeoefend. Wij hadden een

lijstje gemaakt van de dingen, die wij wilden zien en lieten het aan

den gids over in welke volgorde wij dat alles zouden bezoeken. Over

dit alles zal ik in een anderen brief uitweiden, want de middag was

veel interessanter en daarover moet ik eerst mijn hart luchten.

Om twaalf uur waren wij in het hotel terug, aten toen in haast een

koude lunch, om vooral op tijd aan het Assembly-gebouw te zijn,

waarvan wij ruim een half uur verwijderd waren. Het gebouw waar de

raadszittingen gehouden worden is even buiten de oude stad gelegen,

waar men thans is begonnen een nieuwe en nieuwerwetsche stad te

bouwen. Het is een volkomen cirkelvormig, uit grijs zandsteen

bestaand, gebouw, zeer eenvoudig en doelmatig ingericht. De hall,

waarin de vergaderingen gehouden worden, is als in een circus, en

daarboven loopt rondom een galerij voor 't publiek, waarvan men van

elke plaats alles wat in de Hall gesproken en gedaan wordt, evengoed

kan hooren en zien. Thans zijn nog alle ingangen sterk met soldaten

bezet en niemand krijgt toegang tot de galerij, die niet deugdelijke

identiteitsbewijzen bezit. Wij waren om kwart voor één daar, gaven

aan de poort het introduceerend schrijven voor den president van den

Raad af en wachtten. Na een oogenblik kwam iemand ons halen en bracht

ons bij den voorzitter. Hij sprak zeer slecht Engelsch, zoodat wij

geen geregeld gesprek met hem konden voeren, hij had het bovendien

zeer druk en kon niets meer voor ons doen dan de reeds aanwezige

dames-leden te roepen en die aan ons voor te stellen.

Daar stonden wij nu, tusschen deze parlementsleden, de een uit

Amerika, de ander uit Holland, beiden tot voorheen trotsch op onze

natie en nu beschaamd over de kleinzieligheid, bekrompenheid van

geest, achterlijkheid, en nog zooveel meer van ons volk, dat nog

steeds de vrouwen laat strijden voor een haar toekomend recht en in

plaats van haar energie, werkkracht, inzicht en tijd te gebruiken,

in het directe belang van het volk, laat men die liever ongebruikt

of geheel verspillen in den strijd voor dat recht. Hier in China had

men een breeder inzicht in landsbelangen. Deze vrouwtjes strekten ons

tot voorbeeld! Zes leden spraken wij, doch geen harer kende genoeg

van een vreemde taal, om er een geregeld gesprek in te voeren. Onze

gids diende tot tolk.

Een van de zes, die het meest tot mijn hart sprak, wil ik het eerst

beschrijven. Zij was 52 jaar oud, doch haar mager, gerimpeld gezichtje

deed een veel hooger leeftijd vermoeden. Zij was weduwe en moeder van

vijf kinderen. Twee zoons waren getrouwd en een had zij nog thuis. Hare

beide dochters waren studenten in Japan, de een studeerde voor doctor

in de medicijnen, de ander in de philosophie. Als zij in Japan haar

diploma gehaald zullen hebben, is zij van plan hen nog voor twee

jaar naar Amerika te zenden ter voltooiing van de studie en om goed

Engelsch te leeren. O, zij betreurde het zoo, niet regelrecht tot

ons te kunnen spreken, zij had ons zooveel te vragen en zooveel te

vertellen. Het kleine, tengere vrouwtje--zij reikte niet hooger dan

mijn schouders--dribbelde op haar mismaakte klompvoetjes zoo grappig

voort, uit hare oogen straalde echter zooveel energie, wilskracht en

verstand, dat ik mij niets verbaasde, toen ik vernam, dat zij een

vurige spreekster in meetings was en prachtige courantenartikelen

schreef. Zij had voor hare kinderen den kost verdiend in een

handelszaak, die nu door een harer zonen beheerd wordt. Het was een

vrouwtje, zooals wij wenschen, dat alle volkeren er vele bezitten,

of zooals mrs. Catt zegt: "One, that belongs to us".

Dan was er een heel jong ding, zij leek waarlijk een kind van 12

à 14 jaar, maar zij was reeds 25 jaar. Een jong, vurig strijdster

voor menschenrecht. Zij heeft ook in Japan gestudeerd, was juist

benoemd tot leerares aan een groote meisjesschool, toen de revolutie

uitbrak, waaraan zij van den aanvang af een groot werkzaam aandeel

nam. Zij is nu lid van den Raad en geeft haar tijd, die over is, voor

administratieve werkzaamheden ten behoeve van de politieke partij,

waartoe zij behoort. Haar voetjes waren niet zoo misvormd, geen

klompjesvoetjes, maar toch zoo klein als van een kind van 6 tot 8 jaar.

Twee dames waren echtgenooten van groote kooplieden in de stad,

Zij waren, zooals men ons verzekerde, goede spreeksters en ware

feministen. Zij vertelden ons, dat hunne respectieve echtgenooten

zeer conservatief zijn en haar publiek optreden en haar lidmaatschap

van den Raad ongaarne zien, daarom hadden zij beiden haar meisjesnaam

weder aangenomen en waren daardoor in het publiek alleen onder dien

naam bekend. De mannen konden zoodoende haar optreden niet beletten.

De twee laatsten waren beide onderwijzeressen. Een er van was getrouwd;

op onze vraag of haar man het lidmaatschap goedkeurde, begon zij

te lachen en antwoordde alleen, dat haar man haar als onderwijzeres

getrouwd had en dus wist, dat zij een publieke persoonlijkheid was.

Onderwijl was de raadszitting begonnen, de dames moesten naar binnen

en wij togen naar de galerij. Men had voor ons ieder een stoel in

het midden van het gebouw neergezet. Op de galerij bevonden zich vele

Chineesche toehoorders en toehoorderessen.

Welk een gezicht! Een oogenblik moesten wij lachen, niet realiseerende,

dat wij ons in een Chineesche raadszitting bevonden. Het zag er voor

onze westersche oogen zoo vreemd uit. Al die mannen, slechts zeer

enkelen waren in Europeesche kleeding, zagen er uit alsof zij 's

morgens bij 't maken van hun toilet zeer in den aanvang overvallen

waren. Hun zwarte of gekleurde lage hakkelooze zijden schoenen

geleken op pantoffels. De witte of lichtgrijze broek is precies als

onze heeren de onderbroeken dragen en witte sokken. Over dat hing een

lange witte of grijze nachtjapon; geen overdrijving: hij is precies

van hetzelfde maaksel. De dames waren daarentegen allen in een zwart

of donkergrijze lange broek gekleed, met daarover heen een nog niet

tot de knieën reikend jasje. Als zij met gekruiste beenen zaten, kwamen

hare beenen tot boven toe te zien, de mannenbeenen bleven steeds zedig

onder het lange hemd verborgen. Telkens als de voorzitter, die met

zijn secretaris op eene twee treden hooge tribune zat, even opstond,

was het alsof wij een man pas uit zijn bed zagen komen.

Alle heeren zaten met een Chineeschen waaier, dat is een geheel uit

veeren gemaakt en soms zeer kostbaar ding, onophoudelijk zich zelf

wat koelte toe te wuiven, de dames hadden ook wel een waaier, maar

werkten er niet zoo onophoudelijk mee. En aan enkele heerenarmen

zagen wij een fijne bracelet, de vrouwtjes droegen manchetten.

Men vertelde ons, dat in den Raad de geldkwestie van de provincie

Canton geregeld werd en dien middag de zouthandel, een groote bron van

inkomen, besproken werd. Zeer bezadigd en kalm spraken de verschillende

woordvoerders, wij konden natuurlijk niet verstaan wat zij zeiden,

doch de korte inhoud werd ons even verklaard; slechts een enkele

humoristische spreker bracht nu en dan een beetje vroolijkheid aan,

alle andere namen hun taak ernstig op. Met zitten en opstaan werd

over elk voorstel gestemd.

Van de 120 leden waren dien middag 97 aanwezig en van dezen kregen wij

den indruk, dat China of althans de provincie Canton, op dit oogenblik

door jong China geregeerd wordt. De meeste der daar aanwezige mannen

en vrouwen waren tusschen de 25 en 35 jaar oud, weinig waren van 40

tot 55 jaar, daarboven niet eene, daarentegen waren er verschillende

jonge mannen, waarvan wij vernamen, dat zij pas 20 of 21 jaar

oud waren. Verreweg het grootste deel van dit bestuur bestaat uit

gestudeerde jonge mannen en vrouwen, de intellectuals van het land,

slechts eenige zijn handelslieden.

Tot drie uur bleven wij de zitting bijwonen, van het begin tot het

eind geboeid door alles wat wij daar zagen en hoorden.

Ik weet niet of men in Holland weet hoe de toestanden hier op dit

oogenblik zijn. Sedert ik op reis ben heb ik geen Hollandsche courant

en slechts bij hooge uitzondering een Engelsch blad gelezen, het

zou dus wel eens kunnen gebeuren, dat ik over toestanden en dingen

schrijf, die men in Holland reeds weet, maar het komt mij voor, dat

ik beter doe, alles wat ik hier hoor en zie te vermelden, op gevaar

af dan, dat de lezers het voor den tweeden keer vernemen, dan dat ik

ze onvermeld laat.

Nadat wij de vergaderzaal hadden verlaten, begaven wij ons naar

den heer Tze Ying Pak, waarnemend voorzitter van de Tung Ming

Hui. Wij troffen dien heer in het clubgebouw, omgeven door zijne

zes secretarissen, waarvan twee dames zijn. Onophoudelijk kwamen er

heeren inloopen, waarvan velen Engelsch spraken. Ook Tze Ying Pak sprak

Engelsch en was op onze komst voorbereid. Hij is ongeveer 40 jaar oud,

al de jongere lui noemden hem mr. Chair, een verkorting van Chairman.

Hij begon met ons uit te noodigen voor het verdere van den dag zijne

gasten te zijn, onze gids en draagstoelen weg te zenden en verder op

hem te vertrouwen. Wij namen volgaarne die uitnoodiging aan. Hij was

zoo'n aardige, goedige dikzak, die onmiddellijk onze sympathie en ons

vertrouwen won. Na met hem het clubgebouw doorgewandeld te hebben,

zetten wij ons op het groote balcon met uitzicht op de prachtige

rivier, waar zich gaandeweg verschillende jonge mannen en vrouwen,

allen leden van de vereeniging, bij ons voegden. Elk die plaats nam,

ontving, evenals wij, dadelijk een kop groene thee voor zich. Die

thee wordt in porseleinen kommetjes met dekseltjes rondgediend, dat

is te zeggen, een lepeltje theebladen wordt in het kommetje gedaan

en daarop wordt kokend water gegoten. Verder ontvangt ieder een heel

klein leeg kopje. Als men wat wil drinken, dan giet men een beetje

thee uit het kommetje in het kopje en dat drinkt men zonder suiker

of melk. Als men eenige keeren gedronken heeft, dan vult een bediende

het kommetje opnieuw met water.

De jongelui toonden ons eene teekening voor een groot monument,

dat men bezig is op te richten aan de overzijde van de rivier, vlak

tegenover het clubgebouw, ter herinnering aan de 72 mannen, leden van

Tung Ming Hui, die het vorig jaar in de revolutie gesneuveld zijn. Voor

dit monument heeft elk lid der vereeniging naar vermogen bijgedragen.

Al deze heeren waren met het grootste optimisme omtrent den stand van

zaken bezield, elk onzer bezwaren trachtten zij op de luchthartigste

wijze te ontzenuwen. Zij spraken met ons over alle hervormingen die

zij tot stand willen brengen en vertelden ons, dat zij in alles Amerika

tot voorbeeld nemen. Er was in elke stad, waar hunne vereeniging eene

afdeeling heeft, een studieclub opgericht, waar, onder goede leiding,

studie wordt gemaakt van den regeeringsvorm in de Vereenigde Staten

en van de wetten en instellingen der meest geavanceerde staten aldaar.

Wij vernamen van hen, dat het plan, om de regeering naar Nanking

over te brengen, geheel is opgegeven, omdat men moeilijkheden

met de groote mogendheden vreest, die in Peking allen hun kostbare

regeeringsbureaux bezitten. Al deze jonge menschen hebben hunne studie

en positie voorloopig opgegeven om zich geheel te kunnen wijden

aan de werkzaamheden ter opbouwing van den nieuwen staat. Als het

inderdaad mag gelukken de republiek staande te houden, van China te

maken een modernen staat, dan zal dit te danken zijn aan de opoffering

en toewijding, aan den frisschen geest en het jeugdig optimisme van

de jonge mannen en vrouwen van het hedendaagsche China. Deze jonge

mannen wilden ons volstrekt overhalen ons verblijf in Canton met

3 of 4 dagen te verlengen, dan wilden zij eene vergadering bijeen

roepen, waar wij met behulp van een tolk, zouden kunnen spreken en

een vereeniging van vrouwen stichten. Wij hebben evenwel alles voor

onzen verderen tocht reeds geregeld en meenden bovendien, dat na ons

gesprek de duistere punten per brief kunnen worden opgehelderd.

Om half-zes begaven wij ons naar de woning van onzen gastheer, omdat

wij om zes uur moesten eten. Er waren vele gasten, doch niemand

in avondtoilet, elk kwam blijkbaar in het pakje dat hij of zij den

heelen dag gedragen had. Het was een echte Chineesche woning, in bouw

heel veel gelijkende op de Europeesche woning in Java, met een voor-

en achtergalerij, een binnenkamer en zijvertrekken, waar achter een

gebouw ligt voor keuken en bediendenkamers. De inrichting der woning

is echter geheel Chineesch.

De vrouw des huizes, een klein, bleek, ziekelijk uitziend poppetje,

werd ons formeel voorgesteld, ook de andere gasten, waarvan de

meesten reeds aanwezig waren. De een was een Chineesch officier van

gezondheid, 35 jaar oud, die uitstekend Engelsch sprak. Trouwens, met

alle heeren-gasten konden wij een goed gesprek voeren. Dan was er een

ingenieur, die in Amerika gestudeerd heeft en nu de uitvoerder is van

de nieuwe spoorlijn, die Canton met Hankow moet verbinden, waardoor de

afstand van Canton naar Peking, met 6 dagen verkort wordt. Nu moeten

de Cantonneezen nog eerst per boot naar Hongkong, van Hongkong per boot

naar Shanghai, van Shanghai per spoor naar Nanking en van Nanking weder

per boot naar Hankow, om vandaar verder naar Peking te kunnen komen. De

reis duurt 9 dagen als alle booten net aansluiten en zal later in drie

dagen kunnen worden afgelegd. Ook was er nog een jonge oogarts, die

in Japan heeft gestudeerd en een van de hoofdambtenaren van politie,

die ons mededeelde, dat onder de stadspolitie vele jonge mannen van

goeden huize waren, die voorloopig hunne studie vaarwel hebben gezegd

en nu de nieuwe omstandigheden dienen door een vertrouwde stadswacht

te vormen. Wij kregen die mededeeling nadat ik had opgemerkt dat de

politie overal in de stad zoo'n gunstigen indruk maakte, uit zulke

flinke jonge mannen bestond met opvallend eerlijke gezichten.

Verder waren er drie dames, leden van den Raad, twee ervan hadden wij

's middags reeds gesproken, de andere was een dochter uit een gegoede

familie, ongehuwd, die zich aan allerlei hervormingswerk wijdt, doch

geen bepaald beroep uitoefent. Ook was een van de secretarissen van

de vereeniging aanwezig. Nauwelijks waren wij voorgesteld, toen ons

elk een klein kopje thee door de gastvrouw werd aangeboden, dat men

beleefdheidshalve aanneemt, als men geen lust heeft het te drinken

dan proeft men er even van. Wij werden in de binnengalerij ontvangen,

omdat men in de voorgalerij bezig was de tafel te dekken.

Er liep nog een ander persoontje rond, een jong, burgerlijk uitziend,

vrouwtje, dat niet werd voorgesteld, doch in alles als gelijke werd

behandeld. Zij zette zich naast den heer des huizes neder, en toen ik

vroeg of zij een familielid was, zeide hij zeer verlegen "neen". Even

daarna vroeg mrs. Catt de vrouw des huizes of zij kinderen had, wat

ontkennend werd beantwoord, doch waaruit wij begonnen te begrijpen,

dat die tweede vrouw een bijzit is. Ook had ik reeds 's middags in de

Club opgemerkt, toen wij over de hervormingen spraken, die ingevoerd

moeten worden, dat men sprak over: leerplicht, afschaffing van de

meisjesslavernij, die nu formeel bestaat, verbod van opiumschuiven,

verbod om de voeten te mismaken, betere strafwetten enz., maar niet

van afschaffing van polygamie en toen ik dat onderwerp te berde

bracht, er even een stilte ontstond en onze gastheer ineens over

iets anders begon. Later vertelde de officier van gezondheid mij,

dat polygamie in China zeer verbreid is en sommige mannen, zelfs uit

de vooruitstrevende kringen, tien tot achttien vrouwen hebben. Wel

kan in China een man slechts één wettige vrouw hebben, de andere zijn

niets anders dan concubines en in elk opzicht ondergeschikt aan de

wettige vrouw, maar zij wonen meestal in dezelfde woning, deelen met

haar de gunsten van den man en dikwijls zelfs het echtelijk bed.

Als een vrouw geen kinderen krijgt, of alleen meisjes, 't geen

't zelfde is, want meisjes worden niet als kinderen beschouwd, dan

neemt de man, soms met toestemming van zijn vrouw, een bijwijf. Krijgt

hij bij deze vrouwen kinderen, dan behooren die hem en zijne wettige

vrouw toe. Zoo'n kind noemt de eerste vrouw moeder, zijne vleeschelijke

moeder is niets voor hem, die mag blij wezen, als zij zijne dienstmaagd

mag zijn. Zoo'n bijwijf kan ook ten allen tijde zonder vorm van proces,

worden weggezonden, zij moet dus heel voorzichtig zijn, om man en vrouw

beide goed te stemmen. Zij zijn goedkoope dienstboden, daarom duldt

menige vrouw hen in huis. Bij zoo'n Chineesch huwelijk gaat het heel

vreemd toe. Alle bijzonderheden er van zal ik niet verhalen, maar wel

moet ik even mededeelen, dat het niet noodig is, dat de man bij het

huwelijk tegenwoordig is. Evenals bij ons met de handschoen getrouwd

kan worden, kan ook de Chinees zich laten vertegenwoordigen. In

den regel neemt men als vertegenwoordiger een haan. Wat hier echter

erger is, een jonge man kan door zijn ouders uitgehuwelijkt worden,

zonder dat hij er iets van weet, zijn toestemming is zelfs niet

noodig. Het is daarom heel gevaarlijk voor een Europeesche vrouw,

om met een Chinees te trouwen, hij weet dikwijls zelf niet, of zijne

ouders hem in zijne afwezigheid hebben uitgehuwelijkt. Komt hij dan

later met zijne Europeesche vrouw in China terug, dan is deze niets

meer en niets anders dan zijne concubine, terwijl hare kinderen de

andere vrouw toebedeeld worden. Enkele afschuwelijke voorbeelden

werden mij daarvan verteld.

Dit huwen zonder toestemming van de betrokken partijen, zal wel spoedig

gewijzigd worden, want daarvan ondervinden ook de mannen te veel

de nadeelige gevolgen, maar het zal een groote krachtinspanning der

vrouwen vereischen, om de feitelijke polygamie afgeschaft te krijgen,

juist omdat die wettelijk niet bestaat. Het is zooveel moeilijker

oer-oude gebruiken te wijzigen, dan wetten veranderd te krijgen. Nadat

wij ons met de verschillende gasten geruimen tijd onderhouden hadden,

werden wij verzocht in de voorgalerij te komen en begon het diner.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 115 / 133 题