O, wat een dag hebben wij gisteren doorgebracht! Nimmer zal ik dien
23en Augustus vergeten. Als wij van China niets meer zien en hooren,
dan 't geen wij gisteren beleefden, dan nog hebben wij meer gezien
en een dieperen blik kunnen slaan in het leven der Chineezen en in
de idealen van Jong China dan menig toerist, die hier weken lang
vertoeft. Het was een zeer vermoeiende dag, maar voor niets zou ik
hem uit mijn leven willen missen.
Doch ik zal trachten er veel van te vertellen. Reeds om half acht
zaten wij 's morgens weder in onze draagstoelen en gelastten onzen
begeleider, om ons successievelijk te brengen naar tempels, pagoden,
oude poorten, gevangenis en verschillende plaatsen waar een bijzonder
voor Canton kenmerkende industrie wordt uitgeoefend. Wij hadden een
lijstje gemaakt van de dingen, die wij wilden zien en lieten het aan
den gids over in welke volgorde wij dat alles zouden bezoeken. Over
dit alles zal ik in een anderen brief uitweiden, want de middag was
veel interessanter en daarover moet ik eerst mijn hart luchten.
Om twaalf uur waren wij in het hotel terug, aten toen in haast een
koude lunch, om vooral op tijd aan het Assembly-gebouw te zijn,
waarvan wij ruim een half uur verwijderd waren. Het gebouw waar de
raadszittingen gehouden worden is even buiten de oude stad gelegen,
waar men thans is begonnen een nieuwe en nieuwerwetsche stad te
bouwen. Het is een volkomen cirkelvormig, uit grijs zandsteen
bestaand, gebouw, zeer eenvoudig en doelmatig ingericht. De hall,
waarin de vergaderingen gehouden worden, is als in een circus, en
daarboven loopt rondom een galerij voor 't publiek, waarvan men van
elke plaats alles wat in de Hall gesproken en gedaan wordt, evengoed
kan hooren en zien. Thans zijn nog alle ingangen sterk met soldaten
bezet en niemand krijgt toegang tot de galerij, die niet deugdelijke
identiteitsbewijzen bezit. Wij waren om kwart voor één daar, gaven
aan de poort het introduceerend schrijven voor den president van den
Raad af en wachtten. Na een oogenblik kwam iemand ons halen en bracht
ons bij den voorzitter. Hij sprak zeer slecht Engelsch, zoodat wij
geen geregeld gesprek met hem konden voeren, hij had het bovendien
zeer druk en kon niets meer voor ons doen dan de reeds aanwezige
dames-leden te roepen en die aan ons voor te stellen.
Daar stonden wij nu, tusschen deze parlementsleden, de een uit
Amerika, de ander uit Holland, beiden tot voorheen trotsch op onze
natie en nu beschaamd over de kleinzieligheid, bekrompenheid van
geest, achterlijkheid, en nog zooveel meer van ons volk, dat nog
steeds de vrouwen laat strijden voor een haar toekomend recht en in
plaats van haar energie, werkkracht, inzicht en tijd te gebruiken,
in het directe belang van het volk, laat men die liever ongebruikt
of geheel verspillen in den strijd voor dat recht. Hier in China had
men een breeder inzicht in landsbelangen. Deze vrouwtjes strekten ons
tot voorbeeld! Zes leden spraken wij, doch geen harer kende genoeg
van een vreemde taal, om er een geregeld gesprek in te voeren. Onze
gids diende tot tolk.
Een van de zes, die het meest tot mijn hart sprak, wil ik het eerst
beschrijven. Zij was 52 jaar oud, doch haar mager, gerimpeld gezichtje
deed een veel hooger leeftijd vermoeden. Zij was weduwe en moeder van
vijf kinderen. Twee zoons waren getrouwd en een had zij nog thuis. Hare
beide dochters waren studenten in Japan, de een studeerde voor doctor
in de medicijnen, de ander in de philosophie. Als zij in Japan haar
diploma gehaald zullen hebben, is zij van plan hen nog voor twee
jaar naar Amerika te zenden ter voltooiing van de studie en om goed
Engelsch te leeren. O, zij betreurde het zoo, niet regelrecht tot
ons te kunnen spreken, zij had ons zooveel te vragen en zooveel te
vertellen. Het kleine, tengere vrouwtje--zij reikte niet hooger dan
mijn schouders--dribbelde op haar mismaakte klompvoetjes zoo grappig
voort, uit hare oogen straalde echter zooveel energie, wilskracht en
verstand, dat ik mij niets verbaasde, toen ik vernam, dat zij een
vurige spreekster in meetings was en prachtige courantenartikelen
schreef. Zij had voor hare kinderen den kost verdiend in een
handelszaak, die nu door een harer zonen beheerd wordt. Het was een
vrouwtje, zooals wij wenschen, dat alle volkeren er vele bezitten,
of zooals mrs. Catt zegt: "One, that belongs to us".
Dan was er een heel jong ding, zij leek waarlijk een kind van 12
à 14 jaar, maar zij was reeds 25 jaar. Een jong, vurig strijdster
voor menschenrecht. Zij heeft ook in Japan gestudeerd, was juist
benoemd tot leerares aan een groote meisjesschool, toen de revolutie
uitbrak, waaraan zij van den aanvang af een groot werkzaam aandeel
nam. Zij is nu lid van den Raad en geeft haar tijd, die over is, voor
administratieve werkzaamheden ten behoeve van de politieke partij,
waartoe zij behoort. Haar voetjes waren niet zoo misvormd, geen
klompjesvoetjes, maar toch zoo klein als van een kind van 6 tot 8 jaar.
Twee dames waren echtgenooten van groote kooplieden in de stad,
Zij waren, zooals men ons verzekerde, goede spreeksters en ware
feministen. Zij vertelden ons, dat hunne respectieve echtgenooten
zeer conservatief zijn en haar publiek optreden en haar lidmaatschap
van den Raad ongaarne zien, daarom hadden zij beiden haar meisjesnaam
weder aangenomen en waren daardoor in het publiek alleen onder dien
naam bekend. De mannen konden zoodoende haar optreden niet beletten.
De twee laatsten waren beide onderwijzeressen. Een er van was getrouwd;
op onze vraag of haar man het lidmaatschap goedkeurde, begon zij
te lachen en antwoordde alleen, dat haar man haar als onderwijzeres
getrouwd had en dus wist, dat zij een publieke persoonlijkheid was.
Onderwijl was de raadszitting begonnen, de dames moesten naar binnen
en wij togen naar de galerij. Men had voor ons ieder een stoel in
het midden van het gebouw neergezet. Op de galerij bevonden zich vele
Chineesche toehoorders en toehoorderessen.
Welk een gezicht! Een oogenblik moesten wij lachen, niet realiseerende,
dat wij ons in een Chineesche raadszitting bevonden. Het zag er voor
onze westersche oogen zoo vreemd uit. Al die mannen, slechts zeer
enkelen waren in Europeesche kleeding, zagen er uit alsof zij 's
morgens bij 't maken van hun toilet zeer in den aanvang overvallen
waren. Hun zwarte of gekleurde lage hakkelooze zijden schoenen
geleken op pantoffels. De witte of lichtgrijze broek is precies als
onze heeren de onderbroeken dragen en witte sokken. Over dat hing een
lange witte of grijze nachtjapon; geen overdrijving: hij is precies
van hetzelfde maaksel. De dames waren daarentegen allen in een zwart
of donkergrijze lange broek gekleed, met daarover heen een nog niet
tot de knieën reikend jasje. Als zij met gekruiste beenen zaten, kwamen
hare beenen tot boven toe te zien, de mannenbeenen bleven steeds zedig
onder het lange hemd verborgen. Telkens als de voorzitter, die met
zijn secretaris op eene twee treden hooge tribune zat, even opstond,
was het alsof wij een man pas uit zijn bed zagen komen.
Alle heeren zaten met een Chineeschen waaier, dat is een geheel uit
veeren gemaakt en soms zeer kostbaar ding, onophoudelijk zich zelf
wat koelte toe te wuiven, de dames hadden ook wel een waaier, maar
werkten er niet zoo onophoudelijk mee. En aan enkele heerenarmen
zagen wij een fijne bracelet, de vrouwtjes droegen manchetten.
Men vertelde ons, dat in den Raad de geldkwestie van de provincie
Canton geregeld werd en dien middag de zouthandel, een groote bron van
inkomen, besproken werd. Zeer bezadigd en kalm spraken de verschillende
woordvoerders, wij konden natuurlijk niet verstaan wat zij zeiden,
doch de korte inhoud werd ons even verklaard; slechts een enkele
humoristische spreker bracht nu en dan een beetje vroolijkheid aan,
alle andere namen hun taak ernstig op. Met zitten en opstaan werd
over elk voorstel gestemd.
Van de 120 leden waren dien middag 97 aanwezig en van dezen kregen wij
den indruk, dat China of althans de provincie Canton, op dit oogenblik
door jong China geregeerd wordt. De meeste der daar aanwezige mannen
en vrouwen waren tusschen de 25 en 35 jaar oud, weinig waren van 40
tot 55 jaar, daarboven niet eene, daarentegen waren er verschillende
jonge mannen, waarvan wij vernamen, dat zij pas 20 of 21 jaar
oud waren. Verreweg het grootste deel van dit bestuur bestaat uit
gestudeerde jonge mannen en vrouwen, de intellectuals van het land,
slechts eenige zijn handelslieden.
Tot drie uur bleven wij de zitting bijwonen, van het begin tot het
eind geboeid door alles wat wij daar zagen en hoorden.
Ik weet niet of men in Holland weet hoe de toestanden hier op dit
oogenblik zijn. Sedert ik op reis ben heb ik geen Hollandsche courant
en slechts bij hooge uitzondering een Engelsch blad gelezen, het
zou dus wel eens kunnen gebeuren, dat ik over toestanden en dingen
schrijf, die men in Holland reeds weet, maar het komt mij voor, dat
ik beter doe, alles wat ik hier hoor en zie te vermelden, op gevaar
af dan, dat de lezers het voor den tweeden keer vernemen, dan dat ik
ze onvermeld laat.
Nadat wij de vergaderzaal hadden verlaten, begaven wij ons naar
den heer Tze Ying Pak, waarnemend voorzitter van de Tung Ming
Hui. Wij troffen dien heer in het clubgebouw, omgeven door zijne
zes secretarissen, waarvan twee dames zijn. Onophoudelijk kwamen er
heeren inloopen, waarvan velen Engelsch spraken. Ook Tze Ying Pak sprak
Engelsch en was op onze komst voorbereid. Hij is ongeveer 40 jaar oud,
al de jongere lui noemden hem mr. Chair, een verkorting van Chairman.
Hij begon met ons uit te noodigen voor het verdere van den dag zijne
gasten te zijn, onze gids en draagstoelen weg te zenden en verder op
hem te vertrouwen. Wij namen volgaarne die uitnoodiging aan. Hij was
zoo'n aardige, goedige dikzak, die onmiddellijk onze sympathie en ons
vertrouwen won. Na met hem het clubgebouw doorgewandeld te hebben,
zetten wij ons op het groote balcon met uitzicht op de prachtige
rivier, waar zich gaandeweg verschillende jonge mannen en vrouwen,
allen leden van de vereeniging, bij ons voegden. Elk die plaats nam,
ontving, evenals wij, dadelijk een kop groene thee voor zich. Die
thee wordt in porseleinen kommetjes met dekseltjes rondgediend, dat
is te zeggen, een lepeltje theebladen wordt in het kommetje gedaan
en daarop wordt kokend water gegoten. Verder ontvangt ieder een heel
klein leeg kopje. Als men wat wil drinken, dan giet men een beetje
thee uit het kommetje in het kopje en dat drinkt men zonder suiker
of melk. Als men eenige keeren gedronken heeft, dan vult een bediende
het kommetje opnieuw met water.
De jongelui toonden ons eene teekening voor een groot monument,
dat men bezig is op te richten aan de overzijde van de rivier, vlak
tegenover het clubgebouw, ter herinnering aan de 72 mannen, leden van
Tung Ming Hui, die het vorig jaar in de revolutie gesneuveld zijn. Voor
dit monument heeft elk lid der vereeniging naar vermogen bijgedragen.
Al deze heeren waren met het grootste optimisme omtrent den stand van
zaken bezield, elk onzer bezwaren trachtten zij op de luchthartigste
wijze te ontzenuwen. Zij spraken met ons over alle hervormingen die
zij tot stand willen brengen en vertelden ons, dat zij in alles Amerika
tot voorbeeld nemen. Er was in elke stad, waar hunne vereeniging eene
afdeeling heeft, een studieclub opgericht, waar, onder goede leiding,
studie wordt gemaakt van den regeeringsvorm in de Vereenigde Staten
en van de wetten en instellingen der meest geavanceerde staten aldaar.
Wij vernamen van hen, dat het plan, om de regeering naar Nanking
over te brengen, geheel is opgegeven, omdat men moeilijkheden
met de groote mogendheden vreest, die in Peking allen hun kostbare
regeeringsbureaux bezitten. Al deze jonge menschen hebben hunne studie
en positie voorloopig opgegeven om zich geheel te kunnen wijden
aan de werkzaamheden ter opbouwing van den nieuwen staat. Als het
inderdaad mag gelukken de republiek staande te houden, van China te
maken een modernen staat, dan zal dit te danken zijn aan de opoffering
en toewijding, aan den frisschen geest en het jeugdig optimisme van
de jonge mannen en vrouwen van het hedendaagsche China. Deze jonge
mannen wilden ons volstrekt overhalen ons verblijf in Canton met
3 of 4 dagen te verlengen, dan wilden zij eene vergadering bijeen
roepen, waar wij met behulp van een tolk, zouden kunnen spreken en
een vereeniging van vrouwen stichten. Wij hebben evenwel alles voor
onzen verderen tocht reeds geregeld en meenden bovendien, dat na ons
gesprek de duistere punten per brief kunnen worden opgehelderd.
Om half-zes begaven wij ons naar de woning van onzen gastheer, omdat
wij om zes uur moesten eten. Er waren vele gasten, doch niemand
in avondtoilet, elk kwam blijkbaar in het pakje dat hij of zij den
heelen dag gedragen had. Het was een echte Chineesche woning, in bouw
heel veel gelijkende op de Europeesche woning in Java, met een voor-
en achtergalerij, een binnenkamer en zijvertrekken, waar achter een
gebouw ligt voor keuken en bediendenkamers. De inrichting der woning
is echter geheel Chineesch.
De vrouw des huizes, een klein, bleek, ziekelijk uitziend poppetje,
werd ons formeel voorgesteld, ook de andere gasten, waarvan de
meesten reeds aanwezig waren. De een was een Chineesch officier van
gezondheid, 35 jaar oud, die uitstekend Engelsch sprak. Trouwens, met
alle heeren-gasten konden wij een goed gesprek voeren. Dan was er een
ingenieur, die in Amerika gestudeerd heeft en nu de uitvoerder is van
de nieuwe spoorlijn, die Canton met Hankow moet verbinden, waardoor de
afstand van Canton naar Peking, met 6 dagen verkort wordt. Nu moeten
de Cantonneezen nog eerst per boot naar Hongkong, van Hongkong per boot
naar Shanghai, van Shanghai per spoor naar Nanking en van Nanking weder
per boot naar Hankow, om vandaar verder naar Peking te kunnen komen. De
reis duurt 9 dagen als alle booten net aansluiten en zal later in drie
dagen kunnen worden afgelegd. Ook was er nog een jonge oogarts, die
in Japan heeft gestudeerd en een van de hoofdambtenaren van politie,
die ons mededeelde, dat onder de stadspolitie vele jonge mannen van
goeden huize waren, die voorloopig hunne studie vaarwel hebben gezegd
en nu de nieuwe omstandigheden dienen door een vertrouwde stadswacht
te vormen. Wij kregen die mededeeling nadat ik had opgemerkt dat de
politie overal in de stad zoo'n gunstigen indruk maakte, uit zulke
flinke jonge mannen bestond met opvallend eerlijke gezichten.
Verder waren er drie dames, leden van den Raad, twee ervan hadden wij
's middags reeds gesproken, de andere was een dochter uit een gegoede
familie, ongehuwd, die zich aan allerlei hervormingswerk wijdt, doch
geen bepaald beroep uitoefent. Ook was een van de secretarissen van
de vereeniging aanwezig. Nauwelijks waren wij voorgesteld, toen ons
elk een klein kopje thee door de gastvrouw werd aangeboden, dat men
beleefdheidshalve aanneemt, als men geen lust heeft het te drinken
dan proeft men er even van. Wij werden in de binnengalerij ontvangen,
omdat men in de voorgalerij bezig was de tafel te dekken.
Er liep nog een ander persoontje rond, een jong, burgerlijk uitziend,
vrouwtje, dat niet werd voorgesteld, doch in alles als gelijke werd
behandeld. Zij zette zich naast den heer des huizes neder, en toen ik
vroeg of zij een familielid was, zeide hij zeer verlegen "neen". Even
daarna vroeg mrs. Catt de vrouw des huizes of zij kinderen had, wat
ontkennend werd beantwoord, doch waaruit wij begonnen te begrijpen,
dat die tweede vrouw een bijzit is. Ook had ik reeds 's middags in de
Club opgemerkt, toen wij over de hervormingen spraken, die ingevoerd
moeten worden, dat men sprak over: leerplicht, afschaffing van de
meisjesslavernij, die nu formeel bestaat, verbod van opiumschuiven,
verbod om de voeten te mismaken, betere strafwetten enz., maar niet
van afschaffing van polygamie en toen ik dat onderwerp te berde
bracht, er even een stilte ontstond en onze gastheer ineens over
iets anders begon. Later vertelde de officier van gezondheid mij,
dat polygamie in China zeer verbreid is en sommige mannen, zelfs uit
de vooruitstrevende kringen, tien tot achttien vrouwen hebben. Wel
kan in China een man slechts één wettige vrouw hebben, de andere zijn
niets anders dan concubines en in elk opzicht ondergeschikt aan de
wettige vrouw, maar zij wonen meestal in dezelfde woning, deelen met
haar de gunsten van den man en dikwijls zelfs het echtelijk bed.
Als een vrouw geen kinderen krijgt, of alleen meisjes, 't geen
't zelfde is, want meisjes worden niet als kinderen beschouwd, dan
neemt de man, soms met toestemming van zijn vrouw, een bijwijf. Krijgt
hij bij deze vrouwen kinderen, dan behooren die hem en zijne wettige
vrouw toe. Zoo'n kind noemt de eerste vrouw moeder, zijne vleeschelijke
moeder is niets voor hem, die mag blij wezen, als zij zijne dienstmaagd
mag zijn. Zoo'n bijwijf kan ook ten allen tijde zonder vorm van proces,
worden weggezonden, zij moet dus heel voorzichtig zijn, om man en vrouw
beide goed te stemmen. Zij zijn goedkoope dienstboden, daarom duldt
menige vrouw hen in huis. Bij zoo'n Chineesch huwelijk gaat het heel
vreemd toe. Alle bijzonderheden er van zal ik niet verhalen, maar wel
moet ik even mededeelen, dat het niet noodig is, dat de man bij het
huwelijk tegenwoordig is. Evenals bij ons met de handschoen getrouwd
kan worden, kan ook de Chinees zich laten vertegenwoordigen. In
den regel neemt men als vertegenwoordiger een haan. Wat hier echter
erger is, een jonge man kan door zijn ouders uitgehuwelijkt worden,
zonder dat hij er iets van weet, zijn toestemming is zelfs niet
noodig. Het is daarom heel gevaarlijk voor een Europeesche vrouw,
om met een Chinees te trouwen, hij weet dikwijls zelf niet, of zijne
ouders hem in zijne afwezigheid hebben uitgehuwelijkt. Komt hij dan
later met zijne Europeesche vrouw in China terug, dan is deze niets
meer en niets anders dan zijne concubine, terwijl hare kinderen de
andere vrouw toebedeeld worden. Enkele afschuwelijke voorbeelden
werden mij daarvan verteld.
Dit huwen zonder toestemming van de betrokken partijen, zal wel spoedig
gewijzigd worden, want daarvan ondervinden ook de mannen te veel
de nadeelige gevolgen, maar het zal een groote krachtinspanning der
vrouwen vereischen, om de feitelijke polygamie afgeschaft te krijgen,
juist omdat die wettelijk niet bestaat. Het is zooveel moeilijker
oer-oude gebruiken te wijzigen, dan wetten veranderd te krijgen. Nadat
wij ons met de verschillende gasten geruimen tijd onderhouden hadden,
werden wij verzocht in de voorgalerij te komen en begon het diner.