De kapitein had ons gezegd dat wij Vrijdagmorgen niet vroeger dan elf
uur in Manilla zouden zijn, daarom maakte ik 's morgens geen haast om
vroeg uit mijn bed te komen. Om 7 uur werd ik echter wakker gemaakt
door een bijzondere drukte aan boord van het schip en merkte ik dat
wij stil lagen. Ik sprong gauw uit de veeren en begaf mij naar de
badkamer. Nauwelijks was ik daar toen er flink op de deur gebeukt werd
en gevraagd of Mrs. dr. Jacobs daar was. Op mijn bevestigend antwoord
kreeg ik tot bericht dat ik boven op het dek verwacht werd, waar een
heer was die mij wenschte te spreken. Ik antwoordde dat die heer een
poosje moest wachten, want dat ik juist in het bad was gegaan, maar
't was mij toch een raadsel wie mij daar, aan die rotsige punt van
het eiland Luzon, wenschte te spreken. Geen tien minuten verliepen
toen er opnieuw geklopt werd, nu met een dringende eisch dat ik boven
moest komen, 't Was mij een raadsel. Ik deed spoedig wat kleeren
aan en vertoonde mij in mijn kimono in de salon. Tegelijkertijd
kwam ook mijne metgezellin voor den dag, evenzoo gekleed en evenzoo
gealarmeerd. Wij zonden een "jongen" naar boven om te zeggen dat de
dames in de salon wachten en niet genoeg gekleed waren om boven te
komen. Weldra verscheen een vriendelijk uitziend blond jongmensch,
die zichzelf als dr. Nielssen voorstelde. Het was een Scandinavisch
Amerikaan. Hij vertelde ons dat de haven van Hongkong voor pokken
besmet was verklaard en alle van daar komende passagiers hier in
Mariveles eene vijfdaagsche quarantaine hadden door te maken. Wij keken
elkaar eens even aan en in dien blik gaven wij elkaar genoegzaam te
kennen dat wij daartoe niet zoo gemakkelijk zouden overgaan. Ik stelde
mij als zijn collega voor, vertelde hem dat wij beiden gevaccineerd en
gerevaccineerd waren, dat wij Hongkong slechts als doorgangsstation
hadden aangedaan etc.etc. Doch al spoedig bleek dat wij niet zooveel
te redeneeren behoefden. Hij had reeds uit Manilla bericht ontvangen
dat hij ons beiden even zoude onderzoeken, zoo noodig revaccineeren en
dan moest laten doorgaan. Ik had in die revaccinatie niet veel zin,
maar mijn reisgenoote stak heel gelaten haar armen uit en liet zich
op beide eenige prikken geven. Dit geschiedde niet door den doctor,
doch door een inlandschen vaccinateur, die het echter zeer hygiënisch
en handig deed.
Onze medepassagiers waren allen aan wal gezet en daarvoor in de
plaats kwamen nu een aantal reizigers, die daar 5 dagen geleden in
quarantaine gebracht waren en nu verder konden reizen.
Mariveles had drie eeuwen geleden een anderen naam. Dit rotspuntje,
wat nu een bloeiend dorpje is, dankt deze mooie naam aan een
Philippino-meisje uit Manilla, Maria Velez genaamd, die met den
gloed van hare mooie zwarte oogen het hart van een jongen priester
tot kookhitte had gebracht. Deze jonge priester gooide zijn heilig
gewaad van zich af en vluchtte met het 17-jarig meisje, tot zij
op dit uiterste punt van Luzon aangekomen waren. Hier leefden zij
vele jaren een leven van liefde en weldoen onder de nog vrijwel
geheel natuur-bevolking, tot zij eindelijk ontdekt werden. De jonge
priester werd voor zijn menschelijke misdaad gestraft met verbanning
naar het meest onbewoonbare eiland van de Philippijnen, waar hij
zijn verder leven onder de geheel wilde bewoners moest doorbrengen,
geheel afgescheiden van de beschaafde wereld. Het mooie meisje werden
de lange zwarte haren afgeknipt en zij werd uiterlijk zoo geschonden,
dat geen man meer in de verleiding kon komen door haar zijne plichten
te vergeten. Zij bleef echter onder de bevolking, op alle mogelijke
wijze weldaden verspreiden en werd zoo geacht en vereerd dat men na
haar dood het dorpje naar haar noemde en zoo heet het nu reeds 300
jaren Mariveles.
Tegen ongeveer tien uur 's morgens passeerden wij Cavite, de plek waar
in 1898 de Spaansche vloot door de Amerikanen in den grond geboord
werd, waarna zij toen als overwinnaars Manilla introkken.
Precies om elf uur stoomden wij de Manilla-baai in en weldra lag onze
boot vlak voor den steiger, waarlangs wij van dit ongewenscht logies
verlost zouden worden. Verschillende heeren en dames stonden reeds
van verre met tooneelkijkers naar ons uit te zien, waaronder mrs. Catt
weldra vele oude vrienden en kennissen uit Amerika onderscheidde. Een
der heeren-compagnons, die thans de zaak van haar man dreven,
kwam het eerst aan boord om ons te verwelkomen en de zorg voor
onze bagage overnemen. Door zijne bemoeiingen ontkwamen wij aan de
lastige Amerikaansche douane-formaliteiten, die hier al even erg zijn
als in Amerika. In twee groote automobielen werden wij door de ons
verwelkomende heeren en dames naar het nieuwe "Manilla-hotel" gebracht,
alwaar men twee ruime, gezellige kamers voor ons in gereedheid had
laten brengen.
Dit nieuwe hotel is nog slechts 6 weken geopend. Het is een echt
Amerikaansch hotel, met alle luxe en comfort aan die inrichtingen
eigen. Het is gebouwd aan de "Luneta", een inham in zee, zoodat het
van drie kanten door de zee omgeven is. De kamers zijn allen groot
en luchtig, met warm en koud water en met geriefelijke badkamers. Op
elke kamer is een telefoon en in mooie nikkelen kannen staat steeds
frisch ijswater.
Toen onze koffers gebracht en met behulp van een aardigen
Philippino-jongen ontpakt en beredderd waren, verkleedden wij ons
spoedig en gingen naar beneden om te lunchen. Daar wachtte ons niet
alleen een echte Amerikaansche lunch met ijswater, verfrisschende
dranken, in ijs afgekoelde vruchten, cocktails en allerlei
Amerikaansche gerechten, maar daar waren ook tal van dames en heeren om
ons welkom te heeten in Manilla en die ons voor allerlei bijzonderheden
hunne diensten aanboden. Ook de waarnemende Gouverneur-Generaal,
mr. Gilbert, was onder hen, die ons allervriendelijkst toesprak, zijn
vrouw verontschuldigde die verhinderd was te komen, en die ons zijn
hulp aanbood bij alles wat wij gaarne wilden zien en leeren kennen.
Na de lunch gingen wij het reuzengroote hotel in oogenschouw
nemen, door den directeur persoonlijk rondgeleid. De leeszalen,
conversatiezaal, groote en verschillende kleine eetzalen, kappers-
en barbierssalon en nog zoo veel meer, zijn allen gelijkvloers. Met
twee groote liften, aan elke zijde van het gebouw een, gaan de
gasten naar de kamers, die allen op een der vier étages gelegen
zijn. Daar boven--op het platte dak--zijn twee groote daktuinen. In
de een speelt elken middag een klein orkest, wanneer men door de
in 't groen verscholen gemakkelijke stoeltjes en tafeltjes, als
't ware wordt uitgenoodigd om zich daar neder te vleien en daar de
thee te gebruiken. De andere is twee keer in de week 's avonds van
9-12 in een balzaal herschapen, waar de jonge--en soms ook wel eens
een oude--Amerikaansche officiertjes met de Amerikaansche mevrouwtjes
onafgebroken two-steps uitvoeren. De hitte in de tropen schijnt toch
nergens de danslustigen af te schrikken, want nergens op aarde wordt
zooveel gedanst als overal in Azië.
's Middags om 3 uur kwam een heer ons per rijtuig afhalen om een paar
uur in en rondom de stad te toeren, om zoo een algemeenen indruk
van Manilla te krijgen. Wonderlijk zoo gauw als de Amerikanen deze
Spaansche koloniale stad in een Westersche Amerikaansche stad hebben
omgetooverd. Uitstekende electrische trams snorren onophoudelijk door
de nauwe straten in de stad en door de ruime, breede buitenwijken, waar
de Amerikanen wonen. Café's met de onmisbare ice-creams, zitten van
's morgens tot 's avonds vol, groote magazijnen, waar men van alles
kan koopen voor even hooge prijzen als in New-York zelf, staan aan
alle hoeken der straten, automobielen dreigen je overal van de been
te rijden, groote inrichtingen en allerlei soort kantoren zijn er in
reuzengebouwen ondergebracht, alles ademt er leven en vertier. Als men
zou moeten opgeven waardoor Manilla zich bijzonder kenmerkt, dan zou
het zijn door zijne vele kerken. Evenals Caïro door zijne moskeeën,
menige Britsch-Indische stad door zijne tempels zich onderscheidt,
zoo Manilla door zijne katholieke kerken en kerkinstellingen. Vijf
verschillende katholieke orden hebben hier elk hunne kerken, kloosters,
scholen, hospitalen enz. De Augustiner orde is de oudste, die waren
hier reeds in de vijftiende eeuw.
Toen wij om vijf uur tehuis kwamen wachtten ons weder verschillende
heeren en dames om ons te verwelkomen. Mrs. Catt heeft hier tal
van oude bekenden en ook menigeen die zij niet kent, maar die
in Amerika toch dikwijls bij hare talrijke lezingen onder haar
gehoor waren. Onder al die heeren en dames was ook onze hoffelijke
Spaansche vriend, mr. del Pan, die wij in Java ontmoet hadden. Hij
bood zich aan om den volgenden dag met ons eenige bijzonderheden van
de stad te gaan zien, doch daar wij reeds met een paar dames hadden
afgesproken om 's morgens vroeg met hen naar eene der vier openbare
markten te gaan, waar vooral des Zaterdags veel vertier is, zouden
wij hem telefoneeren, zoodra wij van daar teruggekeerd waren. Nadat
al onze bezoekers vertrokken waren, bleven wij met een heele lijst
van invitaties voor tea's, garden-parties, dinners, autotochten,
bals etc. achter. Men had ook een victoria met twee paarden en
een auto ter onzer dispositie gesteld. Wij zagen direkt in dat het
onmogelijk was aan al die uitnoodigingen gevolg te geven, die ons
onophoudelijk in het gezelschap der aldaar wonende Amerikanen zou
brengen, terwijl wij met de inboorlingen in contact wilden komen,
zoodat wij na rijp overleg besloten voor vele van deze beleefdheden
te bedanken en alleen de voor ons interessante te accepteeren.
Zaterdagmorgen om 8 uur waren de beide dames, met wie wij naar de
markt zouden gaan, ieder in haar eigen rijtuigje, reeds voor het
hotel om ons af te halen. Wij stapten ieder in een er van en waren
weldra ter bestemder plaatse. Wat een gewoel en gekrioel van kleurige
inlanders! Vrouwen waren er in overgroote meerderheid, zoowel bij de
verkoopers als inkoopers.
Welk een vreemde, onhygiënische en ongemakkelijke kleederdracht hebben
die vrouwen. Hunne wijd uitstaande lange rokken, alsof er een wijde
crinoline onder gedragen wordt, zijn allen van onder van een breede
wijde strook voorzien en zouden rondom op den grond slieren en van
achter in een lange sleep uitloopen, als de vrouwen ze niet rondom in
de hoogte getild, met beide handen vasthielden, of door een elastieken
band om het middel opschorten. Worden de rokjes hoog genoeg opgetild,
dan ziet men er onder uit bloote beenen komen, waaraan bloote voeten
die in gekleurde muiltjes steken. Een loshangend jakje, met zeer
wijd-uitstaande mouwen, daarover een in 6 diepe plooien gevouwen en
wijd van de hals afstaande doek, maken de bekleeding van het bovenlijf
uit. In het prachtig gitzwarte glimmende haar stak altijd een bloem
of gekleurd lint. Het geheel maakt een indruk alsof de kleeding dezer
inboorlingen sterk door Spaansche smaak beïnvloed is geworden.
De markt, zooals er vier op verschillende punten van de stad gehouden
worden, is een toonbeeld van zindelijkheid en ordelijkheid. Wat zou
ik graag onze Koloniale autoriteiten hier een lesje zien nemen! Hoe
gunstig steekt deze markt bij de passars op Java af! Alles wat
eetbaar is moet hier onder ijzergaas staan. Door opzichters en
opzichteressen wordt nauwkeurig nagegaan of al het verkochte of ten
verkoop aangeboden, van onbedorven kwaliteit is. Op verschillende
punten in de overdekte markthal zijn waterkranen, waar handen, schalen,
bakken enz., telkens weder gereinigd kunnen worden. Eene scrupuleuze
zindelijkheid heerschte overal.
Vreemd keken wij op in den hoek waar de eierverkoop plaats vond. Daar
werden door de koopsters ook de eieren op de hand gewogen en tegen
het licht bezien, zooals men dat ook wel eens bij ons doet, maar
hier geschiedde dat met een ander doel. Terwijl wij een ei met een
kuikentje er in zouden afkeuren, worden die hier gezocht en veel
hooger betaald. Een ei dat 18 dagen onder de kip heeft gelegen
is onbetaalbaar. Dat is een lekkernij! Hoe ouder het kuikentje is
dat in het ei zit, tot aan den 18en dag, des te meer brengt het ei
op. Een andere lekkernij zijn eieren die een jaar of langer in een
zoute kleimassa zijn bewaard gebleven, die worden zoo rauw uitgezogen
alsof het de grootste delicatesse is.
Om elf uur waren wij van de markt in het hotel terug, waar mr. Del
Pan ons met zijn auto wachtte. Het eerst gingen wij met hem naar het
gerechtshof, waar nog tot één uur zitting was. Er waren slechts kleine
misgrijpen aan de orde. Alles werd nog in de Spaansche taal verhandeld,
doch over een jaar moet in alle openbare lichamen de Engelsche taal--en
deze uitsluitend--gebruikt worden. De heeren zullen zich dus nog in
het Engelsch moeten oefenen.
Van het gerechtsgebouw gingen wij eerst eenige kerken en kloosters
zien. Er is een kerk met een daaraan verbonden klooster die meer dan
300 jaren oud is, en alle in dien tijd hevige aardbevingen weerstand
heeft geboden. De geschiedenis van deze merkwaardige kerk is te lang
om die hier te vermelden.
Daarna bracht de heer Del Pan ons naar de plaatsen waaraan
geschiedkundige bijzonderheden verbonden zijn. Daar zijne voorouders in
de geschiedenis van Manilla een groote rol hebben gespeeld, zijn vader
en grootvader waren langen tijd Gouverneur-generaal onder het Spaansche
bewind, wist hij ons menige merkwaardige bijzonderheid te vertellen.
Om één uur ging hij met ons in het hotel lunchen ten daarna bracht
hij ons in aanraking met vele Philippinoosche dames en heeren.
In een zuigelingen kliniek, geheel door Philippino-dames op touw gezet
en beheerd, waar een Philippino-vrouwelijke arts aan het hoofd staat,
hadden wij gelegenheid met vele hoogst beschaafde en ontwikkelde
vrouwen van dit eiland kennis te maken. Wij waren verbaasd over alles
wat wij hier hooren en zagen. Elk kind dat om de een of andere reden
de moedermelk moet ontberen en ziek of gezond is, kan in dit lokaal
gebracht en hygiënisch gevoed worden. Hier komen daags 70 zuigelingen
en tien zulke lokalen bestaan in Manilla. Deze goutte du lait club van
vrouwen heeft buiten de stad zijn eigen farm met een dozijn gezonde
melkkoeien, die onder veterinair toezicht staan. Volgens de albums
met photographiën van de aldaar gevoede kinderen, werken deze dames
met schitterend succes.
Tegen half vijf bracht onze vriendelijke gids ons in het clubgebouw
der Philippinoosche heeren en dames. Hier bleven wij theedrinken en
maakten met vele vrienden van den heer Del Pan kennis. Men inviteerde
ons om den volgenden Zaterdag hun bal te komen bijwonen, doch daar
wij dien avond reeds een invitatie hadden aangenomen om in de Elk
Club, dat is een club van Amerikaansche heeren, te komen dineeren,
meenden wij voor het bal te moeten bedanken. Maar daarvan wilden onze
Philippinoosche heeren niets weten, wij konden na het diner komen
en zooveel van onze dischgenooten medebrengen als wij verkozen. Zij
overhandigden ons voor dat doel eene heele pakket introductiekaarten,
waarop wij zelf de namen konden invullen.
Des Zondags' morgens kwam men ons reeds vroeg halen voor een
auto-tocht, omdat het weder zoo mooi was en men in dit jaargetijde
elken drogen dag moet waarnemen als men groote toeren wil maken. Wij
zouden naar Los Banos gaan, ongeveer 50 kilometer van Manilla
gelegen. Los Banos is reeds sedert 300 jaren bekend door zijne
heete zwavelbronnen. Het water komt in kookhitte van onder den berg
Maquiling opbruischen.
Wij hadden nu ook gelegenheid wat meer van het eiland te zien. 't
Is opmerkelijk hoeveel Luzon op Java gelijkt, maar toch veel minder
mooi, veel minder vruchtbaar, veel minder welvarend, veel slechter
onderhouden er uitziet dan ons mooi eiland. Ook de menschen zijn van
hetzelfde type als de Javanen en hunne dorpjes en woningen op dezelfde
wijze gebouwd. Wij gingen door rijstvelden en suikerplantages,
door boomgaarden met mango, kokosnoot, bananen en papajaboomen,
over bergen en langs meren met steeds goede harde wegen voor de auto.
In één opzicht was er in de dorpjes hier een groot verschil met die
in Java. In elk dorp zagen wij een groote omheinde plek, waarop
een groot houten gebouw. Zijn dat scholen, of worden daarbinnen
wedrennen gehouden, vroeg ik? Maar, o schande voor het Amerikaansch
bestuur, men moest bekennen dat het de arena's waren, waarin geregeld
hanengevechten plaats vinden. Toen wij 's middags tusschen 4 en
5 uur op den terugtocht waren, was er in al deze lokalen een druk
vertier. Van alle kanten stroomden de mannen van het dorp, velen
hunner met een haan onder den arm, de arena binnen. Voor een er van
hielden wij halt om een kijkje te nemen. Binnen de omheining, doch
buiten het gebouw, zaten tal van vrouwen voor een brandend vuurtje,
waarop een pan, waarin vruchten gebraden of ander etenswaar bereid
werd, om het aan eetlustigen voor enkele centen te verkoopen. Andere
vrouwen verkochten vruchten of snoeperijen. Binnen in het gebouw
waren de mannen en opgeschoten knapen van het dorp, die daar de zuur
verdiende penningen van moeder of vrouw in een minuut, of soms in
een deel er van verloren in weddenschappen. Want dat is het meest
immoreele van deze hanengevechten, zij ruïneeren soms eene familie
in eene ondeelbare tijdseenheid.
Wij traden naar binnen, nadat een der heeren uit ons gezelschap voor
elk een kaartje 1e rang genomen had, waarvoor per persoon ongeveer
7 stuiver betaald moest worden. Dit entreegeld is voor de kas der
gemeente, daarvoor wordt voor het gebouw en het politietoezicht
gezorgd. Behalve op den 1en rang, waar buiten ons nog vier mannen
zaten, was overigens het heele gebouw stampvol. Binnen de arena stonden
eenige mannen, waarvan twee elk met een haan in de handen. Aan de
rechterpoot dezer hanen was aan of boven de sporen een vlijmscherp
scheermesje bevestigd. Onophoudelijk werden deze twee beesten tegen
elkaar opgehitst. Dan eens liet men den een, dan weder den ander zijn
tegenpartij een flinke snavelpik op den kop geven. Op de verschillende
rangen werden door de verschillende toeschouwers op beide of een
van beide hanen prijzen gezet. Toen de inzet hoog genoeg was begon
het gevecht. De beide mannen met de hanen gingen tegenover elkaar op
de hurken zitten en hitsten een paar keer de beesten tegen elkander
op. Op een gegeven wenk lieten zij beiden hun slachtoffer los, die
onmiddellijk met echte moordenaarslust op elkaar invlogen. Met de
mesjes aan hunne pooten gaven zij elkander vinnige houwen; nog eer
een minuut verstreken was lag reeds één zieltogende neer.
Onmiddellijk daarop traden twee andere helden met hunne hanen onder
den arm het strijdperk binnen. Weder dezelfde voorbereiding en toen
beide hanen losgelaten konden worden, ging één er van, zoo snel pooten
en vleugels hem voeren konden, op den loop naar de uiterste hoek van
het gebouw, waaruit hij slechts met de grootste moeite verdreven
kon worden. Nog eens werd het met deze beestjes geprobeerd, maar
't verstandige dier koos weder zijn leven boven de schande van een
nederlaag. Zijn baas had nu het spel verloren en naar het scheen was
het een zeer oneervolle nederlaag, want hij droop af alsof hem de
grootste wandaad kon worden ten laste gelegd. Nog een strijd woonden
wij bij en toen verlieten wij dit onverkwikkelijke schouwspel, vast
overtuigd dat aan zulke menschbedervende uitspanningen zoo spoedig
mogelijk een einde moet worden gemaakt. Het strekt het Amerikaansch
bestuur niet tot eer dat het in dezen niet flink doortastend durft
optreden.
In de "Manilla Times" die ons Maandagmorgen toegezonden werd, stond
een groot artikel aan mrs. Catt en mij gewijd, waarin de hoofden
van verschillende departementen van onderwijs en maatschappelijke
instellingen werden verzocht om ons in onze onderzoekingen zooveel
mogelijk behulpzaam te zijn, zoodat wij bij ons oordeel over het
een en ander over juiste gegevens konden beschikken. Ook werden
wij aangespoord om overal waar wij leemten of fouten meenden te
ontdekken, dit aan de betrokken hoofden mede te deelen, omdat hier vele
instellingen nog in proefstadium verkeeren. De geheele week brachten
wij door met daags allerlei soort hospitalen, kloosters, doofstommen-
en blinden-instituut, fabrieken en andere instellingen te bezien,
terwijl wij 's middags of 's avonds een tea, een diner, een bal, een
tuinfeest of iets dergelijks bij een of andere Amerikaansche familie
of in een der vele clubgebouwen, waarin de Amerikanen zoo sterk zijn,
bijwoonden. Onze dagen zijn geheel bezet en aan 't eind der week hadden
wij reeds een goeden kijk op de Amerikaansche wereld in Manilla en op
de wijze hoe die zich hier het leven aangenaam en nuttig weet te maken.
Aan het eind van dit schrijven wil ik nog even gewagen van het groote
openlucht concert dat hier elken dag bij goed weder, van 5 tot 7
uur, door het Manilla-orkest, bestaande uit 80 Philippino-mannen,
ook onder een Philippino-dirigent gegeven wordt. Dit orkest heeft
in 1904 op de St. Louis-tentoonstelling de eerste prijs behaald, en
sedert noemt het zich "het beste orkest van de wereld". Mijne lezers
mogen gerust een beetje twijfel koesteren omtrent deze uitspraak,
maar ontegenzeggelijk is het waar, dat de Philippino's zeer musicaal
zijn en deze musicaliteit is gedurende drie eeuwen onder Katholieken
en Spaanschen invloed aangekweekt.
Na zoolang van goede muziek verstoken te zijn geweest, vonden wij twee
het soms een groot genot een uurtje rustig op een der vele banken te
zitten luisteren naar hetgeen ons hier geboden werd.