Van Bandoeng naar Djokjakarta is een lange, warme, stoffige reis in
de overigens comfortabele wagens van de Staatsspoorwegen. De overgang
van de Padangsche Regentschappen in de Vorstenlanden kenmerkte zich op
meer dan eene wijze. Vooreerst toch onderscheidt zich de Soendaneesche
bevolking opvallend van de Javaansche. De Soendaneesche vrouwen en
mannen, hoewel, althans volgens mijne Europeesche begrippen, ook niet
bedeeld met uiterlijk schoon, zijn toch nog Venussen en Adonissen,
vergeleken bij hunne Javaansche zusters en broeders. De Javanen, ik
bedoel natuurlijk dat soort, dat wij op de wegen zien, zijn niet alleen
leelijk, doch bezitten ook een minder geciviliseerd voorkomen dan wij
tot dusver van de andere inlandsche bevolking in onze koloniën gezien
hebben. De vrouwen dragen hare dikke, lange haren niet netjes gekamd en
opgestoken, hare sarongs en kabajaas zien er donker en onfrisch uit en
de dikke siripruim tusschen de lippen voltooit den echt onbeschaafden
indruk, dien zij verwekken. De mannen staan uiterlijk niets hooger.
Een ander groot verschil tusschen de Soendaneesche en de Javaansche
vrouw is ook, dat deze laatste werkt. Men ziet hier in midden-Java
minstens even zoovele vrouwen op het land werken als mannen. Ook op
de passars treft men de vrouwen als verkoopsters en koopsters en op
de wegen ziet men even zoovele zwaar-bepakte vrouwen als mannen. Het
is duidelijk, dat hier weder mannen en vrouwen beiden werken. Mij
werd verteld, dat de Javaansche vrouw, ook de gehuwde, in eigen
onderhoud voorziet.
De thee- en vooral de kina-ondernemingen, die wij in de Preanger
zoo veelvuldig zagen, missen wij in de Vorstenlanden. Zij hebben
plaats gemaakt voor uitgestrekte velden met suikerriet, die in
uitgestrektheid wedijveren met de rijstvelden. Het schijnt juist tijd
te zijn van het overplanten der rijst, een eentonig, ongezond werk,
dat bijna uitsluitend door vrouwen geschiedt. De fijne rijstsprietjes,
die eerst op een beperkt veld in dichte bossen opschoten, worden nu
een voor een op een kleinen afstand van elkander onder water in de
voren geplant. De vrouwen staan daarvoor voorover gebukt tot over
de enkels in het water, in de eene hand een bos sprieten houdende,
met de andere een voor een het sprietje zijn plaats gevende. Ook als
de rijst rijp is, wordt zij door vrouwenhanden geplukt.
In Djokja werden wij door mevrouw Ter Horst--De Boer aan het
station ontvangen, die voor goede kamers in het hotel Mataram
gezorgd had. Eenige leden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht
hadden voor ons ieder een vaas geurende orchideeën in onze kamers
geplaatst. Ik moest den volgenden morgen eerst naar Magelang,
alwaar mevrouw Schriecke, toen de sociëteitszaal voor dat doel werd
aangeboden, een vergadering voor vrouwenkiesrecht voor dien avond had
uitgeschreven. Magelang is voornamelijk bevolkt, voor zoover het de
Europeesche bevolking betreft, door militairen, en aangezien wij voor
de zaak, waarvoor wij strijden, van de zijde der militairen slechts
bij uitzondering instemming vinden, was de verwachting van de opkomst
van het publiek en van het winnen van leden voor de vereeniging niet
bijster groot. Ik had evenwel gemeend, dat ik de zoo laat tot mij
gekomen uitnoodiging toch niet mocht afslaan, in elk geval moest
probeeren ook in Magelang een paar zaadjes te strooien, in de hoop,
dat er vroeg of laat hier of daar nog wel een tot groei en ontwikkeling
kon komen. De vergadering was dan ook niet druk bezocht, doch het
gelukte toch, niettegenstaande den sterken tegenstand door een debat
van hardnekkige anti's, nog ongeveer dertig aanwezigen te overtuigen,
dat spoedige invoering van vrouwenkiesrecht noodzakelijk is en zij van
die overtuiging konden doen blijken door als leden onzer vereeniging
toe te treden, waarmede zij ons in onze taak in Nederland steunen.
Ik moest den volgenden morgen reeds weder vroeg afreizen en kon om
die reden niet meer helpen de afdeeling Magelang in elkaar te zetten,
doch mevrouw Schriecke heeft die taak op zich genomen en in betere
handen kon ik die gewis niet achterlaten
Onder mijn gehoor in Magelang bevond zich ook de Regent van daar. Deze
hoogst-beschaafde en zuiver Hollandsch sprekende man liet zich na de
vergadering aan mij voorstellen. Hij vertelde mij, 't geen ik reeds
meer gehoord had doch steeds was het weder tegengesproken, dat de
Javaansche vrouw het kiesrecht onder dezelfde voorwaarden als de man
bezit. Beiden oefenen dit recht echter alleen uit bij de verkiezing
van dessahoofden. Het is verbonden aan grondbezit. Nu zijn de meeste
vrouwen op volwassen leeftijd gehuwd en hebben dan geen eigen bezit,
zoodat vrouwelijke kiezers zeldzaam zijn, maar toch komen zij in
bijna elke dessa voor. De Regent had in zijn dessa twee vrouwen die
kiezers waren en die bij eene verkiezing nooit ontbraken. Dus ook de
Javaansche vrouw is hare Nederlandsche zusters in dezen voor! Wordt
het niet beschamend?
Hoe gaarne had ik den volgenden morgen even een bezoek gebracht
aan het Instituut van den heer en mevrouw Van der Steur, dat in
Magelang gevestigd is. Hoe verdienstelijk die menschen zich maken,
door de opvoeding van vele honderden kinderen op zich te nemen,
kinderen van Europeesche vaders en inlandsche moeders, kunnen alleen
zij beseffen die hier 'n beetje zich hebben vertrouwd gemaakt met de
ongelukkige positie waarin die arme slachtoffers van de in concubinaat
levende ouders verkeeren. Door de opvoeding van die kinderen, waarvan
anders niets zou terecht komen, op zich te nemen, verplichten zij de
maatschappij op onbetaalbare wijze aan zich.
Toen ik om tien uur met den trein in Moentilan aankwam, stond mrs. Catt
mij daar reeds met een auto te wachten, waarmede zij van Djokja was
gekomen en waarmede wij nu samen 'n bezoek zouden brengen aan den
tempel van Boro Boedoer en aan dien van Tjandi Mendoet.
Het is mij onmogelijk om van de Boro Boedoer, dit eeuwenoude monument
eene beschrijving te geven. Elke beschrijving van dit meesterstuk
van beeldhouwkunst uit de 8e eeuw, dat ons een beeld geeft van wat
de Javaan in dat voor hem gouden tijdperk op kunstgebied vermocht,
zou aan de waarheid te kort doen. De Buddhistische of Hindutempel
overtreft in grootte en schoonheid alle dergelijke tempels in Ceylon en
Britsch-Indië. Deze soliede, pyramidale tempel, uit blokken lavasteen
gebouwd, waarbij noch cement, noch pilaren of bogen gebruikt zijn om
het geheel samen te houden, is een van de wonderen der wereld. Het is
vreemd dat dit toonbeeld van menschelijk kunnen niet door aardbevingen
of door de beeldverwoestende Mohammedanen verwoest is geworden,
zooals toch bijna overal elders de Hindu en Boeddhatempels door de
Mohammedanen verwoest werden, zoodra zij er de macht toe kregen. Zou
ook vroeger hier het Mohammedanisme reeds doortrokken zijn geweest
van Hinduïsme en Boeddhisme?
Maar niet alleen de tempel is imposant, ook de omgeving waarin
hij staat. Toen ik boven op den top van dezen kolossus zat en
mijn blik liet dwalen over het uitgestrekte panorama, toen had ik
een stuk Oostersch leven voor mij, zoo imponeerend, dat het mij
onwillekeurig aan het droomen bracht. Het voerde mijn geest terug
naar de interessante tijden van het verleden. In mijne verbeelding
zag ik daar die duizenden pelgrims over de, tot aan den top met
palmen begroeide bergen komen, om steeds weder op nieuw de hulde
en dankbaarheid te betuigen aan de honderden steenen afgodsbeelden,
waarvan elk een zittenden Boeddha voorstelt, den man die hun gebracht
heeft innerlijken vrede.
Na de Boro Boedoer vallen, als van zelf sprekend, alle andere ruïnes
van tempels, die wij op onzen tocht bezochten, zeer in de schaduw en
toch is de tempel van Tjandi Mendoet, op eenige mijlen afstand van de
Boro Boedoer gelegen, ook een zeer merkwaardig monument en een bezoek
overwaard. Van de tempels in het laagland van Parambanan gelegen, die
wij den volgenden morgen een bezoek brachten, is door aardbevingen
en door den tand des tijds te weinig intakt gebleven om door gewone
stervelingen nog genoegzaam geapprecieerd te kunnen worden. Er is juist
zooveel van staan gebleven, dat men nog even den indruk krijgt van
de groote macht van het kunnen in dien tijd en van de groote offers
in geld en tijd en geestelijke en lichamelijke inspanning, die deze
menschen voor hunne godsvereering over hadden. Ook al die tempels waren
opgebouwd uit blokken lavasteen, die eenvoudig op elkaar gestapeld
werden, zonder dat zij door eenig cement aan elkaar verbonden waren.
Een bezoek aan een pandjeshuis in Djokja, door een Chinees
gehouden, deed ons nog eens sterk sprekend de waarde beseffen van
den regeeringsmaatregel om langzamerhand al deze instellingen in
onze koloniën onder Gouvernementsbeheer te brengen. Wat een enorm
verschil in onkosten, doch vooral in zekerheid voor den inlander, dat
hij zijne pandstukken terug krijgt, bestond tusschen deze Chineesche
onderneming en een dergelijke onder Gouvernementsbeheer.
Op de kweekschool van inlandsche onderwijzers, waarvan de
vóór-opleidingsschool vooral eene model-inrichting mag genoemd worden,
zaten ook twee Javaansche meisjes. Deze twee schrander uitziende
persoontjes, konden niettegenstaande hare gebrekkige vóór-opleiding
en de minder gunstige voorwaarden waaronder zij het onderwijs mochten
volgen, toch zeer goed met de mannelijke leerlingen wedijveren. Ook
hier weder ontvangen de jongens onderwijs, kost en inwoning--en dit
laatste zeer goed--vrij, benevens eene maandelijksche toelage van
f 10,-, terwijl de meisjes voor dit alles zelf moeten zorgen. Ik
haast mij echter hieraan toe te voegen, dat onder dezen directeur
van onderwijs met dit meten met twee maten langzamerhand gebroken zal
worden en de toekomstige meisjesleerlingen ook tegemoetkoming in de
te maken kosten zullen ontvangen,
Een groote teleurstelling trof ons hier. Er zou Zondagavond een
gamelan en dansavond in de Kraton plaats hebben, door den sultan
gearrangeerd voor den resident en zijne logees. De resident was goed
genoeg om ook ons in deze uitnoodiging te betrekken, maar op den dag,
dat het feest zou plaats vinden, sterft een van de 153 kleinkinderen
van den sultan. Als men bedenkt dat deze oude sultan achtereenvolgens
drie wettige vrouwen heeft gehad en een bescheiden aantal bijwijven,
die hem te zamen eenige honderden kinderen schonken, waarvan nog over
de 70 in leven zijn en dat die kinderen hem nu reeds met 153 nog in
leven zijnde kleinkinderen vereerden, dan is het licht te begrijpen
dat Kratonfestiviteiten nog al eens in de war gestuurd worden door den
onverwachten dood van een dier nakomelingen. Ik vond het heel jammer,
dat die prinses op zoo'n ongelegen oogenblik het leven verliet,
een leven echter, dat voor een in de Kraton geboren prinses, naar
onze Westersche begrippen althans, niet anders dan een doelloos,
monotoon en in vele gevallen hoogst treurig bestaan kan zijn geweest.
Geheel anders als het leven in de Kraton voor de daarin geboren
prinsessen, is het leven van de vrouwen in het huis van den Prins Paku
Alam. Ik verheug mij zeer dit interessante gezin te hebben leeren
kennen. Niet alleen de prins en zijn oom, doch ook alle prinsessen,
zuster en nichten van den prins spreken onberispelijk Hollandsch,
benevens eenige vreemde talen. Zij konden zich even goed met mrs. Catt
in het Engelsch, als met mij in het Hollandsch onderhouden. In
deze jeugdige prinsesjes begroette ik de moderne Javaansche vrouw,
meisjes van het slag van Karthini, die niets liever zouden willen dan
zichzelf te ontwikkelen, om deze ontwikkeling dienstbaar te maken tot
verheffing harer Javaansche zusters. Zou de schrijfster van Hilda van
Suylenburg wel gedacht hebben, dat zij hier, in het midden van Java,
zulke lieve, jonge, hooge vereersters vindt in de prinsessen van het
huis van Paku Alam?
Niet weinig was ik verrast, toen ik Maandagavond in de vergadering voor
vrouwenkiesrecht, die door een zeer talrijk publiek werd bijgewoond,
onder de aanwezigen ook den prins met vier prinsessen aantrof en
dat ik met mijne voordracht ook het hart dezer lieve hoorsters
trof. Behalve de vier prinsessen waren ook de beide Javaansche
adspirant-onderwijzeressen van de kweekschool onder mijn gehoor,
voor wie ook, hetgeen zij hoorden, niets bovennatuurlijks was. Ook
deze meisjes betuigden mij later hare instemming met het gehoorde. Dat
het Indische publiek ontvankelijk is voor rechtvaardigheid en gaarne
genegen is de strijd voor vrouwenkiesrecht in Nederland te helpen
steunen, getuige wel, dat na mijne voordracht 81 der aanwezigen
als leden tot de vereeniging toetraden. Nog deze week zullen deze
leden een bestuur uit hun midden kiezen en de Djokja'sche ledengroep
der Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht gaan vormen. Aan de flinke
voorbereiding van deze vergadering, door de dames Ter Horst en
Lokhorst, is dit prachtig resultaat voorzeker te danken.
Mevrouw Ter Horst maakt zich op velerlei wijze verdienstelijk in
Java. Een van de meest sprekende is wel de permanente tentoonstelling
van vrouwenarbeid, waarmede zij een tweeledig doel bereikt. Eensdeels
houdt zij daarmede de oude Indische kunstindustrie staande en
anderdeels verschaft zij daarmede aan vele vrouwen werk, omdat
de zaken, op die tentoonstelling aanwezig, alle aangekocht kunnen
worden. In dit artistiek ingerichte lokaal zagen wij menig stuk zeer
mooi batikwerk, houtsnijkunst, leerbeschildering, graveerwerk, enz.
Djokja, zoo in het midden van Java gelegen, gaf ons menige gelegenheid
om het echte Javaansche volksleven van nabij te leeren kennen.
Ook de temperatuur, die hier alleen midden op den dag erg warm is,
is overigens zoo heerlijk, dat men zich geen aangenamer kan denken;
zoodat, alles te zamen genomen, de zes dagen, die wij in Djokja
doorbrachten, mede behooren tot de zeer interessante en zeer aangename,
die wij in onze koloniën sleten.