VI.

Van Bandoeng naar Djokjakarta is een lange, warme, stoffige reis in

de overigens comfortabele wagens van de Staatsspoorwegen. De overgang

van de Padangsche Regentschappen in de Vorstenlanden kenmerkte zich op

meer dan eene wijze. Vooreerst toch onderscheidt zich de Soendaneesche

bevolking opvallend van de Javaansche. De Soendaneesche vrouwen en

mannen, hoewel, althans volgens mijne Europeesche begrippen, ook niet

bedeeld met uiterlijk schoon, zijn toch nog Venussen en Adonissen,

vergeleken bij hunne Javaansche zusters en broeders. De Javanen, ik

bedoel natuurlijk dat soort, dat wij op de wegen zien, zijn niet alleen

leelijk, doch bezitten ook een minder geciviliseerd voorkomen dan wij

tot dusver van de andere inlandsche bevolking in onze koloniën gezien

hebben. De vrouwen dragen hare dikke, lange haren niet netjes gekamd en

opgestoken, hare sarongs en kabajaas zien er donker en onfrisch uit en

de dikke siripruim tusschen de lippen voltooit den echt onbeschaafden

indruk, dien zij verwekken. De mannen staan uiterlijk niets hooger.

Een ander groot verschil tusschen de Soendaneesche en de Javaansche

vrouw is ook, dat deze laatste werkt. Men ziet hier in midden-Java

minstens even zoovele vrouwen op het land werken als mannen. Ook op

de passars treft men de vrouwen als verkoopsters en koopsters en op

de wegen ziet men even zoovele zwaar-bepakte vrouwen als mannen. Het

is duidelijk, dat hier weder mannen en vrouwen beiden werken. Mij

werd verteld, dat de Javaansche vrouw, ook de gehuwde, in eigen

onderhoud voorziet.

De thee- en vooral de kina-ondernemingen, die wij in de Preanger

zoo veelvuldig zagen, missen wij in de Vorstenlanden. Zij hebben

plaats gemaakt voor uitgestrekte velden met suikerriet, die in

uitgestrektheid wedijveren met de rijstvelden. Het schijnt juist tijd

te zijn van het overplanten der rijst, een eentonig, ongezond werk,

dat bijna uitsluitend door vrouwen geschiedt. De fijne rijstsprietjes,

die eerst op een beperkt veld in dichte bossen opschoten, worden nu

een voor een op een kleinen afstand van elkander onder water in de

voren geplant. De vrouwen staan daarvoor voorover gebukt tot over

de enkels in het water, in de eene hand een bos sprieten houdende,

met de andere een voor een het sprietje zijn plaats gevende. Ook als

de rijst rijp is, wordt zij door vrouwenhanden geplukt.

In Djokja werden wij door mevrouw Ter Horst--De Boer aan het

station ontvangen, die voor goede kamers in het hotel Mataram

gezorgd had. Eenige leden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht

hadden voor ons ieder een vaas geurende orchideeën in onze kamers

geplaatst. Ik moest den volgenden morgen eerst naar Magelang,

alwaar mevrouw Schriecke, toen de sociëteitszaal voor dat doel werd

aangeboden, een vergadering voor vrouwenkiesrecht voor dien avond had

uitgeschreven. Magelang is voornamelijk bevolkt, voor zoover het de

Europeesche bevolking betreft, door militairen, en aangezien wij voor

de zaak, waarvoor wij strijden, van de zijde der militairen slechts

bij uitzondering instemming vinden, was de verwachting van de opkomst

van het publiek en van het winnen van leden voor de vereeniging niet

bijster groot. Ik had evenwel gemeend, dat ik de zoo laat tot mij

gekomen uitnoodiging toch niet mocht afslaan, in elk geval moest

probeeren ook in Magelang een paar zaadjes te strooien, in de hoop,

dat er vroeg of laat hier of daar nog wel een tot groei en ontwikkeling

kon komen. De vergadering was dan ook niet druk bezocht, doch het

gelukte toch, niettegenstaande den sterken tegenstand door een debat

van hardnekkige anti's, nog ongeveer dertig aanwezigen te overtuigen,

dat spoedige invoering van vrouwenkiesrecht noodzakelijk is en zij van

die overtuiging konden doen blijken door als leden onzer vereeniging

toe te treden, waarmede zij ons in onze taak in Nederland steunen.

Ik moest den volgenden morgen reeds weder vroeg afreizen en kon om

die reden niet meer helpen de afdeeling Magelang in elkaar te zetten,

doch mevrouw Schriecke heeft die taak op zich genomen en in betere

handen kon ik die gewis niet achterlaten

Onder mijn gehoor in Magelang bevond zich ook de Regent van daar. Deze

hoogst-beschaafde en zuiver Hollandsch sprekende man liet zich na de

vergadering aan mij voorstellen. Hij vertelde mij, 't geen ik reeds

meer gehoord had doch steeds was het weder tegengesproken, dat de

Javaansche vrouw het kiesrecht onder dezelfde voorwaarden als de man

bezit. Beiden oefenen dit recht echter alleen uit bij de verkiezing

van dessahoofden. Het is verbonden aan grondbezit. Nu zijn de meeste

vrouwen op volwassen leeftijd gehuwd en hebben dan geen eigen bezit,

zoodat vrouwelijke kiezers zeldzaam zijn, maar toch komen zij in

bijna elke dessa voor. De Regent had in zijn dessa twee vrouwen die

kiezers waren en die bij eene verkiezing nooit ontbraken. Dus ook de

Javaansche vrouw is hare Nederlandsche zusters in dezen voor! Wordt

het niet beschamend?

Hoe gaarne had ik den volgenden morgen even een bezoek gebracht

aan het Instituut van den heer en mevrouw Van der Steur, dat in

Magelang gevestigd is. Hoe verdienstelijk die menschen zich maken,

door de opvoeding van vele honderden kinderen op zich te nemen,

kinderen van Europeesche vaders en inlandsche moeders, kunnen alleen

zij beseffen die hier 'n beetje zich hebben vertrouwd gemaakt met de

ongelukkige positie waarin die arme slachtoffers van de in concubinaat

levende ouders verkeeren. Door de opvoeding van die kinderen, waarvan

anders niets zou terecht komen, op zich te nemen, verplichten zij de

maatschappij op onbetaalbare wijze aan zich.

Toen ik om tien uur met den trein in Moentilan aankwam, stond mrs. Catt

mij daar reeds met een auto te wachten, waarmede zij van Djokja was

gekomen en waarmede wij nu samen 'n bezoek zouden brengen aan den

tempel van Boro Boedoer en aan dien van Tjandi Mendoet.

Het is mij onmogelijk om van de Boro Boedoer, dit eeuwenoude monument

eene beschrijving te geven. Elke beschrijving van dit meesterstuk

van beeldhouwkunst uit de 8e eeuw, dat ons een beeld geeft van wat

de Javaan in dat voor hem gouden tijdperk op kunstgebied vermocht,

zou aan de waarheid te kort doen. De Buddhistische of Hindutempel

overtreft in grootte en schoonheid alle dergelijke tempels in Ceylon en

Britsch-Indië. Deze soliede, pyramidale tempel, uit blokken lavasteen

gebouwd, waarbij noch cement, noch pilaren of bogen gebruikt zijn om

het geheel samen te houden, is een van de wonderen der wereld. Het is

vreemd dat dit toonbeeld van menschelijk kunnen niet door aardbevingen

of door de beeldverwoestende Mohammedanen verwoest is geworden,

zooals toch bijna overal elders de Hindu en Boeddhatempels door de

Mohammedanen verwoest werden, zoodra zij er de macht toe kregen. Zou

ook vroeger hier het Mohammedanisme reeds doortrokken zijn geweest

van Hinduïsme en Boeddhisme?

Maar niet alleen de tempel is imposant, ook de omgeving waarin

hij staat. Toen ik boven op den top van dezen kolossus zat en

mijn blik liet dwalen over het uitgestrekte panorama, toen had ik

een stuk Oostersch leven voor mij, zoo imponeerend, dat het mij

onwillekeurig aan het droomen bracht. Het voerde mijn geest terug

naar de interessante tijden van het verleden. In mijne verbeelding

zag ik daar die duizenden pelgrims over de, tot aan den top met

palmen begroeide bergen komen, om steeds weder op nieuw de hulde

en dankbaarheid te betuigen aan de honderden steenen afgodsbeelden,

waarvan elk een zittenden Boeddha voorstelt, den man die hun gebracht

heeft innerlijken vrede.

Na de Boro Boedoer vallen, als van zelf sprekend, alle andere ruïnes

van tempels, die wij op onzen tocht bezochten, zeer in de schaduw en

toch is de tempel van Tjandi Mendoet, op eenige mijlen afstand van de

Boro Boedoer gelegen, ook een zeer merkwaardig monument en een bezoek

overwaard. Van de tempels in het laagland van Parambanan gelegen, die

wij den volgenden morgen een bezoek brachten, is door aardbevingen

en door den tand des tijds te weinig intakt gebleven om door gewone

stervelingen nog genoegzaam geapprecieerd te kunnen worden. Er is juist

zooveel van staan gebleven, dat men nog even den indruk krijgt van

de groote macht van het kunnen in dien tijd en van de groote offers

in geld en tijd en geestelijke en lichamelijke inspanning, die deze

menschen voor hunne godsvereering over hadden. Ook al die tempels waren

opgebouwd uit blokken lavasteen, die eenvoudig op elkaar gestapeld

werden, zonder dat zij door eenig cement aan elkaar verbonden waren.

Een bezoek aan een pandjeshuis in Djokja, door een Chinees

gehouden, deed ons nog eens sterk sprekend de waarde beseffen van

den regeeringsmaatregel om langzamerhand al deze instellingen in

onze koloniën onder Gouvernementsbeheer te brengen. Wat een enorm

verschil in onkosten, doch vooral in zekerheid voor den inlander, dat

hij zijne pandstukken terug krijgt, bestond tusschen deze Chineesche

onderneming en een dergelijke onder Gouvernementsbeheer.

Op de kweekschool van inlandsche onderwijzers, waarvan de

vóór-opleidingsschool vooral eene model-inrichting mag genoemd worden,

zaten ook twee Javaansche meisjes. Deze twee schrander uitziende

persoontjes, konden niettegenstaande hare gebrekkige vóór-opleiding

en de minder gunstige voorwaarden waaronder zij het onderwijs mochten

volgen, toch zeer goed met de mannelijke leerlingen wedijveren. Ook

hier weder ontvangen de jongens onderwijs, kost en inwoning--en dit

laatste zeer goed--vrij, benevens eene maandelijksche toelage van

f 10,-, terwijl de meisjes voor dit alles zelf moeten zorgen. Ik

haast mij echter hieraan toe te voegen, dat onder dezen directeur

van onderwijs met dit meten met twee maten langzamerhand gebroken zal

worden en de toekomstige meisjesleerlingen ook tegemoetkoming in de

te maken kosten zullen ontvangen,

Een groote teleurstelling trof ons hier. Er zou Zondagavond een

gamelan en dansavond in de Kraton plaats hebben, door den sultan

gearrangeerd voor den resident en zijne logees. De resident was goed

genoeg om ook ons in deze uitnoodiging te betrekken, maar op den dag,

dat het feest zou plaats vinden, sterft een van de 153 kleinkinderen

van den sultan. Als men bedenkt dat deze oude sultan achtereenvolgens

drie wettige vrouwen heeft gehad en een bescheiden aantal bijwijven,

die hem te zamen eenige honderden kinderen schonken, waarvan nog over

de 70 in leven zijn en dat die kinderen hem nu reeds met 153 nog in

leven zijnde kleinkinderen vereerden, dan is het licht te begrijpen

dat Kratonfestiviteiten nog al eens in de war gestuurd worden door den

onverwachten dood van een dier nakomelingen. Ik vond het heel jammer,

dat die prinses op zoo'n ongelegen oogenblik het leven verliet,

een leven echter, dat voor een in de Kraton geboren prinses, naar

onze Westersche begrippen althans, niet anders dan een doelloos,

monotoon en in vele gevallen hoogst treurig bestaan kan zijn geweest.

Geheel anders als het leven in de Kraton voor de daarin geboren

prinsessen, is het leven van de vrouwen in het huis van den Prins Paku

Alam. Ik verheug mij zeer dit interessante gezin te hebben leeren

kennen. Niet alleen de prins en zijn oom, doch ook alle prinsessen,

zuster en nichten van den prins spreken onberispelijk Hollandsch,

benevens eenige vreemde talen. Zij konden zich even goed met mrs. Catt

in het Engelsch, als met mij in het Hollandsch onderhouden. In

deze jeugdige prinsesjes begroette ik de moderne Javaansche vrouw,

meisjes van het slag van Karthini, die niets liever zouden willen dan

zichzelf te ontwikkelen, om deze ontwikkeling dienstbaar te maken tot

verheffing harer Javaansche zusters. Zou de schrijfster van Hilda van

Suylenburg wel gedacht hebben, dat zij hier, in het midden van Java,

zulke lieve, jonge, hooge vereersters vindt in de prinsessen van het

huis van Paku Alam?

Niet weinig was ik verrast, toen ik Maandagavond in de vergadering voor

vrouwenkiesrecht, die door een zeer talrijk publiek werd bijgewoond,

onder de aanwezigen ook den prins met vier prinsessen aantrof en

dat ik met mijne voordracht ook het hart dezer lieve hoorsters

trof. Behalve de vier prinsessen waren ook de beide Javaansche

adspirant-onderwijzeressen van de kweekschool onder mijn gehoor,

voor wie ook, hetgeen zij hoorden, niets bovennatuurlijks was. Ook

deze meisjes betuigden mij later hare instemming met het gehoorde. Dat

het Indische publiek ontvankelijk is voor rechtvaardigheid en gaarne

genegen is de strijd voor vrouwenkiesrecht in Nederland te helpen

steunen, getuige wel, dat na mijne voordracht 81 der aanwezigen

als leden tot de vereeniging toetraden. Nog deze week zullen deze

leden een bestuur uit hun midden kiezen en de Djokja'sche ledengroep

der Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht gaan vormen. Aan de flinke

voorbereiding van deze vergadering, door de dames Ter Horst en

Lokhorst, is dit prachtig resultaat voorzeker te danken.

Mevrouw Ter Horst maakt zich op velerlei wijze verdienstelijk in

Java. Een van de meest sprekende is wel de permanente tentoonstelling

van vrouwenarbeid, waarmede zij een tweeledig doel bereikt. Eensdeels

houdt zij daarmede de oude Indische kunstindustrie staande en

anderdeels verschaft zij daarmede aan vele vrouwen werk, omdat

de zaken, op die tentoonstelling aanwezig, alle aangekocht kunnen

worden. In dit artistiek ingerichte lokaal zagen wij menig stuk zeer

mooi batikwerk, houtsnijkunst, leerbeschildering, graveerwerk, enz.

Djokja, zoo in het midden van Java gelegen, gaf ons menige gelegenheid

om het echte Javaansche volksleven van nabij te leeren kennen.

Ook de temperatuur, die hier alleen midden op den dag erg warm is,

is overigens zoo heerlijk, dat men zich geen aangenamer kan denken;

zoodat, alles te zamen genomen, de zes dagen, die wij in Djokja

doorbrachten, mede behooren tot de zeer interessante en zeer aangename,

die wij in onze koloniën sleten.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 97 / 133 题