I.

Toen wij 's morgens om 6 uur arriveerden, lag de stad nog in nachtelijk

duister, de straatlantaarns gaven alleen eenig licht. Wij konden

nu zien, hoe de stille straten van een Oostersche stad er bij nacht

uitzien. Langs den geheelen weg van het station tot het hotel, minstens

20 minuten rijden, lagen de menschen langs den huizenkant buiten

te slapen. Soms, waar wij wat nauwere straten hadden te passeeren,

ging het rijtuig dwars tusschen de slapende Bombayers door. Het is

natuurlijk dat soort menschen, dat 's morgens "zijn bed opneemt en

gaat wandelen", menschen, die waarschijnlijk geen woning hebben en

er ook de behoefte niet aan gevoelen. Want ook wanneer deze menschen

een woning hadden, zouden zij tehuis geen zachtere slaapplaats kiezen.

Het hotel, Taj Mahalhotel, waarin wij intrek namen, wordt het grootste

hotel van de wereld genoemd. Het is zeer zeker waard even vermeld

te worden. Het is een navolging van de Taj Mahal-tempel in Agra,

waarover ik later zal spreken, als wij daar geweest zijn. Een rijke

Parsee heeft in dit hotel een groot deel van zijn kapitaal gestoken,

omdat hij Bombay de eer wilde geven, het beste hotel van de wereld te

hebben. Ik geloof niet, dat hij daarin geslaagd is, ook al omdat het

Oostersche klimaat niet toelaat de luxe aan te brengen, die men in

vele groote Europeesche hotels vindt. Hoe het zij, het is een zeer

mooi en comfortabel hotel, met prachtig uitzicht, zoowel op de zee

als op de stad.

De stad Bombay is de meest Europeesche stad, die men zich denken

kan. Als men de native town, het gedeelte, waar de Oosterlingen

wonen en hunne winkels hebben, er buiten laat, dan kon deze stad

even goed ergens in Duitschland of Frankrijk of Engeland liggen,

als juist hier. Het is een stad met mooie moderne gebouwen, breede,

ruime straten, groote pleinen met standbeelden, tuinen en parken;

het geheel geeft den indruk een welvarende stad te zijn, die goed

en zindelijk beheerd wordt. Wij maakten denzelfden middag van

onze aankomst een rijtoer van eenige uren om een indruk van de

stad te krijgen en gaven hier en daar ons visitekaartje met een

introductiebrief af, bij personen, waarvoor wij eene aanbeveling

ontvangen hadden. Reeds denzelfden avond ontvingen wij een bezoek

van een Engelsche lady-doctor, die ons velerlei inlichtingen gaf.

Den volgenden morgen brachten wij het allereerst een bezoek aan de

native town, waar wij haast verblind werden door de helle kleuren, door

mannen en vrouwen beide gedragen. Mannen met blauwe, bruine of witte

beenbekleeding (geen broeken) met emerald vesten en roode, groene of

goudgele turbans. Vrouwen met kersroode, hardrose of zeegroene zijden

doeken, waarin zij van hoofd tot voeten gewikkeld zijn, waarvan de

randen rondom met een gouden band zijn afgewerkt. Men beweert, dat

er meer dan 40 dialecten alleen in dat stadsdeel gesproken worden.

Des middags gingen wij datgene in Bombay zien, waarvoor de meeste

toeristen alleen Bombay bezoeken en er een dag verblijven. Ik wil

den lezer waarschuwen, dat ik nu over griezelige dingen ga schrijven,

dingen, die griezelig zijn als men er over leest, doch als men ze ziet,

dan verdwijnt het afschuwelijke er van voor een groot deel.

Zooals men weet, verbranden de Boeddhisten en Hindoe's hunne lijken,

doch overal, waar wij tot nog toe waren, vertelde men ons, dat daarvoor

niet een bepaalde plaats bestond, elke familie verbrandde het lijk

van zijn naastbestaande ergens dicht bij een stroom of ergens in een

bosch, zoodat wij daarvan niets konden zien. Hier in Bombay hebben de

Hindoe's hun verbrandplaats en daarheen begaven wij ons. Men moet om

toegelaten te worden eene aanbeveling medebrengen en die bezaten wij.

Iets somberders dan deze plaats, waar het lichaam voor de laatste

maal heengeleid wordt, is niet denkbaar. Het is niet anders dan een

groote, langwerpig-vierkante ruimte, omgeven door kale muren. Op

verschillende plaatsen stonden vier ijzeren stangen, twee aan twee

tegenover elkander. Tusschen deze ijzeren stangen wordt het hout

opgestapeld en het lijk gelegd. Verder eenige houten banken, waarop de

familieleden kunnen rusten, onderwijl het lijk van hun naastbestaande

verbrand wordt. Dat is alles. Wij zagen een vuur branden, doch

het lijk was reeds verteerd. Toen wij daarnaar stonden te kijken,

kwamen op eens eenige in het wit gekleede mannen de poort binnen, die

een nieuw lijk brachten. Het was het lijk van een volwassen mensch,

dat geheel in een wit laken gehuld, op twee palen gebonden, door 8

mannen op de schouders naar binnen gedragen werd. Daar werd het van

de palen verwijderd, daarna het hout opgestapeld, het lijk er tusschen

gelegd..... Wij hadden er genoeg van gezien, ons verbeeldingsvermogen

kon het verder wel uitwerken. De man, die ons rondgeleidde, vertelde,

dat voor lijken van rijke menschen echt sandelwood gebruikt wordt,

zoodat het vuur soms drie- à vierhonderd rupees kost. De asch der

verbrande lijken wordt in de meeste gevallen aan de vier windstreken

prijsgegeven, door sommige familieleden wordt zij verzameld en naar

Benares opgestuurd om in den heiligen Ganges geworpen te worden.

Hier op deze verbrandplaats was zoo duidelijk te kennen gegeven, dat de

Hindoe niet de minste waarde hecht aan het omhulsel van den mensch. De

ziel is alles en die heeft natuurlijk reeds lang het doode lichaam

verlaten en is in een ander levend wezen overgegaan. Dat is hun geloof.

Van deze trieste plaats gingen wij naar de plaats waar de Parsees

hunne lijken brengen. Laat mij vooraf mededeelen, wie de Parsees

zijn. Het zijn de oorspronkelijke bannelingen uit Perzië, die ruim

acht eeuwen geleden in Indië kwamen en eerst toen Indië onder Britsche

heerschappij kwam, tot welvaart en ontwikkeling konden komen. In het

algemeen gesproken, zijn zij de intelligentste van de rassen hier. Niet

alleen de mannen, maar ook de vrouwen en dochters der Parsees zijn

hoogst ontwikkelde personen, die de universiteiten alhier bezoeken en

in de verschillende vakken promoveeren. Niettegenstaande hun aantal

betrekkelijk klein is, in Bombay, waar zij voornamelijk wonen, zijn

er nog geen 50.000, wordt toch feitelijk deze stad geheel door hen

beheerd. Alle groote financieele en commercieele ondernemingen gaan

van hen uit, alle mooie, groote paleizen worden door hen bewoond. Ook

in den gemeenteraad vormen zij verreweg de meerderheid en voor alle

groote functiën worden zij aangewezen. Geen enkele philantropische

of wetenschappelijke instelling kan bestaan, als de Parsee-prinsen

er niet hun goedkeuring en hun financieelen steun aan schenken.

Deze Parsees zijn Zoroasters, zij aanbidden zon, maan, aarde, lucht

en vuur. In hun tempels, waarin niemand, die geen Parsee is, wordt

toegelaten, brandt eeuwig een vuur. Dat vuur aanbidden zij, zooals

zij buiten den tempel zon en maan, aarde en lucht aanbidden. Zij zijn

van meening, dat zij hunne dooden niet kunnen begraven, omdat zij dan

de aarde verontreinigen zullen; door ze te verbranden, ontheiligen

zij 't vuur en zoo hebben zij er wat anders op bedacht. Maar laat

mij den lezer langzaam op het komende voorbereiden. Het rijtuig

bracht ons langzaam een mooi begroeiden heuvel op, vanwaar wij een

prachtig uitzicht op de zee en op de stad onder ons hadden. Voor

een poort gekomen, hield de koetsier halt en wees ons naar binnen

te gaan. Nadat wij onze introductie vertoond hadden, gingen wij

een eind door een prachtige allee met in bloei staande boomen en

kwamen toen in een wondervollen bloementuin. Een intelligente man,

daarvoor waarschijnlijk aangewezen, ging met ons rond en wees ons

op al het schoone, vooral op de zeer mooie vergezichten, die men op

menige plek genieten kan. Het eenige wat in dezen tuin hinderde,

was het onophoudelijk gekrijsch van de honderden roofvogels boven

ons. Wij mochten niet verder gaan dan tot op een zekere plek,

"de Vaarwelhoek" genaamd. Niemand mag dien hoek overschrijden, ook

de Parsees niet. Alleen de wachters van de torens, "de Torens van

Stilzwijgen", hebben daartoe het recht. Die torens van stilzwijgen

waren van die plek geheel te zien. Er zijn er vijf. Het zijn ronde,

tien à vijftien meter hooge, van boven open, torens, met slechts ééne

opening, de deuropening. De randen van die torens zitten rondom vol

groote gieren, wachtende op hun prooi. Als er geen epidemie heerscht

komen er dagelijks twee à drie lijken. Tot aan den Vaarwelhoek wordt

het lijk door de familieleden gebracht, daar nemen de wachters van de

torens van stilzwijgen het in ontvangst, de familieleden verwijderen

zich, of gaan bidden in den tempel van den tuin en het lijk wordt

in een der torens van stilzwijgen neergelegd. Nauwelijks hebben de

gieren de torendeur hooren kraken of met snellen wiekslag zijn allen,

die niet reeds tevoren op de randen zaten te wachten, aangevlogen,

om den prooi in ontvangst te nemen. In minder dan twee uren, soms niet

meer dan in een uur, hebben deze roofdieren het lijk geheel opgegeten,

niets dan het zuiver afgekloven skelet is overgebleven. Door de heete

zonnestralen worden deze beenderen in een paar dagen geheel gedroogd en

daarna tot asch verbrand. Het geheele proces, zooals het daar plaats

vindt, werd ons in een klein toestel aanschouwelijk voorgesteld. Op

deze wijze meenen de Parsees dat zij voldoen aan het wijze woord: "Uit

asch zijt gij opgebouwd en tot asch zult gij wederkeeren." Het komt mij

voor, dat alleen de beenderen op die wijze tot asch wederkeeren, maar

op zoo'n kleinigheid moet men niet letten. Het mag vreemd schijnen,

dat wij op deze plaats niet zoo somber gestemd werden als op de

verbrandplaats der Hindoe's. De prachtige omgeving nam al het sombere

en het griezelige hier weg. Trouwens, als men zijn gevoel een oogenblik

het zwijgen oplegt, het verstand alleen laat spreken, dan vraagt men

zich af, is er tusschen deze wijze van handelen en het begraven der

lijken wel zoo'n groot verschil? Wat hier bijna zichtbaar geschiedt,

het opeten der lijken, geschiedt onder den grond op minder snelle

wijze toch ook. Wij denken daaraan niet en doordat wij het niet zien,

stellen wij ons, hetgeen met de lijken die wij begraven geschiedt,

anders voor. Als hier die gieren niet zoo luidruchtig hunne vreugde

te kennen gaven als er voedsel voor hen in aantocht is, en niet zoo

zichtbaar op hun prooi zaten te wachten, zou het minder wreed lijken.

Maar genoeg over deze griezeligheden, ik ga nu slapen en zal morgen

vervolgen.

10 Februari. Gistermorgen vonden wij een invitatie voor een tea,

ten huize van een der dames, voor wie wij een introductie hadden en

waar wij den eersten dag ons kaartje hadden afgegeven. Ook vond ik een

briefje van dr. Benzon, om in het hospitaal, waarvan zij de directrice

is, te komen, om eenige belangrijke operaties bij te wonen. Daar

toog ik dus alleen op af en vond bij aankomst dr. Benzon met hare

drie assistenten met de eerste operatie reeds vrij ver gevorderd.

Het betrof een twaalfjarig meisje, bij wie uit de okselholte eenige

zeer groote tuberculeuze klieren werden weggenomen. De tweede operatie

gold 'n vrouw bij wie een tumor uit den buik verwijderd werd.

Toen die operaties afgeloopen waren, had dr. Benzon nog lust en tijd

mij in haar geheel hospitaal zelf rond te leiden en eenige belangrijke

ziektegevallen te wijzen.

Dit Kama-hospitaal voor vrouwen is meer dan een kwart eeuw

geleden door den heer Kama gesticht, vandaar zijn naam, doch is

later door het gouvernement overgenomen en is nu dan ook een

gouvernements-instelling en de daaraan verbonden doktoren en

verpleegsters, regeeringsambtenaren. Dr. Benzon, die aan het

hoofd staat, is een Engelsche, die in Londen gestudeerd heeft,

hare drie assistenten zijn hier geboren, zij hebben ook hier in

Bombay gestudeerd en haar doctorstitel gehaald. In Bombay is een

zeer goede medische school voor studenten van beiderlei sekse. Tal

van Indische meisjes studeeren hier, zoodat langzamerhand de Hindu-,

Parsee-, Mohammedaansche en andere vrouwen nergens meer van medische

hulp verstoken behoeven te blijven. Het Kama-vrouwenhospitaal is een

inrichting met honderd bedden, die altijd alle in gebruik zijn, zoodat

spoedig een vergrooting kan worden tegemoet gezien. Het is in alles een

up-to-date hospitaal, waarvoor door de regeering geen geld gespaard

en dat door de vrouwen-doktoren onberispelijk beheerd wordt. Ik ben

benieuwd te zien, wat equivalent ik voor deze inrichting op Java zal

vinden; in hoeverre onze regeering aan de zieke Javaansche vrouwen

gelegenheid geeft door vrouwelijke doktoren behandeld te worden.

Dr. Benzon had ook eene uitnoodiging voor de tea, waarheen wij ons

om vijf uur zouden begeven. Zij sprak met mij af, dat zij ons met

haar automobiel zou komen halen, zoodat wij gezamenlijk konden gaan

en zij ons aan eenige interessante personen kon voorstellen. En daar

kwam nu datzelfde fijne persoontje, dat 's morgens eenige belangrijke

operaties had verricht, 's middags eenige drukke consult-uren voor

private patiënten had gehad, om vijf uur ons halen, gekleed in een

geborduurd wit japonnetje met een hoed met lange witte veeren, er

uitziende als de meest vrouwelijke vrouw, die men zich denken kan.

De dame, die ons had uitgenoodigd voor de tea, is eene der

voornaamste Engelsche vrouwen hier. Zij is niet alleen de leidster

in de Engelsche society-wereld, zij is tevens de persoon, die tal

van goede hervormingen hier tot stand brengt. Zoo heeft zij onder

meer eene overbrugging bewerkt tusschen de vrouwen uit de Parsee-,

Hindoe- en Mohammedanenwereld en de Engelsche vrouwen. Zij is heel

voorzichtig begonnen de vrouwen uit die verschillende groepen bijeen

te brengen en thans kan men op hare tea's de interessantste vrouwen

uit die kringen vinden. Voor ons was het een waar oogengenot,

die Purdah-partij bij te wonen. Purdah beteekent gordijn. Vroeger

vond men op de Purdah-partijen altijd een gordijn, waarachter de

Mohammedaansche vrouwen zaten en diegenen onder de andere vrouwen,

die niet door andere mannen dan hun eigen familieleden gezien mochten

worden. Langzamerhand hebben de vrouwen uit de hooge kringen deze

gewoonte afgelegd, zij vertoonen zich nu openlijk en ongesluierd in

de kringen, doch de naam Purdah-partij is behouden gebleven en heeft

nu alleen de beteekenis, dat er alleen vrouwen uit alle godsdiensten

en geen mannen tegenwoordig zijn. Wij maakten er kennis met een paar

Indische prinsessen, meisjes naar schatting 15 en 17 jaar oud, klein

en teer gebouwd, gekleed in zulke schitterende Indische kleeding

en met zulke prachtige edelsteenen, dat het alle beschrijving te

boven gaat. Er was een vrouw van een Maharatja, en er waren tal van

vrouwen uit de schatrijke Parsee-wereld en van de toonaangevende

Hindoe's en Mohammedanen. En onder al dezen de elite uit de Engelsche

ambtenaarskringen. Dan eens warrelden dezen allen in bonte mengeling

dooreen, dan weder zetten zij zich op de hoefijzervormig geplaatste

stoelenrijen om een oogenblik te luisteren naar de muziek en zang, door

eenige Engelsche en een paar Indische dames ten beste gegeven. Een

der Indische dames bespeelde een echt Indisch instrument, een

cither, en gaf daarop echt Indische muziek te hooren. Ik heb nooit

te voren zoovele kostbare gewaden en edelgesteenten bijeen gezien

en nooit zoovele vreemde damescostuums als gistermiddag. Er was een

Mohammedaansch meisje met rood satijnen broek, de pijpen van onder

bijeen gebonden door 'n gouden band, waaruit de kleine voetjes in

gouden muiltjes coquet te voorschijn kwamen. Daarover droeg zij van

ragfijn rosezijde, geheel met goud doorwerkt, een overkleed, dat,

als bij alle andere dames, altijd eindigde in een soort van sluier,

die van achter over het hoofd ging en daarop met een groote parel

bevestigd was. Zij was een Mohammedaansche. Er waren een paar zusjes,

die hun lichaam alleen in een zacht crème zijden, met goud geborduurden

langen doek of sarong gewikkeld hadden, die ook al weder op het hoofd

in een soort sluier eindigde, waarmede de bleek-bruine gezichtjes

met de groote zwarte oogen en lange wimpers prachtig omlijst werden.

Maar meer dan al die mooie vrouwen in hun prachtige gewaden te zien,

interesseerde het ons om met velen van hen te spreken. Velen van

hen hadden aan een der vijf universiteiten in Indië gestudeerd en

een doctorstitel in een der faculteiten behaald met geen ander doel

dan hun kennis te verrijken. Enkelen van hen gebruikten de verworven

kennis ten behoeve van het algemeen. Onder deze vrouwen vonden wij

die volkomen op de hoogte van de vrouwenbeweging in de andere deelen

van de wereld waren en daarmede geheel instemden. Ook hier waren

alle rechten die deze vrouwen thans genieten, niet zonder strijd

verkregen. Een oude voorvechtster in deze hervormingen ontmoetten

wij er in de 70-jarige mrs. Sirinbai Maneckji Cursetji, de zuster van

den man, die het Kama-hospitaal voor vrouwen tot stand bracht. Toen

ik dit door jicht bijna dubbelgevouwen oud moedertje vroeg, hoe lang

zij reeds voor de rechten der Indische vrouwen streed, antwoordde

zij, "van af het oogenblik dat ik loopen en praten kon, heb ik mij

verzet tegen de achterstelling van de vrouw bij den man, en later

heb ik voor de gelijkstelling van beide seksen met pen, woord en daad

gestreden." Zij vertelde ons dat haar geheele familie feministen waren

en dat alleen om ons te ontmoeten, zij dien middag bij lady Graeves

gekomen was. Want zij zat midden in allerlei drukte, omdat vandaag

een harer kleindochters ging trouwen, met al de ceremoniën die de

Parsees daaraan verbinden. Ik liet mij ontvallen dat ik zoo heel

graag zulke ceremoniën eens zou bijwonen en onmiddellijk antwoordde

zij: dan zult gij beiden een uitnoodiging om die te komen bijwonen,

ontvangen, alhoewel voor de geheele huwelijksplechtigheid overigens

geheel alleen de naaste familieleden een invitatie ontvangen. En

zoo gaan wij dan hedenmiddag eerst een tea bij dr. Benzon bijwonen,

alwaar wij eenige vrouwen zullen spreken, die ons omtrent den stand

van het vrouwenvraagstuk in Indië geheel op de hoogte kunnen brengen

en vandaar gaan wij naar de Parseebruiloft.

Over dit alles en 't geen wij van ochtend deden in een volgend

schrijven.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 73 / 133 题