Voor menschen, die niet zoo heel ver van huis een echt orientaalsch,
primitief volk willen leeren kennen en die tegelijkertijd van een
eigenaardig natuurschoon willen genieten, is een reis, zooals ik die
maakte, zeer zeker te recommandeeren. Men moet er dan echter wat meer
tijd voor nemen, overal langer blijven en wanneer het reisgezelschap
uit mannen alleen, of uit mannen en vrouwen bestaat, geen dragoman
nemen. Deze menschen, die zich, wat van zelf spreekt, zeer gewichtig
willen maken en den indruk willen wekken, dat men zonder hen geen voet
in Arabië zou kunnen verzetten, maken niet alleen de reis onnoodig
duur, maar maken de reizigers lui. "De dragoman vertelt het ons wel,"
"de dragoman weet dat wel," enz., doen den reiziger verzuimen, zijn
Baedeker of andere reisgids na te slaan en zelf uit te vinden wat
hij weten wil. Bovendien, neemt zoo'n man voor elken kleinen tocht
een rijtuig, betaalt hooge fooien, zendt den reiziger naar de winkels
en magazijnen, waarvan hij procenten trekt, alles op kosten en zeer
hooge kosten van de reizenden. Wel maakt men tevoren met zoo iemand
een contract, waarin alles staat, wat hij voor een zekere som te doen
heeft, maar men vergeet natuurlijk honderden kleinigheden en die worden
dan later nog eens extra in rekening gebracht. Met een dragoman ziet
men in korten tijd veel meer dan anders het geval zou zijn, maar het
geziene maakt niet zoo'n blijvenden indruk, omdat het te vluchtig
gaat en niet verwerkt kan worden. Juist door eerst nauwkeurig na te
lezen wat er in elke plaats voor belangrijks te zien is en dan zelf
de wegen na te gaan, hoe er 't best te komen, is reeds oorzaak, dat
men van alles veel meer geniet en beter in zich opneemt. Er worden
dan wel eens fouten gemaakt en wel eens verkeerde wegen ingeslagen,
maar die verhoogen dikwijls het genoegen van de reizigers.
Men moet niet denken, dat een dragoman zich als ondergeschikte van
zijn gezelschap gevoelt, hij treedt veel meer als de leider, het
hoofd van het gezelschap op. Onze dragoman, die een goede in zijn
soort is, vertelde ons direct den eersten dag, dat wij hem niet als
een gids moesten beschouwen, hem ook vooral niet zoo mochten noemen,
maar, dat hij mr. Barakat was, die op zich genomen had ons door een
zeker deel van Arabië te voeren, de hotels en rijtuigen voor ons te
bestellen en ons te geleiden naar alles wat bezienswaardig is. En dat
program heeft hij stipt uitgevoerd. Wij hebben dan ook geen oogenblik
tijd gehad om hospitalen of scholen of andere sociale inrichtingen
te bezoeken, waarin wij belangstellen, want die stonden niet op zijn
program; als ik eens een morgen of een dag wilde uitbreken, om op
eigen gelegenheid naar zulke inrichtingen te gaan, dan was het steeds,
dat wij, volgens hem, dien morgen of dien dag het merkwaardigste van
de heele reis zouden gaan zien en dat ik dat dan verzuimen zou. Zijn
program eens te wijzigen, daarvan was nooit sprake, hij kende zijn
les van buiten, draaide die achter elkaar elken dag af en mocht door
onze abnormale wenschen niet in de war gebracht worden. Op Baedeker
was hij heelemaal niet gesteld, en als ik nu en dan eens beweerde,
dat Baedeker een andere verklaring gaf, dan was Baedeker verkeerd,
dat boek wist er niets van, als ik Baedeker meer dan hem geloofde,
dan had ik zonder dragoman moeten reizen, en vooral als zijn prijzen
met die in Baedeker niet overeenstemden, dan was hij over "dat boek"
heelemaal niet te spreken.
Als ik dezen tocht nog eens zou overmaken, dan zou ik het in het late
voorjaar willen doen, in April, Mei of Juni, omdat dan het landschap
oneindig veel zal winnen door de bloemenkleur en -geur, die er dan veel
meer dan in het late najaar zullen zijn; dan zou ik vier of vijf weken
er voor willen nemen en dan zou ik niet per rijtuig, maar te paard
of op een ezel het land willen doorreizen. Voor dit laatste zijn de
wegen beter geschikt en het is meer in overeenstemming met de omgeving.
Wij zijn nu veertien dagen in Arabië en in al dien tijd hebben wij
niet kunnen uitvinden hoe de oorlogstoestand van het land staat. Nooit
is een dag voorbij gegaan, waarin ik niet den een of anderen Turk
gevraagd heb, of er berichten van het oorlogsveld waren, en steeds
was het antwoord, dat meestal lachend gegeven werd: "Hoe zou ik dat
kunnen weten". Couranten ziet men hier niet; de Europeanen die hier
wonen, lezen Fransche of Engelsche bladen, die een paar weken oud
zijn, en de hier en daar verschijnende Arabische courant schijnt
zich met zulk een kleinigheid als de oorlogstoestand in eigen land
niet op te houden. Waarom zouden zij ook zulke berichten opnemen,
zij weten dat zij toch valsch of in elk geval schromelijk overdreven
zijn. Het laatste bericht van het oorlogsveld dat in deze streken
bekend werd, heeft overal in de dorpen zulk een opwinding teweeg
gebracht, dat men ernstig gevreesd heeft, dat er hier 'n burgeroorlog
tusschen Mohammedanen en Christenen zou door ontstaan zijn. Het
was een bericht, nu drie à vier weken oud, waarin vermeld werd,
dat de Italianen, geheel door de Turken verslagen zijn geworden,
dat de overwinning der Turken ergens, ik weet niet waar, want wij
krijgen hier ook geen couranten onder de oogen, een volkomene was
en dat de Italianen bij duizenden door de Turken in de zee gezwiept
zouden zijn. Het bleek natuurlijk later, dat dit bericht geheel onwaar
of in elk geval buiten de perken van welvoegelijk liegen overdreven
was. Beter geen berichten dan zulke berichten, zegt onze dragoman,
die zich trouwens van den geheelen oorlog niet veel aantrekt.
Toen wij gisteravond met den trein vele dorpen passeerden, waar
overal een ongewone drukte heerschte, vernam ik, dat de vele jonge
mannen, die allen trachtten met den trein mede te komen, jonge
Christen-Turken zijn, die hals over kop naar Amerika vertrekken, om
de kans te ontloopen, naar het oorlogsveld gestuurd te worden. In
Arabië, in dit deel van Turkije, is de oorlog met Italië niet
populair en wordt meer beschouwd als een oorlog tusschen Christenen
en Mohammedanen. Zou Turkije de overwinnaar zijn, dan zou daardoor de
toestand der Christenen in Turkije wel eens hachelijk kunnen worden,
zoo vreest men. Vroeger dienden in 't leger alleen Mohammedanen,
de regeering van Turkije heeft echter nu ook de Christenen en Joden
opgeroepen om in het leger dienst te doen.
Maar ook van de cholera in Jaffa weet men hier niets. Wij weten nu
na een week niets meer dan toen wij Jeruzalem verlieten, dat er
toen vier gevallen van cholera geconstateerd zijn en dat daarvan
drie personen overleden zouden zijn. Ook wisten wij toen, dat Jaffa
daarna besmet is verklaard en de booten, die naar Port Saïd gaan,
Jaffa niet aandoen en er niemand van uit Jaffa vertrekken kan,
zonder in het naastbijliggende dorpje of stadje een vijfdaagsche
quarantaine te ondergaan. Nergens heeft men ons verder iets naders
van den toestand in Jaffa kunnen berichten en zelfs wist men ons
hedenochtend in de verschillende kantoren van de stoomvaartlijnen hier,
in Beirut, geen nader bericht te geven dan dat van een week oud. Of
de cholera zich in Jaffa uitgebreid heeft, of dat het bij die vier
gevallen gebleven is, men weet er hier niets van, en toen ik vroeg
of men dan geen telegrafische berichten verspreidde, om het land op
de hoogte te houden van den werkelijken stand van zaken, vertelde
men mij, dat, toen er eenige maanden geleden in sommige streken van
Arabië de cholera heerschte, het gebleken is, dat de berichten, die
men uit die streken kreeg, geheel valsch waren. Zoo waren in een dorp
twee mannen belast met het begraven der cholera-lijken, waarvoor zij
per stuk betaald werden. In één week hadden zij drie lijken begraven;
dat vonden de heeren te weinig, om te reclameeren, en zij brachten
driestweg twintig gevallen in rekening. Er werd nu bericht, dat er op
zooveel zieken twintig sterfgevallen in één week voorgekomen waren, en,
alvorens de valschheid van deze opgave geconstateerd was geworden, had
het onware bericht reeds binnen- en buitenland bereikt. Deze weinige
staaltjes geven een kleine illustratie van de geloofwaardigheid van het
volk en tevens wat men van berichten uit zulk een land gelooven kan.
Men kan Arabië niet bereizen zonder zich vooraf voorzien te hebben
van een goede hoeveelheid insectenpoeder. Alle hotels schijnen alleen
bewoonde bedden te kunnen aanbieden. Al ziet alles er op het oog
nog zoo zindelijk uit, dan moet men toch niet vast erop rekenen,
dat men zijn bed niet met eenige andere levende wezens te deelen
heeft. Over het geheel genomen staat het hotelwezen hier nog op
een zeer laag peil. De weinige goede hotels, die er zijn, of laat
mij liever zeggen, die goed zouden kunnen zijn, zijn toch slecht,
omdat men zich er bedient van inboorlingen-bedienden, die geen flauw
begrip van zindelijkheid en goede bediening hebben, en die er zelf
altijd even onappetijtelijk uitzien. Nu kan men hier in den zomer
of in het late voorjaar zeer gemakkelijk met eigen tenten reizen en
daardoor de hotels vermijden, en dat wordt door Cook's gezelschappen
en andere zulke reizigersgroepen ook meestal gedaan.
Het onderwijswezen der Turken staat ook op een zeer laag standpunt. Ik
geloof niet, dat de regeering zich hier reeds bewust is, dat de
opvoeding der jeugd een regeeringszaak is. Het aantal analphabeten
onder de Mohammedanen is zeer groot. Ik weet niet of er statistische
opgaven van bestaan, maar ook, al zouden die bestaan, dan weten wij
vooraf, dat die ongeloofwaardig zijn. Toch zijn op vele plaatsen
scholen, soms zelfs goede scholen, doch die zijn door Duitschers,
Engelschen, Amerikanen, Franschen of Italianen gesticht. De meeste van
die scholen hebben een godsdienstig karakter en de onderwijs-gevenden
staan niet onder regeeringscontrôle. Iedereen kan hier een school
openen. Hier, in Beirût, is zelfs een Amerikaansch instituut voor
hooger onderwijs, dat na een vierjarige opleiding een doctor in de
medicijnen kant en klaar aflevert.
Een ding moet ik niet vergeten mede te deelen, ofschoon het ergens
anders misschien beter tusschen geplaatst zoude zijn. Wij zagen
herhaaldelijk in verschillende plaatsen in den bazaar, dat is
de plaats, waar alles verkocht en gekocht wordt, op de straat, of
in open winkeltjes, meel, boonen, erwten, enz. koopen; waren, die
per maat verkocht worden. De kooper mag dan zelf de maat vullen,
er zooveel in doen als hij er bij mogelijkheid kan instoppen, en
dan wordt met een rol de oppervlakte geëffend, zoodat die niet boven
den rand van de maat uitsteekt en daarna afgeleverd. Ze vertrouwen
elkaar dus ook niet heel erg, maar zijn zeer beleedigd, tenminste
volgens onzen dragoman, als vreemdelingen zeggen, of toonen, dat
zij de Turken niet erg vertrouwen. Men kan hier in geen winkel iets
koopen en den prijs betalen, die er voor gevraagd wordt. Minstens 50%
moet steeds worden afgedongen.
Toen wij Zaterdagavond laat in Beirût aankwamen, vernamen wij
reeds spoedig, dat de booten van de Khedivian-lijn, die Haïffa en
Jaffa aandoen, doch alleen om de mail af te geven en op te nemen,
geen passagiers in Port Saïd mogen landen, dat die tot Alexandrië
meegenomen moeten worden en daar een tweedaagsche quarantaine moeten
ondergaan. Dat er Dinsdagavond echter een boot van de Fransche
lijn van hier vertrekt, dat die in bovengenoemde havens niet stopt
en de passagiers in Port Saïd alleen een medisch onderzoek hebben
te ondergaan en daarna aldaar aan wal kunnen gaan. Daar wij allen
onze groote bagage in Port Saïd hadden laten staan en enkelen van
ons ook om andere redenen in die haven wilden landen, besloten wij,
tot Dinsdagavond hier te blijven, Beirût te zien en een paar rustige
dagen te hebben, alvorens wij in Egypte weder groote, nieuwe indrukken
opdoen.
Beirût is een zeer geschikte stad om eenigen tijd rustig door te
brengen. Het ligt aan de Middellandsche Zee en bezit een zeer zacht
en prettig aandoend klimaat. De zon is hier niet zoo heet als aan
de Riviera, maar ook is het hier niet zoo koud in de schaduw als
daar. De omgeving van de stad is schitterend mooi, alles ademt rust en
kalmte. Voor menschen en vooral voor kinderen met een zwakke gezondheid
is het verblijf in den winter hier, naar mijne meening, weldadiger
dan aan de Riviera. Blijft men aan den zeekant, dan is er geen stof
te duchten, alleen de landwegen zijn stoffig, maar niet zoo erg als
in de reeds genoemde streek. De stad is min of meer Europeesch, men
ziet hier bijna geen oriëntaalsche kleeding. Ook in de meeste winkels
kan men zich met de Fransche of de Engelsche taal verstaanbaar maken.
Wij gebruikten de paar dagen gedwongen rust om achterstallige
correspondentie af te doen en om verfrischt en krachtig aan boord
van het Fransche stoomschip te komen. Ofschoon wij wisten, dat de
boot eerst 's avonds om zes uur zou vertrekken, begaven wij ons toch
direct na de lunch reeds aan boord, om op de boot rustiger nog dan
in de stad van het mooie landschap rondom ons te profiteeren.
Als wij nu morgen vroeg geen oponthoud in Port Saïd hebben en men
ons zonder kunsten aan wal wil zetten, dan komen wij vroeg genoeg om
onze bagage uit het depôt te halen en nog denzelfden dag naar Caïro
te vertrekken. De geheele maand December blijven wij in Caïro.