Moest ik mijn vorigen brief eindigen toen pas den eersten dag van
het congres afgeloopen was, dezen kan ik nu gebruiken om na afloop
een overzicht te geven van het geheel. Niet in alle détails van de
discussiën behoef ik nu af te dalen, maar in groote trekken kan ik
mededeelen, over welke onderwerpen de discussiën geloopen hebben,
welke resultaten die gehad hebben en door wie er in hoofdzaak aan werd
deelgenomen. Over de feestelijkheden kan ik nu een overzicht geven,
zonder bij alles in den breede stil te staan. Dit neemt toch niet
weg, dat ik alle feestelijkheden even de revue laat passeeren en de
voornaamste punten aanstip.
Zoo was Maandagavond, den openingsavond van het congres, allen leden
een feest aangeboden in de ontvangstzaal van het Grand Hôtel Royal,
waar, ook al weder evenals in Amsterdam, eene cantate voor dit doel was
samengesteld, die gecomponeerd was en geleid werd door de 70-jarige
Elfrida Andree. Door de oude mevrouw Holmgren werd dien avond de
welkomstgroet uitgesproken in vier verschillende talen.
De Dinsdagavond mag geen feestavond genoemd worden, omdat dien
avond eene groote openbare vergadering gehouden werd in het
Operagebouw. Hoewel 't geen feestavond was, geloof ik toch, dat er
dien avond meer geestelijk genot gesmaakt werd, dan op een der andere
avonden. Door mrs. Chapman Catt werd de vergadering geleid en werden
de zes verschillende spreeksters bij het publiek geïntroduceerd. Dit
geschiedde op de haar eigen gepaste geestige, soms guitige wijze,
die ook niet weinig trots inhield om op één avond in een zoo ver
afgelegen land, zes zulke vrouwen, als deze zes spreeksters waren,
bij het publiek te kunnen inleiden. Terecht werd de vraag in een der
couranten geopperd, welke internationale mannenvereeniging kan op
één avond met zes zulke sprekers uitkomen?
Het eerst gaf zij het woord aan Helene Westermarck, uit Finland. Wie,
die een beetje in de wetenschappelijke wereld bekend is, is deze naam
niet eigen als van een goeden bekende. Hare ethnologische werken,
vooral haar werken over "het huwelijk bij alle volkeren", hebben
haar een onsterflijken naam bezorgd. Helene Westermarck sprak in het
Fransch. Meesterlijk is zij die taal machtig. Na eene uiteenzetting
van den toestand der vrouwen in Finland, met nadruk wijzende, hoe
die verbeterd werd sedert de vrouwen aldaar alle politieke rechten
bezitten, spoorde zij de tallooze menigte aan, om niet den strijd op te
geven, alvorens de vrouwen in alle landen van de bevoogding der mannen
bevrijd waren. Een eerbiedige hulde bracht zij aan al die vrouwen,
die, ieder in eigen land, den moed hebben getoond, dezen strijd aan
te binden en voor bespotting, verguizing en verkeerde beoordeeling
niet teruggeweken zijn.
Na haar kwam de ook in ons land alom bekende en geliefde Rosika
Schwimmer aan het woord. Zij bracht met haar luimige speech alle
aanwezigen telkens in een uitbundig gelach. Zij begon met het verhaal,
dat ganzenhoeders beweren, dat, wanneer zij de ganzen een zekere
grens niet willen laten overschrijden, zij dan een lijn trekken bij
die grens; de ganzen zullen dan nimmer over die lijn gaan. De vrouwen
vergeleek zij bij zulke ganzen. De mannen hadden voor haar een lijn
getrokken, waar het politieke leven begint en tot voor niet heel lang
hebben de vrouwen gemeend, die lijn niet te mogen overschrijden. De
reden, die de mannen daarvoor opgeven, komt in hoofdzaak daarop neer,
dat in de politiek het rijk der logica heerscht en dat vrouwen niet
logisch kunnen denken. Daarom hebben vrouwen eeuwen lang den kop
omgedraaid, zoodra ze aan de lijn kwamen, waar het rijk der mannen,
dat der politiek begint; in de laatste decennia evenwel hebben sommige
vrouwen den hals gerekt en eens over die lijn gekeken en gezien wat
daar in dat mannenrijk voorvalt. Spreekster behoorde ook tot die
nieuwsgierigen en nu toont zij met verschillende voorbeelden aan, wat
mannenlogica beteekent. Onbedaarlijk was het lachen toen zij vertelde
hoe o.a. in een canton in Zwitserland niet alleen de onderwijzeres
voor hetzelfde werk minder betaald wordt dan de onderwijzer, maar,
daar bij het salaris ook begrepen is, jaarlijks een zekere hoeveelheid
voeder voor de koe, die elke onderwijzer en onderwijzeres ontvangt
bij de aanstelling, de koe van de onderwijzeres slechts het halve
rantsoen krijgt van de hoeveelheid, die de koe van den onderwijzer
ten deel valt.
Na Rosika Schwimmer sprak Selma Lagerlöv. Deze pas met den Nobelprijs
voor letterkunde begiftigde vrouw, met een allerinnemendst, vriendelijk
gelaat, eene feministe pur sang, schetste de vrouw in het gezin,
beschreef den toestand in de gezinnen, waar de huisvrouw en moeder
gemist moet worden, en vroeg den mannen, hoe zij ooit hebben kunnen
meenen, dat het groote gezin van den staat goed beheerd kan worden,
wanneer de vrouwen daar tot medezeggenschap niet worden toegelaten.
Wij hadden reeds vernomen hoezeer deze Zweedsche schrijfster door haar
landgenooten vereerd wordt, en vooral, hoe lief het Zweedsche volk
haar heeft; nu waren wij getuigen, hoe in de overvolle operazaal,
waar op de gaanderijen het Zweedsche volk dicht opeengepakt zat en
stond, de geliefde landgenoote werd toegejuicht, welk een storm van
enthousiasme zij wist op te wekken.
Toen werd het woord verleend aan mevr. Philip Snowden, Engeland's
groote redenaarster. Het is moeilijk te zeggen, wat bij deze spreekster
het meest geroemd moet worden, de inhoud van haar speech of de wijze,
waarop die werd voorgedragen. Ook zij eindigde met hulde en dank te
brengen aan de pioniers in dezen strijd.
Dr. Anita Augspurg, uit Duitschland, bepleitte het kiesrecht voor
de vrouw op practische gronden. In Duitschland bleken er, na de
laatste volkstelling, van de 30 millioen vrouwen, die dat land telt,
10 millioen vrouwen te zijn, die in eigen onderhoud voorzien. Trekt
men van die 30 millioen alle meisjes en oude vrouwen af, dan blijkt,
dat meer dan de helft van alle vrouwen productieven arbeid verrichten,
en deze allen kunnen in de tegenwoordige omstandigheden, de tijd der
sociale wetgeving, niet langer zonder invloed op de regeering blijven.
Tenslotte sprak reverend Anna Howard Shaw. Allen, die deze vrouw
eens hebben hooren spreken, weten, dat het weergeven van den inhoud
harer rede tot de onmogelijkheden behoort. Ik zal het ook niet
beproeven. Zij sprak over het gebrek aan logica bij de mannen, en
bouwde hare satirieke rede op over het feit, dat de mannen overal de
vrouw de plaats willen aanwijzen, die zij moeten innemen, omdat God
de vrouw voor die plaats zou hebben bestemd. Als dat zoo was, zegt
rev. Shaw, dan zou God zelf er wel voor zorgen, dat zij binnen de
grenzen bleef, waarvoor Hij haar bestemd had. Een hen is niet bestemd
te zwemmen, daarom heeft zij ook geen zwemvliezen gekregen; nu zou
het toch te dwaas zijn, om een wet te maken, waarbij hennen verboden
werd te zwemmen. Zoo doen de mannen echter met de wetten voor de
vrouwen. Gedurende geruimen tijd hield zij de hoorders geboeid en aan
het slot werd zij van alle plaatsen met zakdoeken toegewuifd en dankte
men haar door onder daverend applaus van de zitplaatsen te rijzen.
Het was een in elk opzicht vruchtbare avond voor de propaganda van
het kiesrecht voor de vrouw; zeer zeker was er dien avond niemand
in de zaal, die niet van de noodzakelijkheid van de invoering ervan
overtuigd werd.
Woensdagavond was den talrijken vreemdelingen een feest bereid in
Skansen, het openluchtmuseum en de bekende uitspanningsplaats van
Stockholm. Ook dit was niet geheel een feestavond, omdat er om 7 uur
eerst van twee spreekgestoelten de steeds talrijke bezoekers op een
mooien zomeravond, werden toegesproken.
Onder de spreeksters was mevr. Drucker, uit Amsterdam, die haar rede
over vrouwenarbeid in het Fransch uitsprak. Het was daar 'n recht
genoeglijk feest, waarvan de gezelligheid verhoogd werd door de vele
vrouwenstudenten, die ons op hun vele studentenliederen vergastten.
Vrijdagavond gaf de Nationale Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht
in Zweden een diner in Hasselbacken en Zaterdagavond de afdeeling
Stockholm in Saltsjöbaden.
Bij het eerste diner zat niet alleen de burgemeester van Stockholm,
Carl Lindhagen, aan, maar ook de bisschop van de Luthersche kerk,
baron Carl Bonde, benevens vele andere hooggeplaatste mannen, die
aan de uitnoodiging gevolg hadden gegeven.
De bisschop opende de rij der sprekers en bleek een groot voorstander
van vrouwenkiesrecht te zijn. Het was zijn diepgevoelde overtuiging,
dat de tijd daarvoor reeds lang gekomen was en dat de regeeringen met
deze hervorming in geen enkel land te vroeg, doch in veel landen wel
te laat kunnen komen, Nederland behaalde dien avond een groot succes,
doordat mevr. Goudsmit, die namens de Nederlandsche delegatie de
tafelspeech hield, dit op zoo onverbeterlijke wijze deed, dat algemeen
de meening werd uitgesproken, dat de Hollanders, als altijd op zulke
congressen, de eer van hun land meesterlijk wisten op te houden.
Van het diner in Saltsjöbaden zal ik niets zeggen, maar ik moet even
aanstippen den heerlijken terugtocht door de Saltsjön, de baai van de
Baltische Zee. In drie booten werden de talrijke gasten om elf uur 's
avonds huiswaarts gebracht. Een fantastisch, mooi avondlicht bescheen
de, aan weerszijden met mooie villa's bebouwde, oevers. Het was een
van die mooie, zoele zomeravonden, waarop een ongeveer anderhalf uur
lange tocht op het water in een schilderachtig, mooie omgeving, een
eenig genot is. Ook Zondag was het weder buitengewoon mooi, en waren
er nog ruim 300 gasten, die, blijkbaar onvermoeid, nog deelnamen aan
den boottocht naar het kasteel Gripssholm. Bij dezen tocht maakten
wij kennis met de rivier Älar, en werden wij in drie uren langs een
hoogst schilderachtigen weg naar het doel onzer reis gebracht.
Dat de vele Hollandsche vertegenwoordigsters zich hier bij al deze
gelegenheden amuseerden en den vroolijken kant van onzen volksaard
toonen, is door de ons steeds omzwervende verslaggevers der couranten
niet onopgemerkt gebleven. Een der Zweedsche hoofdbladen berichtte
althans, dat de aanwezige Hollandsche dames het levendigste en
vroolijkste van allen en vlug als kwikzilver zijn.
Buiten de genoemde feestelijkheden gaven bovendien nog vele private
familiën diners, teas en recepties, waarbij soms 75 gasten tegelijk
werden uitgenoodigd.
Wij mogen hier niet verzuimen bij te voegen, dat op geheel onofficieele
wijze de Nederlandsche gezant, baron Van Welderen Rengers, en zijn
vrouw, alle Nederlandsche vertegenwoordigers eene uitnoodiging voor
een tea ten zijnen huize zond, waaraan door de meesten onzer is
gevolg gegeven.
Van de vele werkzaamheden, die gedurende deze week verricht werden,
wil ik de voornaamste alleen vermelden. Het waren voornamelijk de
bespreking van verschillende vragen. De eerste was: Hoe kunnen de
vrouwen, die het kiesrecht reeds bezitten, beter dan tot nu toe, hare
nog politiek onmondige zusters materiaal voor propaganda bezorgen,
valsche courantenberichten over hare handelingen tegenspreken, en de
internationale vrouwenkiesrechtbeweging steunen?
Fröken Vera Hjelt, de bekende inspectrice van den arbeid, uit Finland,
gaf als haar meening te kennen, dat de vrouwen-parlementsleden na
korte tusschenruimten een rapport moeten opmaken van alles wat door
vrouwen-parlementsleden in hun respectieve parlementen is voorgesteld,
op welke wijze het verdedigd werd en hoe die vrouwen spraken en
stemden over voorstellen, door anderen ingediend. Zij zelf had zulk
een rapport samengesteld over den parlementairen arbeid der vrouwen
in Finland, gedurende de jaren 1907-1911. Dit rapport stelde zij ten
dienste van de internationale beweging.
Door Nederland werd, bij monde van mej. J. C. van Lanschot
Hubrecht, voorgesteld, om, wanneer er in een land een wetsontwerp
voor vrouwenkiesrecht in het parlement aanhangig is, dat dan de
vrouwen, die het kiesrecht bezitten, hun respectieve regeeringen
zullen verzoeken om, evenals de regeering van Australië tegenover
Engeland heeft gedaan, van regeering tot regeering, de gevolgen van
de invoering van vrouwenkiesrecht in dat land mede te deelen.
De vraag: Door welke werkwijze heeft men het snelste het doel bereikt
en werd de propaganda het best gediend? gaf velen gelegenheid tot
discussie. Het behoeft niet gezegd te worden, dat Engeland hierbij
op de militante strijdwijze wees, die de Engelsche vrouwen nu weldra
het kiesrecht zal bezorgen, terwijl van alle andere zijden op zachtere
werkmethoden werd aangedrongen, doch bijna allen de overtuiging waren
toegedaan, dat de propaganda moet gebracht worden naar buiten en zich
niet moet beperken binnen vergaderzalen.
Over de vragen: Welk politiek werk hebben de vrouwen gedaan, in de
landen, waar zij het kiesrecht bezitten? In welke verhouding staan
zij tot de politieke partijen? Hoe worden zij door de politieke
partijen behandeld? Welken raad hebben zij andere landen te geven? werd
natuurlijk alleen het woord gevoerd door de vrouwen, die het kiesrecht
bezitten, en vooral door de aanwezige parlementsleden uit Finland.
Na de beantwoording van de eerste vragen was de unanieme raad,
dat de vrouwen, als zij het kiesrecht krijgen, zich voegen bij de
bestaande politieke partijen der mannen, doch, dat zij daarnaast
een of meer politieke vrouwenvereenigingen moeten, vormen, om de
bijzondere belangen der vrouwen te behartigen. Eerst als in de landen
volkomen gelijkstelling voor de wet van man en vrouw bereikt is,
kunnen politieke vrouwenvereenigingen misschien overbodig worden;
zoolang de gelijkstelling nog niet bestaat, moeten zij in het leven
geroepen en in stand gehouden worden.
Bij de vraag, op welke wijze kan de meeste invloed op leden van
het parlement uitgeoefend worden? gaf Engeland weder als zijn
meening te kennen en wist dit meesterlijk te verdedigen, dat men
de parlementsleden nimmer moest helpen in de Kamer te komen, want
dankbaarheid kent zoo'n lid niet; maar, dat men de tegenstanders wel
moest tegenwerken bij de verkiezingen, want vrees voor de tegenwerking
der vrouwen werkt het best. Zweden wilde heel goedig de beloften
van candidaten gelooven, en voor die het meest beloofden, het hardst
loopen. Toch hebben de Zweedsche vrouwen bij de laatste verkiezing
een invloedrijken tegenstander gewipt, door den heelen dag in zijn
district met een grooten wagen rond te rijden, die geheel beplakt
was met groote woorden: "Kiest mijnheer X. vooral niet."
Geen enkele vraag bracht echter zoovele tongen los als die: "Wat
moet de verhouding zijn van de vrouwenkiesrechtvereenigingen tot
de politieke partijen in hun land, daar waar zij het kiesrecht nog
moeten veroveren?"
Eenstemmig was men van meening, dat elke vereeniging van
vrouwenkiesrecht een volstrekt neutraal karakter moet dragen, vrouwen
van alle politieke, godsdienstige en maatschappelijke overtuiging
in zich moet kunnen opnemen en geen enkele politieke partij eenige
voorkeur moet toonen.
Nadrukkelijk werd er door de politiek ontvoogde vrouwen op gewezen,
dat men nog nergens het kiesrecht verkregen heeft van eene partij,
doch, dat het altijd overtuigde mannen uit de verschillende partijen
geweest zijn, die de invoering hebben mogelijk gemaakt.
Men was het er echter heelemaal niet over eens of niet de vrouwen
individueel zich bij de bestaande politieke partijen moesten aansluiten
en daar invloed trachten te verkrijgen. Werden aan den eenen kant
de vrouwen-leden van politieke partijen als gevaarlijke mede-leden
der vrouwenkiesrechtvereenigingen voorgesteld, omdat zij op een
gegeven oogenblik 't partijbelang boven het belang der gemeenschap,
dat snelle invoering van vrouwenkiesrecht eischt, zouden stellen,
aan den anderen kant wees men juist op den invloed, die men op de
mannen kon uitoefenen als mede-leden van een politieke partij, als
de vrouwen maar wisten en nooit vergaten, dat vrouwenkiesrecht boven
elk partijbelang moest gaan. Ook verkreeg men daardoor het voordeel,
dat de mannen zich al vast begonnen te gewennen aan het medespreken
der vrouw over politieke vraagstukken.
Het volgende congres zal in 1913 in Boedapest gehouden worden, doch
er zal, indien Weenen dat verlangt, een klein na-congres, bestaande
in een reeks van openbare vergaderingen in Weenen aan verbonden
worden. Gedurende de zittingen van het congres kwam de mededeeling,
dat in Zweden een Mannenbond voor Vrouwenkiesrecht was opgericht,
met aanvankelijk 40 leden, en den leider der liberale federatie en
lid van het parlement, den heer Beckman, als president.
Tevens werd medegedeeld, dat de bestaande mannenbonden zich
internationaal verbonden hebben tot 'n Internationalen Mannenbond,
die de vrouwenvereenigingen op alle wijzen hoopt te helpen.
Op verzoek van de Bulgaarsche delegatie werd aan de regeering van
Bulgarije 'n schrijven gericht, om bij de herziening van de Grondwet,
waarmede 23 Juni 1911 zal worden aangevangen, den vrouwen van Bulgarije
het kiesrecht, waarom zij vragen en waarvoor zij strijden, te willen
verleenen.
Ook aan de regeering van Portugal werd het verzoek gericht, om
alle andere vrouwen van Portugal, evenals dr. Angelo, politiek te
ontvoogden.
Een voorstel, om een internationale deputatie naar minister Asquith
te zenden, werd onder groote hilariteit afgestemd.
Maandag gaan nog vele leden een tocht naar Upsala ondernemen, waarvoor
een extra-trein is afgehuurd. Daar zullen zij door de aldaar bestaande
afdeeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht worden ontvangen, en
den geheelen dag haar gasten zijn. Dinsdag zal de laatste vergadering
van het uitvoerend bestuur (de bestuursleden met de presidenten der
aangesloten landen) plaats vinden en daarna vertrekken de meesten
weder naar hun landen of gaan nog uitstapjes in Zweden maken, om de
eigenaardige schoonheid van dit land nader te leeren kennen.
Namen in 1906 in Kopenhagen nog geen politiek ontvoogde vrouwen aan
het congres deel, bij het congres, in 1908 te Amsterdam gehouden,
waren reeds vrouwen uit Finland, Noorwegen en Australië aanwezig,
die het politieke kiesrecht bezitten. In Londen waren in 1909 eenige
leden van gemeenteraden en zelfs eene vrouwelijke wethouder onder
de gedelegeerden, doch nu, in 1911, telde het congres reeds vele
vrouwen onder de afgevaardigden, die in hun land lid van het parlement
zijn. Een volgend congres moet ten minste een vrouwelijke minister
brengen, wil de climax voortgaan. Professor Reuterskjöld, in Zweden,
die van meening is, dat de vrouwenkiesrechtbeweging reeds lang haar
hoogtepunt bereikt heeft en in alle landen in kracht en omvang afneemt,
zal zeker door dit congres wel van zijne kortzichtigheid overtuigd
zijn geworden.