Met zekeren schroom zend ik deze brieven, die als dagbladartikelen
bedoeld waren en door "De Telegraaf" gepubliceerd werden, thans in
boekvorm de wereld in. Nooit is bij het neêrpennen er van de gedachte
in mij opgekomen dat zij dien weg nog eenmaal zouden nemen. Eerst toen
ik in het land terug was en van zoo verschillende zijden het verzoek
tot mij kwam om die brieven te verzamelen en in boekvorm uit te geven,
ben ik daartoe schoorvoetend over gegaan.
Maar al te goed ben ik mij bewust dat er aan vorm en stijl veel
ontbreekt en dat zij flink onder handen hadden moeten worden genomen,
alvorens zij op nieuw gedrukt en uitgegeven werden. Daartoe ontbrak
mij de tijd. Doch ook indien ik aan het veranderen was begonnen,
zou ik de lust niet hebben kunnen weerstaan om in menige brief wat
uitvoeriger over verschillende punten uit te weiden en hier en daar
onderwerpen tusschen te voegen, die in dagblad-artikelen minder op hun
plaats waren. Daardoor zouden dan evenwel deze brieven, die nu reeds
zulk een grooten omvang bezitten, veel te uitgebreid zijn geworden.
Zooals men goede vrienden op de hoogte houdt van wat men ziet en
ondervindt op een langdurige reis door vreemde landen, zoo schreef
ik 's avonds, dikwijls na een vermoeienden dag, mijne wedervaringen
neder. Geen dag ging voorbij, waarop ik niet eenige uren aan dit
werk besteedde. Daardoor zijn het zuivere afdrukken geworden van de
indrukken die ik ontving.
Dat over de positie der vrouw in verschillende landen met voorliefde
gewag wordt gemaakt is heel verklaarbaar. De reisgidsen en meeste
beschrijvingen over de landen die wij bezochten, die mijne reisgezellin
en mij in handen kwamen, spreken over de vrouwen van het land niet
of slechts zeer oppervlakkig. Wij moesten daardoor zelf datgene
onderzoeken, wat ons het meeste belang inboezemde. Hieruit zou al van
zelf volgen dat dit bij het wedergeven van mijne indrukken dikwijls
op den voorgrond moest treden, maar ook omdat wij de positie dier
vrouwen in sommige gevallen eene verrassend gunstige vonden en in
alle Aziatische landen "het ontwaken der vrouw", haar strijd voor
verheffing, zoo duidelijk voor oogen zagen, kon ik mijne vreugde
daarover in mijne brieven niet onderdrukken.
Aan mijne reis door Afrika en Azië ging een zesweeksche tocht door
Zweden en rond de Noordkaap vooraf. Ik heb gemeend ook de brieven,
die ik daarover schreef, in dezen bundel te moeten opnemen; voor
mij zelve toch begon daarmede mijn reis en zijn zij daarom in deze
"Reisbrieven" te huis.
Aletta H. Jacobs.
HET ZESDE INTERNATIONALE CONGRES VAN DEN WERELDBOND VOOR
VROUWENKIESRECHT.
Stockholm, 12 Juni 1911.