Paulientje en hield hen alle drie krampachtig vastgekneld, als om
hen nooit meer los te laten. Wat gaf het nu, dat hun huis en hun
stad was verbrand, nu ze 't voor eeuwig verloren gewaande geluk van
haar gansche leven had teruggevonden! Hun huis zou weder worden
opgebouwd, hun stad zou uit haar puin verrijzen, en ook het gansche
Vaderland, het wreed-geteisterd, dierbaar Vaderland zou herleven,
herlèven!... Zij voelde 't eensklaps als een gloedgolf van hoop
en trots en liefde in haar opstijgen: zij voelde 't als een zegen
van lente en herleving, als het grootste en schoonste en hoogste,
dat zij ooit in haar leven gevoeld had.
EINDE.