„HET DANKBARE VOLK”.
Aan land gekomen, stapte de Prins in een open rijtuig, waarin Van Styrum
gezeten was en reed onder het gejubel der menigte naar 's-Gravenhage,
waar de vorst bij Van Styrum zijn intrek nam. Een ieder, die wilde,
mocht daar den vorst verwelkomen en de hand drukken. Gelukkiger
ontmoeting na jaren heeft wellicht nimmer plaats gehad, dan die van den
Prins van Oranje en het Nederlandsche volk op 30 Nov. 1813.
[Illustratie: LANDING VAN DEN PRINS TE SCHEVENINGEN.]
De vorst wilde reeds den 30 Nov. naar Amsterdam vertrekken, doch
hem werd dit afgeraden. De Russische generaal Benkendorf was met 2400
man en 6 kanonnen over de Zuiderzee naar Den Haag getrokken, na vooraf,
gelijk wij zagen, Muiden bemachtigd te hebben. In Den Haag bevonden
zich nu ook de Engelsche minister Lord Clancarty en de Pruisische
generaal Bulow. Den 1 Dec. hielden nu de Prins, Lord Clancarty, Von
Bulow en Benkendorf krijgsraad, waarin de militaire operatiën werden
vastgesteld en de Prins een proclamatie uitvaardigde, waarin hij
verklaarde:
„Al het verledene te vergeten en te vergeven” en hij het
Nederlandsche Volk opriep, „om zich met hem ter bevestiging
der onafhankelijkheid te vereenigen.”
Toen deze proclamatie te Amsterdam werd bekend gemaakt, vaardigde
Fannius Scholten er ook eene uit, waarin deze verklaarde, dat wij in den
Prins van Oranje niet „Willem den zesden” huldigden, van wien wij niet
wisten, wat wij van hem verwachten moesten, maar „Willem den Eersten”,
die evenals de vroegere Willem I, ons volk bevrijden zou van vreemde
heerschappij.
Napoleon toonde zich woedend, toen hij den afval van Holland vernam. Hij
dreigde het land aan den Oceaan prijs te geven, zond den bekwamen Carnot
naar Antwerpen, om de belegering dier vesting te leiden en eischte van
zijn troepen in België en de Nederlanden, om stand te houden.
Intusschen verklaarde Prins Willem van Oranje te Amsterdam de hem
aangeboden Souvereiniteit aan te nemen onder den waarborg eener
Constitutie, die de volksvrijheid tegen misbruik van gezag in toekomende
tijden zou beveiligen. Den 1en December 1813 werd de Prins nu te
Amsterdam tot Souverein vorst van Nederland uitgeroepen.
In weerwil van de lijdelijke houding van verschillende stedelijke en
gewestelijke besturen was dan toch, dank zij het kloeke en doortastende
optreden van enkele moedige mannen, de omwenteling in ons land tot
stand gekomen en daardoor aan de verbonden mogendheden een veldslag
uitgewonnen. Ook was daardoor de gemeenschap met Engeland hersteld en
aan de Gealliëerden de toegang tot Frankrijk aan de vlakke en dus minst
verdedigbare zijde gebaand.