EERSTE TOONEEL.

Een kamer in Battista's huis.

Lucentio, Hortensio en Bianca komen op.

LUCENTIO. Terug, gij veed'laar! Man, gij wordt te vrij!

Ontging u reeds de groet, waarmede u pas

Haar zuster Katharina heeft verfrischt?

HORTENSIO. Gij, twistziek schoolpedant! deez' jonkvrouw is

De schutsgeest van de harmonie der heem'len;

Laat mij alzoo den voorrang; hebben wij

Een uurtje aan muziek besteed, dan worde

Gelijke tijd aan 't lezen toegewijd.

LUCENTIO. Bekrompen weetniet, heeft het lezen u

Zelfs niet geleerd, waartoe muziek wel dient?

Is 't niet, om 's menschen geest wat te verfrisschen

Na diep gepeins, na 't zwoegen van den dag?

Erken dus 't voorgaan der philosophie,

En kom in 't rustuur met uw harmonie.

HORTENSIO. Sinjeur, gij tart mij steeds! dit duld ik niet!

BIANCA. Maar heeren, beiden doet gij me onrecht aan,

En twist, waar mijn keus toch alleen beslist;

Ik ben geen schoolkind, dat de roede ducht;

'k Wil aan geen uur of tijd gebonden zijn,

Maar neem mijn les zooals ikzelf verkies,

En ik beslecht den twist: hier zetten we ons:--

Neem gij uw speeltuig, tokkel midd'lerwijl;

Zijn les zal uit zijn, eer gij hebt gestemd.

HORTENSIO (tot Bianca). Gij houdt met lezen op, als ik gestemd heb?

(Hij gaat naar den achtergrond.)

LUCENTIO. Nooit, zou ik wenschen;--(Tot Hortensio.) stem dan

't instrument.

BIANCA. Waar zijn we laatst gebleven?

LUCENTIO. Hier, mejonkvrouw;

Hic ibat Simois, hic est Sigeia tellus;

Hic steterat Priami regia celsa senis.

BIANCA. Vertaal mij dit.

LUCENTIO. Hic ibat, zooals ik u reeds gezegd heb,--Simois, ik ben

Lucentio,--hic est, zoon van Vincentio van Pisa,--Sigeia tellus,

zoo verkleed om uw liefde te winnen;--hic steterat, en de Lucentio,

die naar uw hand staat,--Priami, is mijn dienaar Tranio,--regia,

die mijn rol speelt,--celsa senis, om den ouden verliefden gek om

den tuin te leiden.

HORTENSIO (terugkeerend.) Mejonkvrouw, 't speeltuig is gestemd.

BIANCA. Laat

hooren!

(Hortensio speelt.)

O foei, de discant is nog valsch.

LUCENTIO. Begin van nieuws af aan, man, stem nog eens.

(Hortensio gaat terug.)

BIANCA. Laat mij nu zien of ik 't vertalen kan.

Hic ibat Simois, ik ken u niet;--hic est Sigeia tellus, ik vertrouw

u niet; hic steterat Priami, pas op, hij hoore ons niet;--regia,

vlei u maar niet; celsa senis, doch wanhoop niet.

HORTENSIO. Jonkvrouw, 't is nu gestemd.

(Hij speelt eenige accoorden.)

LUCENTIO. De bas nog niet.

HORTENSIO. De bas is zuiver, bas gij maar zoo niet.--

Wat wordt die hond, die schoolvos, onbeschaamd!

De kerel, bij mijn ziel, hij maakt haar 't hof!

Pedascule, 'k houd u nog meer in 't oog!

BIANCA. 't Geloof kàn komen, maar ik twijfel nog.

LUCENTIO. O, twijfel niet;--(Hardop, daar Hortensio nadert.) geloof

me, Æacides

Is Ajax, naar zijn voorzaat zoo genoemd.

BIANCA. 'k Geloof 't, wijl gij mijn leeraar zijt; doch anders,

'k Verzeker u, ik hield mijn twijfel vol.

Maar 't zij dan zoo.--Thans Licio, tot uw dienst;--

Gij, goede meesters, duidt het mij niet euvel,

Dat ik zoo met u tweeën heb geschertst.

HORTENSIO (tot Lucentio). Ga gij maar wand'len; laat mijn les hier

vrij,

Want ik geef niet in trio's onderricht.

LUCENTIO. Zoo, eischt ge dat, heer?--Nu, 'k blijf in de buurt

En houd een oog in 't zeil, want naar ik denk,

Wordt onze fraaie musicus verliefd.

(Hij gaat ter zijde.)

HORTENSIO. Aleer gij, jonkvrouw, in de snaren grijpt

En op mijn wijs de vingerzetting leert,

Begin ik met het A B C der kunst;

De gamma leer ik u in korter tijd

En boeiender; ik ga meer recht naar 't doel,

Dan vóór mij ooit een man van 't vak het deed;

Hier hebt gij haar in keurig duid'lijk schrift.

BIANCA. Wel man, ik ben de gamma lang voorbij.

HORTENSIO. Leg toch die van Hortensio niet ter zij.

BIANCA (leest). Ut ben ik, Gamma--grond van elk accoord;

A re--zegg', welk een pijl Hortensio griefde;

B mi--Bianca, schenk me uw hart, uw woord;

C fa ut--Ach, ik leef slechts door uw liefde;

D sol re--Sleutel met een dubb'le noot;

E la mi--Ja is leven, weig'ring dood.

Is dit een gamma? die bevalt mij niet;

Ik houd mij liefst aan de oude en goede leerwijs,

En heb geen lust in dwaze nieuwigheid.

(Een Bediende komt op.)

BEDIENDE. Uw vader, jonkvrouw, vraagt, dat gij voor heden

Uw boeken rust geeft, en uw zusters kamer

Opsieren helpt voor 't bruiloftsfeest van morgen.

BIANCA. Vaartwel, mijn beste meesters, ik moet heen.

(Bianca en de Bediende af.)

LUCENTIO. Dan, jonkvrouw, heb ik ook geen grond tot blijven.

(Lucentio af.)

HORTENSIO. Maar ik heb grond, dien schoolvos na te speuren!

Hij ziet er uit, als waar' hij ook verliefd;--

Maar werpt gij zoo u weg, Bianca, dat

Ge uw dwalend oog op ieder lokaas slaat,

Dan strijk' met u wie wil; zijt gij zoo grillig,

'k Zoek elders heil, en gij wordt me onverschillig.

(Hortensio af.)

De getemde feeks · 第 12 / 30 题