VOORREDE.

Op verzoek van den Heer Van der Hoop eene korte voorrede voor dit werk

te schrijven, is voor mij eene aangename taak, omdat ik overtuigd ben,

daarmede bij de lezers een welkomen gast in te leiden.

De luchtvaart is nog altijd een onderwerp, dat algemeene belangstelling

geniet. Het geheimzinnige raadsel der menschelijke vlucht, dat eeuwen

lang de verbeelding heeft geprikkeld, is ook na zijne oplossing het

menschdom blijven boeien. De vliegende mensch, sierlijk en bevallig

zich een weg door de onmetelijke sferen banende, wekt nog altijd onzen

eerbied en onze bewondering voor dit schitterend voortbrengsel der

vruchtbare paring van menschelijk vernuft en menschelijken moed en

wellicht onbewust gevoelt de, in de bekoring van het uiterlijk

verschijnsel geboeide aanschouwer de innerlijke beteekenis van dezen

geweldigen voorwaartschen sprong op den weg van den vooruitgang. De

grootsche beloften, welke de razende motor in zijn gemoed doet

weerklinken, openen onmetelijke mogelijkheden aan het spel zijner

verbeelding.

Maar het is allerminst bij „verbeelding” gebleven. Een deel dier

mogelijkheden is practisch verwezenlijkt, is eene „werkelijkheid”

geworden, welke zich gestadig ontwikkelt. De netten van

luchtverkeerslijnen over Europa en Amerika breiden zich als ’t ware

dagelijks uit en beginnen geleidelijk door te dringen in de minder

gecultiveerde gebieden van Afrika, Azië en Australië. De toenemende

afstanden, waarover personen en goederen door de lucht kunnen worden

verplaatst, doen de economische voordeelen van het snelverkeer steeds

beter tot hun recht komen. Het wereldluchtverkeer is reeds heden een

maatschappelijk verschijnsel van onberekenbaar gewicht; het is een

onmisbaar element van het algemeen verkeerswezen geworden.

Zoo kan het geen verwondering baren, dat de stoute vliegtocht van

Thomassen à Thuessink van der Hoop, van Weerden Poelman en van den

Broeke van Amsterdam naar Batavia bij het Nederlandsche volk en bij de

bevolking van Nederlandsch-Indië warme belangstelling en groote

geestdrift heeft gewekt. Wij hebben de bekwame en dappere bemanning van

het voortreffelijke Fokker-verkeersvliegtuig met spanning op haar weg

door het luchtruim gevolgd. Wij hebben onze harten voelen trillen van

nationalen trots, toen de namen van Nederlandsche vliegers en

vliegtuigbouwers met eere over werelddeelen naar den ommekant der aarde

werden gedragen en toen voor ’t eerst Nederland door de lucht de hand

had gereikt aan zijne broeders en landskinderen in zijne overzeesche

gewesten. Wij hebben met oprechte voldoening door landzaat en door

vreemden de erkenning hooren uitspreken, dat de pittige durf, de stoere

kracht en het taaie volhoudingsvermogen, waarmede de Oud-Hollandsche

zeevaarders in vroegere eeuwen hun wereldroem hebben veroverd,

voortleven in onze Hollandsche luchtvaarders van heden.

Maar wij hebben bovenal gevoeld, dat hier een daad was volbracht, die

voor de toekomst groote gevolgen kan hebben. Van der Hoop en zijn

tochtgenooten hebben een nieuwen mijlpaal gezet op den luchtweg van

Europa naar Indië en Australië. Zij hebben een belangrijke bijdrage

geleverd tot de kennis en ervaring, welke noodig zullen zijn, om

regelmatige luchtverbindingen tusschen genoemde werelddeelen tot stand

te brengen.

Van bedoelde uitkomsten is een groot deel in dit boek neergelegd. Het

lezend publiek, dat nog slechts kennis kon nemen van de telegrammen en

schriftelijke rapporten, welke Van der Hoop gedurende zijn tocht aan

het Comité Vliegtocht Nederland-Indië deed toekomen, zal ongetwijfeld

gaarne kennis nemen van het volledige relaas der voorbereiding van den

tocht, de lotgevallen der tochtgenooten, hunne indrukken en ervaringen

en hunne gevolgtrekkingen ten opzichte van de vooruitzichten,

mogelijkheden en moeilijkheden van eene toekomstige luchtverbinding

Nederland–Nederlandsch-Indië.

Gaat het den lezer, gelijk het mij is gegaan, dan zal hij dit relaas

met ingenomenheid, ja, met spanning volgen, waardeerende de eenvoudige

en heldere schrijfwijze, den gezonden humor, die dikwerf te voorschijn

komt, de bescheidenheid van den schrijver in de schildering der

verrichte feiten, overwonnen moeilijkheden en doorgestane gevaren, de

talrijke wetenswaardigheden en gegevens, welke zijn bijeengebracht. De

Heer Van der Hoop is er, naar mijn gevoelen, uitmuntend in geslaagd een

verloop van in groote lijnen bekende feiten opnieuw in een

aantrekkelijken en boeienden vorm weer te geven.

Het Comité Vliegtocht Nederland-Indië heeft gemeend, de samenstelling

en uitgaaf van dit werk te moeten bevorderen, als bijdrage tot zijne

propaganda voor het luchtverkeer in en naar Nederlandsch-Indië. Het

Comité besloot immers, na afwikkeling der aangelegenheden betreffende

den volbrachten vliegtocht, werkzaam te blijven ter bevordering van

vorengenoemd luchtverkeer, van welks totstandkoming het rijke vruchten

verwacht voor de ontwikkeling van- en voor den hechten band tusschen de

beide hoofdgebieden van het Nederlandsche Staatsverband. Zooals ik

elders meer uitvoerig heb uiteengezet (Vragen des Tijds, Juli 1925), is

dit vraagstuk heden urgent geworden. De plannen tot luchtverbinding

tusschen Engeland en de Britsch-Aziatische gebieden hebben reeds vasten

vorm gekregen en zullen weldra tot een begin van uitvoering komen. Het

is een belang van de eerste orde voor Nederlandsch-Indië en voor

ons,—voor de ontwikkeling onzer overzeesche gewesten en voor onze

internationale positie in het Oosten, dat wij onverwijld officieel

voeling krijgen met de Britsche plannen, ten einde ons een aandeel te

verzekeren in de luchtverbinding Europa–Azië–Australië en opdat wij

kunnen aansluiten op de Britsche luchtlijnen in het Oosten. Daartoe zij

een eerste stap de spoedige opening van het luchtverkeer in Ned. Indië,

als steunpunt en voedingsbron voor de wereldluchtlijnen van het Oosten.

Er ligt hier voor eene vooruitziende regeering in Nederland en in

Nederlandsch-Indië een taak van de grootste beteekenis en van dringende

urgentie.

Moge het werk van den Heer Van der Hoop er toe bijdragen, dit vraagstuk

wederom onder de algemeene aandacht te brengen en de terhandneming er

van bevorderen en bespoedigen. Eerst dan zal de vliegtocht

Nederland–Nederlandsch-Indië werkelijk rijke vruchten dragen ten bate

der nationale, moreele en materieele verheffing van Groot-Nederland.

Eerst dan zal de Nederlandsche Natie toonen de kloeke daad harer

Oostindië-vliegers in hare ware beteekenis te hebben begrepen en op

hare volle waarde te hebben geschat.

C. J. SNIJDERS,

Voorzitter van het Comité Vliegtocht Nederland–Indië.

’s Gravenhage, 17 Aug. 1925.

Door de lucht naar Indië · 第 2 / 38 题