De ballade.
Deze ballade, welke den koning van Montenegro--Nicholas
Petrovitch--inspireerde voor zijn drama "De keizerin van de
Balkanstaten," is ongetwijfeld het schoonste nationale gedicht,
dat in Montenegro ooit werd gedicht en gezongen. Het zou zelfs een
groot dichter onmogelijk blijken de zeer karakteristieke beeldspraak
en het effect, dat door de eigenaardige woordvorming verkregen werd,
in een vertaling tot zijn recht te doen komen, terwijl ook veel van
wat typeerend is voor de godsdienstige opvattingen, de gewoonten en
het bijgeloof voor den niet-ingewijde verloren gaat.
Een Fransch spreekwoord zegt: "quand on n'a pas ce que l'on aime,
on aime ce que l'on a;" aldus hoop ik ook, dat de lezer genoegen zal
willen nemen met de volgende overzetting in proza van een buitengewoon
belangwekkend nationaal gedicht.
Het verhaal.
Ivan Tzrnoyevitch [47] zeilde over de Adriatische zee naar Venetië om
een bezoek te brengen aan den doge en zijn dochter ten huwelijk te
vragen voor zijn zoon Maximus. Hij bleef daar drie jaren, gedurende
welken tijd hij drie tovars goud uitgaf. Bij zijn vertrek aan het
einde van dit tijdperk werd overeengekomen, dat hij het volgende
jaar zou terugkeeren met zijn zoon en duizend of meer gasten voor
de huwelijksfeestelijkheden. De doge met zijn beide zoons en een
honderdtal van de hoogste waardigheidsbekleeders vergezelden Ivan
naar zijn galei en de Montenegrijnsche vorst herhaalde zijn belofte
het volgend jaar te zullen terugkeeren met zijn gasten en zijn zoon,
die naar hij verzekerde een zoo edel held en een zoo knap jongeling
was, dat men zelfs uit een verzameling van duizend Montenegrijnen
of duizend Venetianen zijn gelijke vergeefs zoeken zou. De doge,
die buitengewoon verheugd was zulk een edel held tot schoonzoon te
hebben, omhelsde Ivan zeggende: "Ik dank u, mijn vriend, voor deze
woorden! Hoe gelukkig ben ik een dergelijken schoonzoon te hebben
gevonden, die onder duizenden zijn weerga niet vindt. Ik zal hem meer
liefhebben dan het licht mijner oogen, en zal kostbare geschenken
voor hem gereed maken: paarden en valken, helmen met gouden pluimen
en mantels, waarop hij trotsch zal zijn. Maar als hij niet zoo knap
is als gij gezegd hebt--wee u!"
Daarna zeilde Ivan weg naar Zablak. Toen hij zijn kasteel naderde,
voelde hij zich zeer gelukkig en spoorde zijn paard Zdral aan om des
te eerder thuis te zijn. Zijn getrouwe gade zag hem reeds van verre
en gaf onmiddellijk bevel aan de bedienden om toebereidselen te maken
voor de ontvangst van hun heer. Zij maakte uit het vroolijk voorkomen
van haar echtgenoot op, dat hij geslaagd was in zijn zending.
Toen Ivan op het plein van zijn kasteel aankwam, hielpen eenigen zijner
dienaren hem bij het afstijgen van zijn paard, anderen ontdeden hem
van zijn wapenrusting en wapenen en zijn zoon Maximus bracht hem een
zilveren zitbank, opdat hij kon plaatsnemen en rusten. Ivan wendde
zich om, teneinde zijn zoon te danken, maar zie! Een ongeluk was hem
overkomen. Gedurende de afwezigheid van zijn vader was Maximus bezocht
door de pokken--dien vreeselijken geesel!--en zijn eens knap gelaat
was zoo met putten en litteekens overdekt, dat het te afzichtelijk
was om er naar te kijken. De bard verzekert ons, dat het nauwelijks
mogelijk was een leelijker man te vinden dan Maximus was geworden.
De vorst herinnerde zich dadelijk zijn verzekering aan den doge,
dat er onder duizenden geen knapper jongeman gevonden zou worden dan
zijn zoon en hij was heel treurig.
Zijn lange knevel hing neer tot op zijn schouders [48] en met de oogen
op den grond gericht zat hij zwijgend en moedeloos. Zijn gade zag met
bezorgdheid de neerslachtigheid van haar echtgenoot en beproefde hem
op te beuren. De plooien van haar sleepend gewaad samennemend en de
einden van haar mouwen, kwam zij nader en na een nijging gemaakt te
hebben, kuste zij zijn hand. "Ik bid u, mijn heer," zei zij, "zeg
mij, waarom zijt gij zoo treurig? Zijt gij in uw zending misschien
niet geslaagd? Hebt gij de dochter van den doge niet met onzen zoon
verloofd? Is zij misschien niet schoon genoeg om uw schoondochter
te worden? Hebt gij spijt van de drie tovars goud, die gij hebt
uitgegeven?"
Daarop vermande Ivan zich en antwoordde, dat het een geheel ander
ongeluk was, dat hem drukte. Hij vertelde, dat hij de toestemming
van den doge voor de verloving had verkregen, en dat zijn dochter
zoo schoon was, dat zelfs de veele niet met haar vergeleken konden
worden; dat het niet de gedachte was aan het uitgegeven geld, die
hem kwelde--want zijn kasteel was vol gestapeld met schatten en het
wegnemen van drie tovars dukaten had den voorraad nauwelijks merkbaar
verminderd. Neen, de ware oorzaak van zijn ongeluk was, dat hij den
doge had beloofd hem als schoonzoon een jongeling te geven, die de
knapste was onder duizenden en dat de doge, indien hij hem nu zijn
zoon Maximus voorstelde gelijk deze nu was, stellig vertoornd zou
zijn em hem den oorlog zou verklaren.
Toen de vorstin dit vernam, verweet zij Ivan, dat hij zich terwille
van een bruid had laten verleiden dergelijke verzekeringen en beloften
te doen, terwijl hij in Montenegro zelf een veel mooier meisje had
kunnen vinden, wier familie een verbintenis met de zijne waardig
zou zijn. Vorst Ivan was ervan overtuigd, dat hij onverstandig had
gehandeld, en hij besloot van de verloving af te zien en verbood aan
zijn vrienden hem geluk te wenschen.
De boodschap van den Doge.
Negen jaren verliepen, en het scheen, dat de verloving geheel en
al vergeten was en dat de dochter van den doge na niets van Ivan te
hebben gehoord met een anderen prins was getrouwd.
Maar op zekeren dag kwam er een boodschap van den doge, waarin hij den
vorst van Montenegro verweet, dat hij zijn dochter sinds negen jaren
niets had laten hooren, en dat deze zich intusschen "van een knop
ontwikkeld had tot een schoone roos." Verder verzocht hij Ivan aan
zijn stille, geduldige dochter te schrijven en haar onomwonden mee
te deelen, wat hij besloten had met betrekking tot het voorgenomen
huwelijk te doen; mocht het zijn, dat hij zijn zoon zoo'n kostelijk
meisje niet waardig keurde, dan moest hij het haar eindelijk toch
meedeelen, zoodat men in de gelegenheid was naar een andere passende
partij voor haar uit te zien.
De vorst werd vervuld van diepe smart, toen hij de boodschap van den
doge las. Wat kon hij doen of zeggen? Na lang gepeinsd te hebben zocht
hij zijn vorstelijke gade op en sprak haar op deze wijze toe. "O,
mijn lieveling, met uw zachte oogen! Ik bid u, raad mij nu, wat te
doen! Zal ik een boodschap naar het meisje zenden en haar zeggen,
dat zij vrij is een ander huwelijk te sluiten, of zal ik haar wat
anders schrijven?"
De vorstin was een wijze vrouw en zij gaf haar echtgenoot een
verstandigen raad [49]: "O mijn heer, Tzrnoyevitch Ivo! Werd ooit
een man geraden door een vrouw? Dit is nooit gebeurd en zal nooit
gebeuren. Want wij vrouwen hebben lange haren, doch slechts weinig
hersenen. Maar daar gij mijn meening hebt gevraagd, waag ik het te
zeggen, dat het een zonde voor God zou zijn en een schande voor de
wereld, indien gij het geluk van het meisje zoudt vernietigen, door
een eenmaal overeengekomen verloving te verbreken. Luister naar mij,
mijn heer! Waarvoor maakt gij u eigenlijk bezorgd? Indien de pokken
het gelaat van uw zoon hebben misvormd, dan past het uw vrienden
daar ginds in aanmerking te nemen, dat de ziekte, die hem bezocht,
er de oorzaak van is--wie zou durven zeggen, dat hij daartegen
gevrijwaard is? En dan, indien gij vreest, dat men u moeilijkheden
bereidt, wanneer gij te Venetië komt, dan herinner ik er u aan, dat
gij torens vol dukaten hebt. Gij hebt den doge beloofd, dat gij met
duizend svats zoudt komen, maar waarom zoudt gij niet tweeduizend
uitgezochte helden en ruiters medenemen? Indien de Venetianen zien,
met welk een groote macht gij reist, dan zullen zij u niet durven
aanvallen, al ware uw zoon blind. Verzamel daarom de svats en haast
u de bruid naar hier te brengen. O, mijn heer, verlies geen tijd meer
door uw geest nog langer met gepeins te plagen."
Deze stoutmoedige woorden troffen den vorst zoo, dat hij in lachen
uitbarstte. Hij liet door een renbode dadelijk een brief van den
volgenden inhoud naar Venetië brengen: "O, mijn vriend, gij doge van
Venetië! Gij zoudt kunnen hooren, indien gij slechts luisterdet, het
gebulder van mijn dertig kanonnen, die ik ga afvuren van de tinnen
van mijn vesting! O, vriend, talm geen oogenblik, maar stuur dadelijk
mij en mijn zoon en al onze svats galeien tegemoet. Vaarwel!"
Daarna zond Ivan een boodschapper naar Milosh Obrenbegovitch, om hem
uit te noodigen zijn stari-svat te zijn en zich te doen vergezellen
van zooveel helden, als hij maar met eenige mogelijkheid binnen de
provincies van Antivari en Dulzigno kon vinden. Hij schreef ook aan
zijn neef kapitein Yovan, en noodigde ook hem uit ter bruiloft te
komen met zooveel vrienden als hem maar wilden vergezellen.
Boden werden naar andere vrienden gezonden, die met blijdschap
de uitnoodiging van Ivan ontvingen en weldra was de vlakte van
Zablak bezaaid met hun ontelbare tenten. Op zekeren morgen bemerkte
Ivan, dat kapitein Yovan, den leider der bruid, treurig langs de
borstweringen van het kasteel op en neer liep en telkens zijn oog
liet gaan over de lansknechten, stalmeesters en vlaggen van het
kamp aan zijn voeten. Vorst Ivan wilde niet, dat iemand ongelukkig
was te midden van de feestelijke toebereidselen en vroeg daarom aan
kapitein Yovan naar de oorzaak van zijn droefgeestigheid. Yovan zei,
dat indien het hem vergund was te zeggen, wat hem op het hart lag,
hij den vorst zou raden een groot feest gereed te doen maken voor die
tallooze Montenegrijnen, welke voor zijn kasteel gekampeerd lagen en
boden door het kamp te zenden om allen aan te zeggen, dat zij naar
huis moesten terugkeeren, opdat de oogst hunner akkers niet te loor
zou gaan. Gebeurde dit niet, dan zou het land beroofd zijn van zijn
verdedigers tegen den erfvijand, den Turk, die van hun afwezigheid
gebruik zou kunnen maken om het land aan te vallen. Yovan ging in
een adem voort en vertelde den vorst, dat hij den vorigen nacht in
een droom gezien had hoe het uitspansel plotseling met donkere wolken
werd bedekt; uit die wolken was een bliksemstraal op zijn vorstelijk
kasteel gevallen en had het met den grond gelijk gemaakt; daarna
was een brand uitgebroken, die de mooie hoofdstad Zablak verteerd
had. Toen het kasteel ineenstortte, was Maximus, door den vallenden
toren geraakt, die hem echter niet ernstig kwetste.
"Hoe het zij" besloot Yovan, "indien er eenige waarheid in droomen
schuilt, dan moest Maximus hetzij sterven, hetzij in Venetië ernstig
gewond worden en indien ik door eenig Venetiaan zou worden beleedigd,
dan zouden al mijn volgelingen, vijf honderd man uit Podgoritza,
liever sterven dan de mij aangedane beleediging ongewroken laten."
Vorst Ivan lachte hartelijk, toen Yovan had geëindigd, en zei, dat
zijn goede vriend zijn booze droomen te wijten had aan het feit, dat
zijn kussens te hoog of te laag waren geweest. En na gezegd te hebben
"droomen zijn bedrog, alleen God is waarachtig" wendde hij zich af,
om te bevelen de dertig kanonnen van de vesting ten teeken van vertrek
af te vuren.
Toen het geschut bulderde, vooral toen de beroemde kanonnen Krgno
en Zelenko in beweging kwamen, trilde de geheele vallei; de zwarte
bergen weergalmden en het water van de Zetina werd beroerd tot in
haar diepste diepten. Eenige ruiters werden van hun paard geslingerd,
en zij, die stonden, vielen op hun knieën in het gras; want het is
iets geweldigs, als het vestinggeschut buldert!
De huwelijksprocessie vertrekt.
De svats begaven zich in de beste stemming op weg; eenigen zetten hun
rossen aan en lieten ze rennen, anderen dronken en zongen vroolijke
bruiloftsliederen onder het voortgaan. In hun midden reed vorst
Ivan op zijn strijdros Zdral, met twee trotsche valken op zijn
schouders; aan zijn rechterzijde reed Maximus en aan zijn linker
Milosh Obrenbegovitch. Vorst Ivan keek dikwijls naar zijn metgezellen,
en maakte onwillekeurig een vergelijking tusschen beiden. Plotseling
beval hij halt te houden en sprak op luiden toon aldus: "Luistert,
o mijn broeders, gij doorluchtige svats! Ik heb u een plan voor te
leggen en ik hoop, dat het uw goedkeuring zal wegdragen. Wij staan op
het punt ons in te schepen, o broeders, en zullen spoedig te Venetië
aankomen. Maar ziet naar mijn zoon, hoezeer zijn voorkomen door een
afschuwelijke ziekte is bedorven: hij is onbetwistbaar de leelijkste
van ons allen! Helaas! Toen ik negen jaar geleden in Venetië was,
prees ik hem als de knapste jongeling, die te vinden was onder duizend
Montenegrijnen; ja zelfs onder duizend Venetianen. Daarom, mijn
broeders, ben ik hedenmorgen zeer treurig en stemt mij de gedachte aan
de ontmoeting met den doge niet vroolijk. Let op, de Venetianen zullen
ons aanvallen, zoo groot zal hun teleurstelling zijn. Maar ziet, o mijn
dappere svats! Wij hebben hier bij ons een held, die zijns gelijke in
mannelijk schoon onder geen der onzen vindt, evenmin onder de trotsche
Venetianen. Ik spreek van den voïvode Milosh Obrenbegovitch. Laat ons
den gepluimden helm van het hoofd van mijn zoon nemen en dien op het
hoofd van Milosh zetten, zoodat hij voor den bruidegom zal doorgaan,
totdat wij in vrede bezit hebben genomen van het meisje!"
Op de svats maakte het plan van Ivan grooten indruk, maar zij aarzelden
om te spreken, uit vrees de gevoelens van Maximus te kwetsen, die een
driftig jongeling was en die mogelijk door het voorstel beleedigd kon
zijn. Maar de voïvode Milosh zei genadig: "O Ivan, onze heer! Waarom
doet gij een vergeefsch beroep op de svats? Geef mij er liever uw hand
op, dat het plan in geen enkel opzicht uw edelen zoon beleedigt. Zweer
mij bij den waren God, dat gij het ons slechts geopenbaard hebt na
overleg met uw zoon, en dan zal ik mij op mijn eer plechtig verbinden
de bruid voor Maximus te verkrijgen zonder een gevecht. Maar gij moet
er in toestemmen, mij als belooning voor het spelen van de valsche rol
de geschenken af te staan, die mij als bruigom gegeven zullen worden
en dat er niemand van mij eischen zal ze met een ander te deelen,
doch dat ik ze alle voor mij zelf zal mogen behouden!"
Ivan barstte in lachen uit en riep: "O, Milosh, Servische voïvode! Wat
de geschenken betreft, waarover gij spreekt, ik geef u mijn woord,
vaster en harder zelfs dan steen, dat niemand een poging zal doen
ze met u te deelen! Stel u slechts in het bezit van de bruid en wees
haar leider, totdat wij de stad Zablak bereikt hebben en ik beloof u
twee laarzen vol dukaten, een gouden beker, die negen liters wijn kan
bevatten, de merrie Bedevia, de stammoeder van een mijner grootste
stoeterijen evenals mijn Zdral en ik zal u een sabel aangorden,
die dertig beurzen gouden dukaten waard is."
Allen keurden het plan goed en nadat zij den onderscheidenden helm en
de versierselen van den bruigom op het hoofd van den voïvode Milosh
hadden geplaatst, vervolgden zij hun reis, en na op de wateren van
de Adriatische zee heen en weer gewiegd te zijn, bereikten zij zonder
wederwaardigheden Venetië.
Een groot aantal lieden, nieuwsgierig om de Montenegrijnen te zien,
stroomden van alle kanten toe, vooral ook om zich zelf te overtuigen,
dat Maximus werkelijk zoo'n edele en knappe prins was als zij hadden
gehoord.
Toen de Venetiaansche prinsen van hun dienaren hoorden, dat hun
aanstaande schoonbroer werkelijk zoo knap was als zijn vader hem negen
jaar tevoren had beschreven, kwamen zij levendig, met uitgestrekte
armen om hem te omhelzen en hem welkom te heeten. Zij wezen hem de
vertrekken in hun paleis, die gereed waren gemaakt voor de vorstelijke
gasten en allen werden zeer geriefelijk geherbergd.
De bruiloftsfeesten duurden drie dagen en daarna kwam het uur van
vertrek. Onder het gedonder van het geschut verzamelden de svats zich
op het groote plein, en wachtten op de bevelen van vorst Ivan en zijn
edelen zoon. Zij voelden zich niet op hun gemak, toen zij zagen,
dat de poort gesloten was en er aan beide zijden twee Moorsche en
twee Venetiaansche soldaten met getrokken zwaard stonden, terwijl het
lemmet en zelfs hun armen met bloed bedekt waren. Hun onrust nam nog
toe, toen zij na geruimen tijd noch hun vorst, noch de bruid en den
bruidegom zagen verschijnen. Zij begonnen luid te morren, tot zij
plotseling het geluid van paardenhoeven op het marmeren plaveisel
hoorden en den voïvode Milosh zagen, die beproefde zijn paard te
bedwingen met de teugels, terwijl hij het zacht de sporen gaf, opdat
het zou springen en steigeren.
De huwelijksgiften.
Achter Milosh reden de beide schoonbroeders, die de geschenken
brachten. De oudste leidde een zwart paard zonder een enkele vlek;
het had een zilveren zadel op, versierd met zwaar goud, waarop de
schoone bruid zat, die een grijzen valk droeg.
"Aanvaard, o, mijn dierbare en edele Maximus," zei de prins, "deze
schoone maagd met haar zwart paard en haar grijzen valk als een teeken
van onze liefde, want gij zijt in waarheid de trots uwer broeders!"
Milosh boog diep over den nek van zijn paard, toen hij den prins
dankte voor zijn welwillende woorden en de bruid aanvaardde met
de geschenken, die zij meebracht. De tweede broeder schonk nu den
bruigom een sabel in gouden scheede, zeggende: "Draag dit, o broeder,
en wees er trotsch op!" Daarna kwam de vader der bruid. Wat een
prachtig geschenk droeg hij in zijn handen! Een helm en in de pluim
ervan glansde een kostbare steen, die schitterde als de zon, zoodat
men er niet lang in kon zien. Maar het geschenk, dat de moeder der
bruid hem gaf, was prachtiger dan alle andere. Het was een hemd van
zuiver goud, dat noch geweven noch gedraaid was, maar geheel met de
vingers was gemaakt; in de kraag, die een adder voorstelde ("en een
adder zal hem tenslotte bijten") was een schitterende diamant, die
zulk een lichtgloed uitstraalde, dat hij nooit een kandelaar noodig
zou hebben, als hij zijn bruid in haar slaapkamer ging bezoeken. Al
de svats waren verbaasd over de kostbaarheid der geschenken.
Nu kwam de bejaarde broeder van den doge, Yesdimir, die een baard
droeg, welke tot zijn middel reikte; hij liep langzaam en steunde
op een gouden staf. Bittere tranen stroomden uit zijn oogen. Het is
waar, hij had goede redenen om te weenen. Gedurende zijn lange leven
had hij na elkaar zeven vrouwen gehad, maar hem waren noch zoons,
noch dochters geboren. Daarom droeg hij al zijn liefde over op zijn
nicht, die hij als een dochter beschouwde en die in zijn hart de
plaats vervulde van de kinderen, waarmede hij weleer hoopte gezegend
te worden. Nu het geliefde meisje op het punt stond te vertrekken
naar een ver verwijderd land, was hij diep bedroefd. Hij droeg iets
zeldzaams en wonderlijks opgevouwen onder zijn arm, en toen hij de
svats naderde, noemde hij den bruigom bij zijn naam. Deze verscheen
dadelijk en de eerbiedwaardige man sloeg om de schouders van den
jongen man een prachtigen mantel, die niet alleen hemzelf bedekte
maar ook zijn paard tot aan de hoeven reikte. Hoe kostbaar was die:
en daarbij kon hij den held nooit anders dan geluk aanbrengen! Er werd
gezegd, dat er alleen dertig beurzen goud noodig waren geweest voor
het voeren er van, en welk een som moest de stof zelf hebben gekost.
Prins Maximus sloeg alles gade en zag met naijverige oogen, hoe
de voïvode Milosh de geschenken ontving, die voor hem, den waren
bruidegom, bestemd waren. Toen de groote poort van het plein werd
geopend, en de svats achter elkaar er uitgingen, ontving ieder van
de dienaren van den doge een stuk kostbare zijde en een doos, die
verschillende geschenken bevatte. Daarna zeilden zij in de galeien weg.
Weldra bereikten zij de vlakte van Zablak, waar zij samen waren
gekomen, toen zij hun reis begonnen. Prins Maximus was vooruit
gereden met zijn tien wapenbroeders, teneinde zoo spoedig mogelijk
het heugelijk bericht aan zijn moeder mede te deelen. Toen de
voïvode Milosh zag, dat Prins Maximus uit het gezicht was, gaf hij
zijn paard de sporen en toen hij bij de bruid en den dever kwam,
nam hij stoutmoedig de hand van het edele meisje. De bruid, die in
haar onschuld meende, dat hij Prins Maximus was, sloeg haar sluier
terug en reikte den valschen bruigom haar hand.
De Prinses verneemt de misleiding.
Zij, die in de nabijheid waren, deden, alsof zij het voorval niet
hadden opgemerkt, maar vorst Ivan zelf zag, wat er gebeurd was en
het verontrustte hem zeer. Hij reed naar de bruid en sprak haar aldus
aan: "Raak hem niet aan met uw hand, o, mijn lieve schoondochter! Of
dat gij getroffen worde door een verlamming! Sluier uw oogen! Of
dat het gezicht u steeds ontbreke! Hoe kunt gij zoo handelen in
tegenwoordigheid van al de svats? Ziet gij dien held op zijn zwarte
paard en met zijn lans in de hand? Ziet gij zijn glinsterend schild
en zijn gelaat door pokken geschonden? Dat is mijn zoon Maximus,
dien ik tegenover uw vader prees, toen ik uw hand voor hem vroeg,
zeggende, dat er geen knapper jongeling onder duizenden te vinden was
dan hij. Maar ik was bevreesd aan u en uw vader mijn zoon te vertoonen,
toen zijn gelaat geschonden was en daarom namen wij onze toevlucht
tot een krijgslist en maakten de voïvode tijdelijk tot uw bruigom,
teneinde er in te slagen u in vrede naar hier te brengen. Door zich
daartoe te leenen kreeg Milosh het recht op al de geschenken, die
toegewezen waren aan den bruidegom!"
De woorden van haar schoonvader troffen het edele meisje als een
donderslag. Zij bracht haar paard tot staan en weigerde verder te
gaan zeggende: "O, mijn schoonvader, vorst Ivan! Gij zelf zijt de
bewerker van het ongeluk van uw eigen zoon, door Milosh voor den echten
bruigom uit te geven. Waarom hebt gij zoo gehandeld? Dat de ware God
u hiervoor uw verdiende loon geve! Wat doet het er toe of zijn gelaat
pokdalig is? Allen staan wij bloot aan die ziekte en werden wij door
haar bezocht, dan zouden de gevolgen mogelijk nog erger zijn. Indien
zijn gelaat geschonden is, zijn oogen zijn zeker nog helder en zijn
hart is zoo gezond als altijd. Indien gij hadt gemeend, dat uw zoon
nog te jong was om mijn echtgenoot te zijn, dan hadt gij dat moeten
zeggen en ik zou negen jaar in het paleis van mijn vader hebben
gewacht--maar zelfs dan zou ik zeker niet gemaakt hebben, dat gij van
schaamte zoudt moeten blozen voor uw eigen edelen in Zablak. Nu deedt
gij beter de geschenken over te geven aan den rechtmatigen eigenaar,
uw zoon Maximus, anders zal ik geen stap verder gaan, al zoudt gij
mij dreigen mijn oogen uit te steken".
Toen vorst Ivan deze besliste woorden hoorde, was hij ten zeerste
verontrust en hij riep zijn vrienden en voïvodes bijeen, om hem te
raden wat te doen. Maar geen hunner dorst een woord te zeggen, want
zij herinnerden zich welke overeenkomst getroffen was, voordat zij
de zee over zeilden.
Het aanbod van Milosh.
Voïvode Milosh zag, dat niemand wilde spreken; hij gaf zijn paard de
sporen en sprak vorst Ivan aldus aan: "O Ivan, onze heer! Houdt gij
uw belofte niet? Indien gij ze niet gestand doet, dat gij zelf dan
voortaan slechts leven moogt om bedrogen te worden! Hebt gij mij niet
uw woord gegeven, dat de huwelijksgeschenken zonder uitzondering voor
mij zouden zijn? Maar nu zint gij er op om uw woord te breken! Daar
men zoo weinig op u kan vertrouwen, stem ik er in toe--terwille van
den vrede onder onze broeders en svats--van de eerste twee geschenken
afstand te doen: ik geef aan uw zoon de schoone bruid terug en haar
paard en al het met goud en zilver versierde paardentuig. Naar recht,
en volgens onpartijdig oordeel zou ik volkomen gerechtigd zijn het
schoone meisje te trouwen--want zij werd mij gegeven door allen, die
er toe gerechtigd waren, door haar ouders en haar broeders. Hierover
zal ik echter niets meer zeggen, en u eenvoudig deze beide geschenken
laten met den grijzen valk. Hier, ik geef uw zoon zelfs de gouden
scheede over en het glinsterend zwaard, maar ik zal er nooit in
toestemmen den helm, den mantel en het gouden hemd over te geven;
want ik ben besloten die naar mijn eigen land mee te voeren en ze aan
mijn vrienden en broeders te toonen die, ik ben er zeker van,--er
trotsch op zullen zijn. Ik zweer bij mijn geloof in den waren God,
dat ik deze drie geschenken niet zal afstaan."
Al de svats, getroffen door het edele gedrag van Milosh, prezen hem
en dankten hem voor wat hij terwille van den vrede opofferde, maar
zij ondervonden een krachtig verzet bij de bruid, die zich niet kon
verzoenen met den afstand van de kostbare geschenken en vooral niet
met het verlies van het gouden hemd. Daarop riep zij luid om Prins
Maximus. Dit verschrikte Vorst Ivan zeer, en hij beproefde het meisje
aldus te kalmeeren:
"O, mijn lieftallige schoondochter, gij Venetiaansch meisje! Roep
mijn zoon niet, want wij hebben hem groot onrecht aangedaan. Prins
Maximus heeft een fijn gevoel van eer en is een dapper man. Ik vrees
boven alles een strijd en onze feeststemming kan zoo gemakkelijk
veranderen in rouw. Ik bezit in Zablak een toren vol gouden schatten;
die zal ik u geven en gij kunt er mede doen, wat gij wilt!"
Maar het meisje was niet gemakkelijk te overreden en zij riep nog eens
om Prins Maximus, die met allen spoed ten tooneele verscheen. "O,
Maximus, eenige zoon van uw moeder!" begon de bruid: "Dat zij u
verlieze! Dat de krijgslieden een draagbaar maken van uw lansen en
met uw schild uw graftombe bedekken! Dat uw gelaat bloze van schaamte
op den dag des oordeels even als het dat heden doet om het geschil
met voïvode Milosh! Waarom hebt gij er in toegestemd de geschenken
aan een ander over te laten, terwijl zij alleen den rechtmatigen
bruidegom toekomen? Ik geef niets om al de andere geschenken; laat
Milosh ze meenemen, en dat een hevige vloed hem verderve met al zijn
schatten. Maar het verlies van het gouden hemd kan ik niet dragen;
ik heb het zelf voor u gemaakt; het heeft mij drie jaren gekost;
drie meisjes hielpen mij eraan; ik was mijn gezicht bijna kwijt,
toen ik dit hemd klaar had en al den tijd dacht ik aan u. Het is uw
plicht het hemd onmiddellijk aan voïvode Milosh te ontnemen, want
anders zweer ik bij den waren God, dat ik geen stap voorwaarts zal
doen; maar ik zal mijn paard op zijn weg terugvoeren, en als ik het
zeestrand bereik, zal ik een blad plukken van de aloë en met zijn
doornen mijn gelaat zoo krabben, dat het bloed er uit stroomt; dan
zal ik door mijn valk een boodschap aan mijn bejaarden vader zenden
en hem smeeken al zijn strijders te wapen te roepen en op te rukken
om uw Zablak te veroveren en te plunderen, en u aldus te laten boeten
voor uw schandelijk gedrag!"
De aanval van Maximus.
Toen Prins Maximus dit gehoord had, draaide hij zijn paard om en gaf
het zoo heftig de sporen, dat het vel van het kniegewricht van zijn
strijdros barstte en het bloed zijn hoeven besprenkelde. Dol van
pijn sprong het paard drie lansen hoog de lucht in en vier lansen
vooruit, zoodat het voortschoot als de bliksem. Milosh barstte in
lachen uit, zeggende: "God zij geprezen! Wat gebeurt er plotseling
met den jongen." Maar zijn vroolijkheid was van korten duur, want nu
stuurde Prins Maximus recht op Milosh aan en wierp hem woedend zijn
lans naar het hoofd. [50]
Hij raakte Milosh zoo krachtig, dat zijn beide oogen barstten en hij
van zijn paard viel. Maximus viel zoo heftig aan, dat hij hem zijn
hoofd in tweeën spleet; daarna nam hij zijn bruid van haar geleider
en snelde het kasteel binnen. [51]
Toen de krijgslieden van Milosh zagen, dat hun bevelhebber viel,
stormden zij verwoed op de volgelingen van Prins Maximus los en een
gevecht ontstond, dat maar weinigen overleefden.
Maximus wordt een Turk.
De overlevering wil, dat Prins Maximus zoo walgde van hetgeen gebeurd
was, dat hij den doge uitnoodigde om met een groote strijdmacht in
Zablak een inval te doen en Montenegro te veroveren; wat hem zelf
betrof, hij zou naar Istamboel gaan en den Islam omhelzen. Dit
deed hij.
Nu besloot een broeder van Milosh, Yovan Obrenbegovitch genaamd, die
vermoedde, dat de bedoeling van Maximus was een groote strijdmacht
van den Sultan te verkrijgen om Montenegro te veroveren, zich voor
hetzelfde doel naar den Sultan te begeven. Maar het was zijn bedoeling,
om zoo hij er ook in slaagde een leger van den Sultan te krijgen,
dit niet te gebruiken tegen zijn vaderland Montenegro, maar tegen
Prins Maximus.
Op hun weg naar Istamboel ontmoetten de twee mannen elkaar en zij
verschenen te zamen voor den Sultan, die zeer wel wist, wie zij
waren, en oordeelde, dat zij goede diensten konden bewijzen in zijn
strijd tegen de christenen, gelijk zoovele andere ontevredenen van de
christelijke hoven, waarom hij hen uiterst vriendelijk ontving. Zij
omhelsden den Mohamedaanschen godsdienst en namen Turksche namen aan:
voïvode Yovan werd Mehmed-Bey Obrenbegovitch genoemd, en Prins Maximus
Scander-beg Ivanbegovitch. Nadat zij als getrouwe Turken den Sultan
negen jaar hadden gediend, benoemde hij hen, zoo tevreden was hij
over hun gedrag, tot vizier; aan Mehmed-Bey Obrenbegovitch gaf hij
als leengoed de vlakte van Ducadyin, en aan Scander-beg (den zoon
van Prins Ivan) schonk hij Skoetari aan de rivier Boyana.