Historische data.
De ballade, die op Banovitch Strahinya betrekking heeft, is een van
de mooiste en beroemdste, die de naamlooze barden van de middeleeuwen
voortbrachten. De schrijver was waarschijnlijk een dienaar van een
van Banovitch' afstammelingen en benutte een paar historische en
biografische data, die hij gevonden moet hebben in de manuscripten,
welke aan zijn heer toebehoorden of die zich bevonden in de andere
kasteelen, die hij nu en dan bezocht.
Prins Ourosh (van de dynastie der Nemany's) huwde met Helene, een
Fransche prinses van het huis de Courtenay en door haar onderhield
hij vriendschappelijke betrekkingen met het Fransche hof van Karel
van Anjou in Napels. Hiervan maakte hij gebruik om te onderhandelen
over een verdrag tusschen Serviërs en Franschen ter verdeeling van
het Byzantijnsche rijk.
Eenige Servische historici zijn de meening toegedaan, dat Banovitch
Strahinya werkelijk de doorluchtige Strashimir Balshitch-Nemanyitch
was, die te zamen met zijn twee broers van 1360-1370 in Skadar, de
hoofdstad van Noord-Albanië, regeerde en een afstammeling was van de
oude Provencaalsche familie des Baux.
In de eerste geschriften, waarin hij voorkomt, is de naam Baux
gelatinizeerd en werd dus Balcius, terwijl de leden der familie, die
aan het Hof te Napels verkeerden, hun naam in Italiaanschen vorm goten
en zich Balza noemden. Verder veronderstelt men, dat deze Seigneurs
des Baux, die den Italiaanschen naam aannamen, door huwelijk met het
koninklijk huis van Nemanyitch vermaagschapt werden.
Bij hun vestiging in Servische landen veranderden zij hun geslachtsnaam
dan in Balsha of Balshitch--itch of ich of ic is de eigenaardige
uitgang van de meeste Servische namen.
Skadar was in dien tijd nog de hoofdstad van Zeta (het Montenegro
van de moderne tijden). De dappere Nicholas I Petrovitch, de
tegenwoordige koning van Montenegro, stamt uit een zijlinie van
Balshitch af. Deze werd door de Groote Mogendheden genoodzaakt de stad
te ontruimen, nadat hij ze dank zij den heldenmoed van zijn troepen
veroverd had. Overal, het geheele koninkrijk door, improviseeren
de Servische barden balladen, waarin zij voor volgende geslachten
de droeve gebeurtenissen van den tegenwoordigen tijd bewaren, gelijk
hun voorouders dat deden met de heldendaden van Strahinya. Maar laat
ons terugkeeren naar de geschiedenis van Banovitch, zooals die in de
oude ballade wordt gegeven.
De Valk Banovitch.
In de eerste verzen beschrijft de bard den held en looft hem als "een
valk zonder wederga." Hij vertelt van de bevelen door Banovitch aan
zijn dienaren en pages gegeven met betrekking tot de voorbereidselen,
die voor hem zelf getroffen moeten worden; voor zijn getrouw paard
Dyogo, en den hazewind Caraman, zijn onafscheidelijken metgezel. Hij
gaat echter niet op jacht; hij is voornemens den bejaarden Youg Bogdan
te bezoeken en is gekleed in louter zijde en fluweel, prachtig met
goud geborduurd.
Bogdan, zijn geliefde schoonvader, resideert in zijn weelderig
kasteel in Kroushevatz. De oude man verheugde er zich in hem te
zien. Zijn negen zoons en hun vrouwen, evenals de schoonzoons van
Bogdan, waarvan er een in rechte lijn van koning Nemanya afstamde,
begroetten hem hartelijk.
Terwijl zij aan het feestvieren waren, werd er een brief gebracht van
de moeder van Banovitch, waarin zij hem mededeelde, dat zeer talrijke
Turksche horden op de vlakte van Kossovo gekampeerd waren. Strahinya
greep den brief en las met ontzetting den vloek zijner moeder: "Wee u
en uw feestvreugde in het vervloekte kasteel van den vader uwer vrouw!"
In den brief werd verder medegedeeld, dat een hoofdman, Vlah-Ali,
een even trotsch als hooghartig man, en onafhankelijk niet alleen
van Mehmed, den groot-vizier, maar ook van Sultan Amouradh zelf,
zijn kasteel had aangevallen, veroverd en geplunderd, zijn bedienden
gevangen genomen en zijn vrouw had meegenomen naar zijn tent op een
berg bij de vlakte van Kossovo, waar zij naar het scheen zonder
eenigen tegenzin bleef. Youg Bogdan, die de smart van Strahinya
opmerkte, vroeg hem ongerust of er iets niet in orde was, of hem
iets in zijn kasteel ontbrak, of een van zijn familieleden hem had
beleedigd. Banovitch dankte zijn schoonvader en verzekerde hem, dat
een geheel ander ongeluk hem bedroefde, waarop hij den brief hardop
voorlas. Banovitch verzocht Youg Bogdan zijn zoons toe te staan hem
te vergezellen naar de vlakte van Kossovo, daar hij besloten was zijn
vrouw te redden uit de handen van den vijand. Maar Youg Bogdan, die van
oordeel was, dat het slechts dwaasheid zou zijn, indien zoo weinigen
duizenden bloeddorstige Turken tegemoet traden, raadde Banovitch met
klem aan de gedachte te laten varen. Hij beloofde zelfs een mooiere
bruid voor hem te zoeken, die hem meer waardig zou zijn dan zijn eigen
ontrouwe dochter. Maar Strahinya bleef bij zijn besluit en overtuigd
van het gemis aan ridderlijkheid bij zijn schoonvader, spoedde hij
zich naar de stallen, weigerde, zoo groot was zijn minachting, de
hulp van Bogdans bedienden, zadelde Dyogo en steeg onmiddellijk op
en reed vol verontwaardiging en droefheid weg. Toen hij het plein
afreed, herinnerde hij zich plotseling Caraman, daarom floot hij en
onmiddellijk snelde Caraman naar zijn meester en troostte hem.
Banovitch zoekt den Turk.
Zoo reed Banovitch over velden en over bergen recht naar Kossovo
met moed en blijheid, want zijn hond was hem zelfs nog dierbaarder
dan zijn paard. Te Kossovo gekomen zag hij de vlakte bedekt met
tenten en soldaten, en toen hij er naar keek, voelde hij iets als
vrees in zich; maar ondanks dat riep hij den naam van den waren God
aan, en vermomd als een Turk doorkruiste hij de vlakte. Gedurende
verscheidene dagen zocht hij, maar helaas! te vergeefs, de tent van
Vlah-Ali. Eindelijk, aan de oevers van de Sitnitza gekomen, zag hij
een ruime, groene tent. Op de middenpaal glinsterde een gouden appel;
voor den ingang stond een Arabisch paard en trappelde vurig met zijn
voorpooten op den grond. Strahinya meende stellig, dat dit de tent
moest zijn van Vlah-Ali en hij zette zijn Dyogo krachtig aan. In een
oogenblik had hij de tent bereikt met zijn lans in de hand en schoof
stoutmoedig het zijden gordijn terzijde, dat den ingang bedekte. Tot
zijn teleurstelling zag hij, dat de eenige aanwezige in de tent een
oude derwisch was met een witten baard, die hem tot aan de knieën
reikte. De oude man dronk wijn, iets wat hem verboden was door de
wetten van zijn orde, en hij beantwoordde den groet van Strahinya,
die goed Turksch sprak, met een diepen salaam. Toen zei de derwisch
tot verbazing van Strahinya: "Heil u! o Banovitch Strahinya, heer
van Klein Banyska bij Kossovo!"
Banovitch werd er eenigszins door van zijn stuk gebracht, maar hij
liet dit zoo weinig mogelijk blijken en vroeg: "Wie is de man, die
gij Banovitch Strahinya hebt genoemd?" De halfdronken derwisch lachte
luid. "Gij kunt mij niet misleiden," zei hij, "ik zou u onmiddellijk
herkennen, al ontmoette ik u op den top van den berg Goletch." Toen
vertelde hij Banovitch, hoe hij enkele jaren geleden in zijn kasteel
gevangen had gezeten en zeer menschelijk behandeld was geworden,
zelfs dagelijks een zekere hoeveelheid wijn had ontvangen.
Tenslotte had Banovitch hem naar zijn land laten terugkeeren om zijn
losgeld te verzamelen. Toen hij zijn tehuis bereikte, bemerkte hij, dat
zijn bezittingen door den Sultan waren verbeurd verklaard en zijn huis
en andere eigendommen aan de dochters van Pasha's als huwelijksgift
waren gegeven. Alles was woest en verlaten; hij had zijn fortuin
verloren--en, voegde hij er bitter aan toe, dientengevolge al zijn
vrienden--daarom had hij zich genoodzaakt gezien naar Yedrenet [42] te
rijden, om daar zijn diensten aan den Sultan aan te bieden. De vizier,
vervolgde hij, vertelde den Sultan, dat hij er uitzag, alsof hij meer
dan waarschijnlijk een goed soldaat zou zijn, waarop de Sultan hem
goede kleeren en betere wapens had gegeven en de vizier liet zijn naam
schrijven op den rol der krijgslieden, die gezworen hadden om voor den
Sultan te vechten. "Nu", vervolgde hij, "bezit ik geen dinar meer, stel
mij, bid ik u, in de gelegenheid weer een vermogend man te worden."
Strahinya was diep getroffen door het ongeluk van den derwisch; hij
steeg van zijn paard, omhelsde hem en sprak de volgende vriendelijke
woorden tot hem: "Gij zijt mijn broeder-in-God! Ik schenk u graag
uw losgeld kwijt, en zal u nooit een dinar vragen; dat kunt gij
mij echter vergelden: Ik zoek nu den hooghartigen Vlah-Ali, die
mijn kasteel verwoestte en mij mijn vrouw ontroofde! Zeg mij,
o bejaarde derwisch! Waar kan ik mijn vijand vinden? Ik smeek u
als mijn broeder-in-God de Turken niet in te lichten omtrent mijn
tegenwoordigheid hier, en niet toe te staan, dat zij mij met list
gevangen nemen." De derwisch was blij broeder-in-God te zijn van zulk
een dapper held als Strahinya en beloofde plechtig hem steeds trouw te
blijven en dat hij, al zou Strahynia ook de helft van het leger van
den Sultan vernietigen, hem nooit zou verraden; maar tegelijkertijd
trachtte hij Banovitch over te halen van zijn voornemen af te zien om
zulk een onoverwinnelijken en ontzettenden vijand aan te vallen, wiens
naam zelfs al voldoende was om de besten en braafsten met ontzetting te
vervullen. Hij beschreef hem uitvoerig het bloeddorstig karakter van
den onoverwinnelijken opstandeling van den Padishah en gaf Banovitch
ten slotte de verzekering, dat noch zijn scherp zwaard, noch zijn
vergiftige speer, noch zijn paard hem iets zouden baten, doch dat
de verschrikkelijke Vlah-Ali hem levend zou grijpen met zijn ijzeren
vuisten zijn ledematen in stukken zou breken en zijn oogen uitrukken.
Strahinya lachte luid, toen hij dit hoorde. "O mijn broeder," zei hij,
"gij bejaarde derwisch! Gij behoeft mij niet te waarschuwen tegen
één krijgsman; het eenige, wat ik u verzoek, is niet het geheele
leger van den Sultan tegen mij op de been te brengen. Daar gij elken
avond en elken morgen uw paarden laat drinken aan de rivier Sitnitza,
moet gij weten, waar de doorwaadbare plaatsen zijn, en gij zoudt mij
het rijden door de modderige diepten kunnen besparen!"
Hierop herhaalde de derwisch zijn eed, en riep uit:
Strahni-Bane, ti sokole Srpski!
Tvome Dyogu i tvome junashtvu
Svud su brodi, dyegody dodyesh vodi! [43]
Banovitch ging de rivier over en reed zonder haast naar den berg
Goletch. Hij was nog aan den voet van den berg, toen de ochtendzon
de vlakte van Kossovo bescheen, en de tenten en de wapenrustingen
der soldaten deed glinsteren.
De trouwelooze echtgenoote.
Wat deed de machtige Vlah-Ali, toen de dageraad kwam? De gewoonte van
den Turk was den slaap slechts te zoeken bij zonsopgang. "Hoe dierbaar
zijn nieuwe slavin, de echtgenoote van Strahinya, hem was," verhaalt de
bard, "kan men begrijpen, als ik vertel, dat hij zijn oogen sloot met
zijn hoofd op haar ivoren schouder." De trouwelooze vrouw sliep niet;
door de deur der tent keek zij over het slapende kamp. Plotseling
wekte zij haar nieuwen heer en wees met schrik naar de gestalte van
een naderend ruiter, in wien zij haar waren echtgenoot had herkend.
Eerst lachte de Turk over haar angst en zei, dat het slechts een
gezant van den Sultan kon zijn.
"Waarlijk," zei hij, aanstalten makend om weer te gaan rusten,
"Strahinya zal het niet wagen de tent te naderen!"
Spoedig werd Vlah-Ali weer door zijn gezellin gewekt, die hem zei,
dat de ruiter geen boodschapper van Amouradh was, maar haar eigen
echtgenoot, Banovitch Strahinya zelf, en zij waarschuwde Vlah-Ali,
dat hij in levensgevaar verkeerde.
Nu sprong de machtige Vlah-Ali op, bond een lange, zijden sjerp om,
bevestigde daarin een scherpe, glinsterende yataghan, gordde snel
zijn blinkend zwaard om, en zat weldra stevig in zijn zadel.
Het gevecht.
Een oogenblik later verscheen Banovitch, en de ontzettende strijd
tusschen de twee kampioenen begon--helden van bijna dezelfde
vermaardheid, ofschoon niet van dezelfde kracht.
Strahinya overlaadde zijn tegenstander met verwijten en schampere
woorden en Vlah-Ali antwoordde met even beleedigende termen. Maar
zij vochten niet alleen met woorden; Banovitch gaf Dyogo de sporen
en wierp met groote kracht zijn speer, die de machtige Turk in zijn
uitgestoken handen opving en in stukken brak.
"O Strahinya," riep hij spottend, "gij noemt mij een lafaard. Weet
gij tegen wien gij spreekt? Hier is geen vrouw van uw Servisch land,
die door uw bedreigingen verontrust kan worden; gij hebt hier te
doen met den machtigen Vlah-Ali, die noch den Sultan, noch den
groot-vizier vreest, ja, zelfs niet de ontelbare horden, waarover
zij bevelen! Allen te zamen, zijn zij voor mij niets dan een zwerm
mieren!" Aldus sprekende, hield hij zijn forsch paard vlug in en zond
zijn speer fluitend door de lucht. Zoo recht ging zij op Strahinya's
borst af, dat hij zeker getroffen zou zijn, indien de rechtvaardige
God hem niet had geholpen. Dyogo, die gewoon was aan tweegevechten,
knielde snel en op het juiste oogenblik, zoodat het wapen van den
Turk over het hoofd van Banovitch vloog en tegen een rots stootte,
waar het in drie stukken brak.
Nu hun speren vernield waren, grepen de verwoede krijgslieden naar hun
zware knotsen en snelden op elkaar toe. Hun slagen vielen dof en snel,
totdat Vlah-Ali Strahinya zoo geweldig raakte, dat hij verdoofd werd
en voor op den nek van Dyogo viel. Weer stond de ware God Strahinya
bij; zijn geliefd grijs paard, geoefend in zulke worstelingen,
bewoog zijn kop en nek zoo behendig, dat zijn meester terug viel in
het zadel. En nu raakte Strahinya op zijn beurt den schouder van
zijn tegenstander met groote kracht. Maar de machtige Turk bleef
oogenschijnlijk ongedeerd zitten, ofschoon de pooten van zijn paard
nu tot aan de knieën wegzonken in de zwarte aarde.
En zoo ging het gevecht voort, totdat de strijders elkaars knotsen
braken en naar hun zwaard grepen in de hoop den strijd daarmee
spoediger te beslissen. Maar zie! Het zwaard van Banovitch was
geen gewoon wapen; twee sterke smeden hadden er een week aan
besteed om het te vormen, en het allerfijnste staal te smelten voor
het lemmet. De Turk deed een snellen houw naar zijn vijand, maar
Strahinya ving het glinsterend staal met zijn eigen kling op en het
zwaard was onmiddellijk gescheiden van het gevest. Dit verheugde
Banovitch zeer en woest op den Turk aandringend, beproefde hij nu
zijn tegenstander de armen af te hakken. Maar de helden waren tegen
elkaar opgewassen. Vlah-Ali beschermde zijn hoofd heel handig met het
overgebleven stompje van zijn zwaard, en stukje bij stukje brak hij
het wapen van zijn tegenstander weg, totdat beiden weer in dezelfde
omstandigheden verkeerden. Zij stegen nu af en grepen elkaar stevig
vast; zij zwoegden en worstelden met al hun kracht.
Eindelijk riep Strahinya, voelende dat zijn krachten opraakten,
zijn vrouw toe het andere stuk van het zwaard van den Turk te nemen
en den strijd te beslissen door hetzij zijn hoofd, hetzij dat van
Vlah-Ali er mee te klieven. Daarop riep Vlah-Ali: "Mijn lieveling! O,
gij vrouw van Strahinya! Raak mij niet, maar raak liever Banovitch,
daar gij hem nimmer meer dierbaar kunt zijn; hij zal u steeds laken en
hoonen. Maar gij zult mij altijd zeer dierbaar zijn. Ik zal u geleiden
naar Yedrenet, dertig meisjes zullen daar zijn om u te bedienen,
om uw statiekleed te dragen en uw wijde mouwen. Met bonbons zal ik
u voeden en u met gouden dukaten bedekken van het hoofd tot de voeten!"
Vrouwen zijn gemakkelijk te misleiden door mooie woorden; en zoo
sprong de vrouw van Strahinya op, raapte het scherpe lemmet van
den grond, en wikkelde het zorgvuldig in zachte zijde, want zij was
bevreesd haar hand te zullen verwonden. Daarna snelde zij vlug naar
de strijdende helden en zich alle moeite gevende Ali niet te kwetsen,
sloeg zij heftig op het hoofd van Banovitch en doorsneed den gouden
pluim en den witten helm. Het lemmet wondde het hoofd van Strahinya
niet ernstig, maar het bloed stroomde snel en dik over zijn gelaat
en verblindde hem bijna.
Op dit bittere oogenblik dacht Strahinya aan zijn trouwe Caraman en
riep hem tweemaal.
De hond snelde verwoed op de trouwelooze vrouw toe en hield haar
in bedwang, [44] waardoor zij zeer ontstelde en luid gilde. Zij
wierp het lemmet ver weg en greep den hond bij de ooren. De Turk,
verontrust en in verwarring gebracht, keek om, ten einde te zien,
wat er gebeurde. Strahinya werd zoo aangemoedigd door dit nieuwe
bewijs van de trouw en het verstand van zijn hond, dat hij er nieuwe
kracht uit putte en van de gunstige gelegenheid gebruik maakte om zijn
tegenstander op den grond te werpen en hem met zijn tanden te dooden,
"zooals de wolf een lam slacht." Daarna voerde hij zijn vrouw (die
door de verstandige Caraman ongedeerd was gelaten) naar het kasteel
van haar vader terug.
De terugkeer van den valk.
Toen Youg Bogdan en zijn zoons Strahinya bedekt met bloed zagen,
waren zij ten hoogsten verbaasd, dat een Turk dapper genoeg was om
een held als Strahinya te wonden. Maar Strahinya vertelde hun het
schandelijk gedrag van zijn vrouw, en het verhaal maakte Youg Bogdan
zoo woedend, dat hij zijn zoons beval hun zuster met hun zwaard
te doorsteken. Maar de altijd ridderlijke Strahinya verzette zich
hiertegen en riep uit: "O, mijn schoonbroeders, zoudt gij u heden
met schande bedekken? Tegen wie zoudt gij uw zwaard trekken? Indien
gij, o broeders, zoo bloeddorstig en moedig zijt, waar waren dan
uw messen en uw glinsterende zwaarden, toen ik naar de vlakte van
Kossovo ging? Waarom vergezeldet gij mij toen niet, en spreiddet gij
uw dapperheid niet ten toon tegenover de woeste Turken? Waarom hebt
gij toen niet bewezen mijn vrienden te zijn? Ik kan niet toelaten,
dat gij uw zuster doodt; ook zonder uw hulp zou ik haar zelf hebben
kunnen dooden. Zij is maar een teere en gemakkelijk te misleiden
vrouw! Maar ik zal haar niet dooden: integendeel, zij zal mij voortaan
even dierbaar zijn als voorheen."
De bard eindigt zijn gedicht:
Pomalo ye takiyeh younaka,
Ka' shto beshe Strahinyityou Bane!
("Hoe weinigen zijn de helden, die vergeleken kunnen worden met
Banovitch Strahinya!")