HOOFDSTUK V: BANOVITCH STRAHINYA.

Historische data.

De ballade, die op Banovitch Strahinya betrekking heeft, is een van

de mooiste en beroemdste, die de naamlooze barden van de middeleeuwen

voortbrachten. De schrijver was waarschijnlijk een dienaar van een

van Banovitch' afstammelingen en benutte een paar historische en

biografische data, die hij gevonden moet hebben in de manuscripten,

welke aan zijn heer toebehoorden of die zich bevonden in de andere

kasteelen, die hij nu en dan bezocht.

Prins Ourosh (van de dynastie der Nemany's) huwde met Helene, een

Fransche prinses van het huis de Courtenay en door haar onderhield

hij vriendschappelijke betrekkingen met het Fransche hof van Karel

van Anjou in Napels. Hiervan maakte hij gebruik om te onderhandelen

over een verdrag tusschen Serviërs en Franschen ter verdeeling van

het Byzantijnsche rijk.

Eenige Servische historici zijn de meening toegedaan, dat Banovitch

Strahinya werkelijk de doorluchtige Strashimir Balshitch-Nemanyitch

was, die te zamen met zijn twee broers van 1360-1370 in Skadar, de

hoofdstad van Noord-Albanië, regeerde en een afstammeling was van de

oude Provencaalsche familie des Baux.

In de eerste geschriften, waarin hij voorkomt, is de naam Baux

gelatinizeerd en werd dus Balcius, terwijl de leden der familie, die

aan het Hof te Napels verkeerden, hun naam in Italiaanschen vorm goten

en zich Balza noemden. Verder veronderstelt men, dat deze Seigneurs

des Baux, die den Italiaanschen naam aannamen, door huwelijk met het

koninklijk huis van Nemanyitch vermaagschapt werden.

Bij hun vestiging in Servische landen veranderden zij hun geslachtsnaam

dan in Balsha of Balshitch--itch of ich of ic is de eigenaardige

uitgang van de meeste Servische namen.

Skadar was in dien tijd nog de hoofdstad van Zeta (het Montenegro

van de moderne tijden). De dappere Nicholas I Petrovitch, de

tegenwoordige koning van Montenegro, stamt uit een zijlinie van

Balshitch af. Deze werd door de Groote Mogendheden genoodzaakt de stad

te ontruimen, nadat hij ze dank zij den heldenmoed van zijn troepen

veroverd had. Overal, het geheele koninkrijk door, improviseeren

de Servische barden balladen, waarin zij voor volgende geslachten

de droeve gebeurtenissen van den tegenwoordigen tijd bewaren, gelijk

hun voorouders dat deden met de heldendaden van Strahinya. Maar laat

ons terugkeeren naar de geschiedenis van Banovitch, zooals die in de

oude ballade wordt gegeven.

De Valk Banovitch.

In de eerste verzen beschrijft de bard den held en looft hem als "een

valk zonder wederga." Hij vertelt van de bevelen door Banovitch aan

zijn dienaren en pages gegeven met betrekking tot de voorbereidselen,

die voor hem zelf getroffen moeten worden; voor zijn getrouw paard

Dyogo, en den hazewind Caraman, zijn onafscheidelijken metgezel. Hij

gaat echter niet op jacht; hij is voornemens den bejaarden Youg Bogdan

te bezoeken en is gekleed in louter zijde en fluweel, prachtig met

goud geborduurd.

Bogdan, zijn geliefde schoonvader, resideert in zijn weelderig

kasteel in Kroushevatz. De oude man verheugde er zich in hem te

zien. Zijn negen zoons en hun vrouwen, evenals de schoonzoons van

Bogdan, waarvan er een in rechte lijn van koning Nemanya afstamde,

begroetten hem hartelijk.

Terwijl zij aan het feestvieren waren, werd er een brief gebracht van

de moeder van Banovitch, waarin zij hem mededeelde, dat zeer talrijke

Turksche horden op de vlakte van Kossovo gekampeerd waren. Strahinya

greep den brief en las met ontzetting den vloek zijner moeder: "Wee u

en uw feestvreugde in het vervloekte kasteel van den vader uwer vrouw!"

In den brief werd verder medegedeeld, dat een hoofdman, Vlah-Ali,

een even trotsch als hooghartig man, en onafhankelijk niet alleen

van Mehmed, den groot-vizier, maar ook van Sultan Amouradh zelf,

zijn kasteel had aangevallen, veroverd en geplunderd, zijn bedienden

gevangen genomen en zijn vrouw had meegenomen naar zijn tent op een

berg bij de vlakte van Kossovo, waar zij naar het scheen zonder

eenigen tegenzin bleef. Youg Bogdan, die de smart van Strahinya

opmerkte, vroeg hem ongerust of er iets niet in orde was, of hem

iets in zijn kasteel ontbrak, of een van zijn familieleden hem had

beleedigd. Banovitch dankte zijn schoonvader en verzekerde hem, dat

een geheel ander ongeluk hem bedroefde, waarop hij den brief hardop

voorlas. Banovitch verzocht Youg Bogdan zijn zoons toe te staan hem

te vergezellen naar de vlakte van Kossovo, daar hij besloten was zijn

vrouw te redden uit de handen van den vijand. Maar Youg Bogdan, die van

oordeel was, dat het slechts dwaasheid zou zijn, indien zoo weinigen

duizenden bloeddorstige Turken tegemoet traden, raadde Banovitch met

klem aan de gedachte te laten varen. Hij beloofde zelfs een mooiere

bruid voor hem te zoeken, die hem meer waardig zou zijn dan zijn eigen

ontrouwe dochter. Maar Strahinya bleef bij zijn besluit en overtuigd

van het gemis aan ridderlijkheid bij zijn schoonvader, spoedde hij

zich naar de stallen, weigerde, zoo groot was zijn minachting, de

hulp van Bogdans bedienden, zadelde Dyogo en steeg onmiddellijk op

en reed vol verontwaardiging en droefheid weg. Toen hij het plein

afreed, herinnerde hij zich plotseling Caraman, daarom floot hij en

onmiddellijk snelde Caraman naar zijn meester en troostte hem.

Banovitch zoekt den Turk.

Zoo reed Banovitch over velden en over bergen recht naar Kossovo

met moed en blijheid, want zijn hond was hem zelfs nog dierbaarder

dan zijn paard. Te Kossovo gekomen zag hij de vlakte bedekt met

tenten en soldaten, en toen hij er naar keek, voelde hij iets als

vrees in zich; maar ondanks dat riep hij den naam van den waren God

aan, en vermomd als een Turk doorkruiste hij de vlakte. Gedurende

verscheidene dagen zocht hij, maar helaas! te vergeefs, de tent van

Vlah-Ali. Eindelijk, aan de oevers van de Sitnitza gekomen, zag hij

een ruime, groene tent. Op de middenpaal glinsterde een gouden appel;

voor den ingang stond een Arabisch paard en trappelde vurig met zijn

voorpooten op den grond. Strahinya meende stellig, dat dit de tent

moest zijn van Vlah-Ali en hij zette zijn Dyogo krachtig aan. In een

oogenblik had hij de tent bereikt met zijn lans in de hand en schoof

stoutmoedig het zijden gordijn terzijde, dat den ingang bedekte. Tot

zijn teleurstelling zag hij, dat de eenige aanwezige in de tent een

oude derwisch was met een witten baard, die hem tot aan de knieën

reikte. De oude man dronk wijn, iets wat hem verboden was door de

wetten van zijn orde, en hij beantwoordde den groet van Strahinya,

die goed Turksch sprak, met een diepen salaam. Toen zei de derwisch

tot verbazing van Strahinya: "Heil u! o Banovitch Strahinya, heer

van Klein Banyska bij Kossovo!"

Banovitch werd er eenigszins door van zijn stuk gebracht, maar hij

liet dit zoo weinig mogelijk blijken en vroeg: "Wie is de man, die

gij Banovitch Strahinya hebt genoemd?" De halfdronken derwisch lachte

luid. "Gij kunt mij niet misleiden," zei hij, "ik zou u onmiddellijk

herkennen, al ontmoette ik u op den top van den berg Goletch." Toen

vertelde hij Banovitch, hoe hij enkele jaren geleden in zijn kasteel

gevangen had gezeten en zeer menschelijk behandeld was geworden,

zelfs dagelijks een zekere hoeveelheid wijn had ontvangen.

Tenslotte had Banovitch hem naar zijn land laten terugkeeren om zijn

losgeld te verzamelen. Toen hij zijn tehuis bereikte, bemerkte hij, dat

zijn bezittingen door den Sultan waren verbeurd verklaard en zijn huis

en andere eigendommen aan de dochters van Pasha's als huwelijksgift

waren gegeven. Alles was woest en verlaten; hij had zijn fortuin

verloren--en, voegde hij er bitter aan toe, dientengevolge al zijn

vrienden--daarom had hij zich genoodzaakt gezien naar Yedrenet [42] te

rijden, om daar zijn diensten aan den Sultan aan te bieden. De vizier,

vervolgde hij, vertelde den Sultan, dat hij er uitzag, alsof hij meer

dan waarschijnlijk een goed soldaat zou zijn, waarop de Sultan hem

goede kleeren en betere wapens had gegeven en de vizier liet zijn naam

schrijven op den rol der krijgslieden, die gezworen hadden om voor den

Sultan te vechten. "Nu", vervolgde hij, "bezit ik geen dinar meer, stel

mij, bid ik u, in de gelegenheid weer een vermogend man te worden."

Strahinya was diep getroffen door het ongeluk van den derwisch; hij

steeg van zijn paard, omhelsde hem en sprak de volgende vriendelijke

woorden tot hem: "Gij zijt mijn broeder-in-God! Ik schenk u graag

uw losgeld kwijt, en zal u nooit een dinar vragen; dat kunt gij

mij echter vergelden: Ik zoek nu den hooghartigen Vlah-Ali, die

mijn kasteel verwoestte en mij mijn vrouw ontroofde! Zeg mij,

o bejaarde derwisch! Waar kan ik mijn vijand vinden? Ik smeek u

als mijn broeder-in-God de Turken niet in te lichten omtrent mijn

tegenwoordigheid hier, en niet toe te staan, dat zij mij met list

gevangen nemen." De derwisch was blij broeder-in-God te zijn van zulk

een dapper held als Strahinya en beloofde plechtig hem steeds trouw te

blijven en dat hij, al zou Strahynia ook de helft van het leger van

den Sultan vernietigen, hem nooit zou verraden; maar tegelijkertijd

trachtte hij Banovitch over te halen van zijn voornemen af te zien om

zulk een onoverwinnelijken en ontzettenden vijand aan te vallen, wiens

naam zelfs al voldoende was om de besten en braafsten met ontzetting te

vervullen. Hij beschreef hem uitvoerig het bloeddorstig karakter van

den onoverwinnelijken opstandeling van den Padishah en gaf Banovitch

ten slotte de verzekering, dat noch zijn scherp zwaard, noch zijn

vergiftige speer, noch zijn paard hem iets zouden baten, doch dat

de verschrikkelijke Vlah-Ali hem levend zou grijpen met zijn ijzeren

vuisten zijn ledematen in stukken zou breken en zijn oogen uitrukken.

Strahinya lachte luid, toen hij dit hoorde. "O mijn broeder," zei hij,

"gij bejaarde derwisch! Gij behoeft mij niet te waarschuwen tegen

één krijgsman; het eenige, wat ik u verzoek, is niet het geheele

leger van den Sultan tegen mij op de been te brengen. Daar gij elken

avond en elken morgen uw paarden laat drinken aan de rivier Sitnitza,

moet gij weten, waar de doorwaadbare plaatsen zijn, en gij zoudt mij

het rijden door de modderige diepten kunnen besparen!"

Hierop herhaalde de derwisch zijn eed, en riep uit:

Strahni-Bane, ti sokole Srpski!

Tvome Dyogu i tvome junashtvu

Svud su brodi, dyegody dodyesh vodi! [43]

Banovitch ging de rivier over en reed zonder haast naar den berg

Goletch. Hij was nog aan den voet van den berg, toen de ochtendzon

de vlakte van Kossovo bescheen, en de tenten en de wapenrustingen

der soldaten deed glinsteren.

De trouwelooze echtgenoote.

Wat deed de machtige Vlah-Ali, toen de dageraad kwam? De gewoonte van

den Turk was den slaap slechts te zoeken bij zonsopgang. "Hoe dierbaar

zijn nieuwe slavin, de echtgenoote van Strahinya, hem was," verhaalt de

bard, "kan men begrijpen, als ik vertel, dat hij zijn oogen sloot met

zijn hoofd op haar ivoren schouder." De trouwelooze vrouw sliep niet;

door de deur der tent keek zij over het slapende kamp. Plotseling

wekte zij haar nieuwen heer en wees met schrik naar de gestalte van

een naderend ruiter, in wien zij haar waren echtgenoot had herkend.

Eerst lachte de Turk over haar angst en zei, dat het slechts een

gezant van den Sultan kon zijn.

"Waarlijk," zei hij, aanstalten makend om weer te gaan rusten,

"Strahinya zal het niet wagen de tent te naderen!"

Spoedig werd Vlah-Ali weer door zijn gezellin gewekt, die hem zei,

dat de ruiter geen boodschapper van Amouradh was, maar haar eigen

echtgenoot, Banovitch Strahinya zelf, en zij waarschuwde Vlah-Ali,

dat hij in levensgevaar verkeerde.

Nu sprong de machtige Vlah-Ali op, bond een lange, zijden sjerp om,

bevestigde daarin een scherpe, glinsterende yataghan, gordde snel

zijn blinkend zwaard om, en zat weldra stevig in zijn zadel.

Het gevecht.

Een oogenblik later verscheen Banovitch, en de ontzettende strijd

tusschen de twee kampioenen begon--helden van bijna dezelfde

vermaardheid, ofschoon niet van dezelfde kracht.

Strahinya overlaadde zijn tegenstander met verwijten en schampere

woorden en Vlah-Ali antwoordde met even beleedigende termen. Maar

zij vochten niet alleen met woorden; Banovitch gaf Dyogo de sporen

en wierp met groote kracht zijn speer, die de machtige Turk in zijn

uitgestoken handen opving en in stukken brak.

"O Strahinya," riep hij spottend, "gij noemt mij een lafaard. Weet

gij tegen wien gij spreekt? Hier is geen vrouw van uw Servisch land,

die door uw bedreigingen verontrust kan worden; gij hebt hier te

doen met den machtigen Vlah-Ali, die noch den Sultan, noch den

groot-vizier vreest, ja, zelfs niet de ontelbare horden, waarover

zij bevelen! Allen te zamen, zijn zij voor mij niets dan een zwerm

mieren!" Aldus sprekende, hield hij zijn forsch paard vlug in en zond

zijn speer fluitend door de lucht. Zoo recht ging zij op Strahinya's

borst af, dat hij zeker getroffen zou zijn, indien de rechtvaardige

God hem niet had geholpen. Dyogo, die gewoon was aan tweegevechten,

knielde snel en op het juiste oogenblik, zoodat het wapen van den

Turk over het hoofd van Banovitch vloog en tegen een rots stootte,

waar het in drie stukken brak.

Nu hun speren vernield waren, grepen de verwoede krijgslieden naar hun

zware knotsen en snelden op elkaar toe. Hun slagen vielen dof en snel,

totdat Vlah-Ali Strahinya zoo geweldig raakte, dat hij verdoofd werd

en voor op den nek van Dyogo viel. Weer stond de ware God Strahinya

bij; zijn geliefd grijs paard, geoefend in zulke worstelingen,

bewoog zijn kop en nek zoo behendig, dat zijn meester terug viel in

het zadel. En nu raakte Strahinya op zijn beurt den schouder van

zijn tegenstander met groote kracht. Maar de machtige Turk bleef

oogenschijnlijk ongedeerd zitten, ofschoon de pooten van zijn paard

nu tot aan de knieën wegzonken in de zwarte aarde.

En zoo ging het gevecht voort, totdat de strijders elkaars knotsen

braken en naar hun zwaard grepen in de hoop den strijd daarmee

spoediger te beslissen. Maar zie! Het zwaard van Banovitch was

geen gewoon wapen; twee sterke smeden hadden er een week aan

besteed om het te vormen, en het allerfijnste staal te smelten voor

het lemmet. De Turk deed een snellen houw naar zijn vijand, maar

Strahinya ving het glinsterend staal met zijn eigen kling op en het

zwaard was onmiddellijk gescheiden van het gevest. Dit verheugde

Banovitch zeer en woest op den Turk aandringend, beproefde hij nu

zijn tegenstander de armen af te hakken. Maar de helden waren tegen

elkaar opgewassen. Vlah-Ali beschermde zijn hoofd heel handig met het

overgebleven stompje van zijn zwaard, en stukje bij stukje brak hij

het wapen van zijn tegenstander weg, totdat beiden weer in dezelfde

omstandigheden verkeerden. Zij stegen nu af en grepen elkaar stevig

vast; zij zwoegden en worstelden met al hun kracht.

Eindelijk riep Strahinya, voelende dat zijn krachten opraakten,

zijn vrouw toe het andere stuk van het zwaard van den Turk te nemen

en den strijd te beslissen door hetzij zijn hoofd, hetzij dat van

Vlah-Ali er mee te klieven. Daarop riep Vlah-Ali: "Mijn lieveling! O,

gij vrouw van Strahinya! Raak mij niet, maar raak liever Banovitch,

daar gij hem nimmer meer dierbaar kunt zijn; hij zal u steeds laken en

hoonen. Maar gij zult mij altijd zeer dierbaar zijn. Ik zal u geleiden

naar Yedrenet, dertig meisjes zullen daar zijn om u te bedienen,

om uw statiekleed te dragen en uw wijde mouwen. Met bonbons zal ik

u voeden en u met gouden dukaten bedekken van het hoofd tot de voeten!"

Vrouwen zijn gemakkelijk te misleiden door mooie woorden; en zoo

sprong de vrouw van Strahinya op, raapte het scherpe lemmet van

den grond, en wikkelde het zorgvuldig in zachte zijde, want zij was

bevreesd haar hand te zullen verwonden. Daarna snelde zij vlug naar

de strijdende helden en zich alle moeite gevende Ali niet te kwetsen,

sloeg zij heftig op het hoofd van Banovitch en doorsneed den gouden

pluim en den witten helm. Het lemmet wondde het hoofd van Strahinya

niet ernstig, maar het bloed stroomde snel en dik over zijn gelaat

en verblindde hem bijna.

Op dit bittere oogenblik dacht Strahinya aan zijn trouwe Caraman en

riep hem tweemaal.

De hond snelde verwoed op de trouwelooze vrouw toe en hield haar

in bedwang, [44] waardoor zij zeer ontstelde en luid gilde. Zij

wierp het lemmet ver weg en greep den hond bij de ooren. De Turk,

verontrust en in verwarring gebracht, keek om, ten einde te zien,

wat er gebeurde. Strahinya werd zoo aangemoedigd door dit nieuwe

bewijs van de trouw en het verstand van zijn hond, dat hij er nieuwe

kracht uit putte en van de gunstige gelegenheid gebruik maakte om zijn

tegenstander op den grond te werpen en hem met zijn tanden te dooden,

"zooals de wolf een lam slacht." Daarna voerde hij zijn vrouw (die

door de verstandige Caraman ongedeerd was gelaten) naar het kasteel

van haar vader terug.

De terugkeer van den valk.

Toen Youg Bogdan en zijn zoons Strahinya bedekt met bloed zagen,

waren zij ten hoogsten verbaasd, dat een Turk dapper genoeg was om

een held als Strahinya te wonden. Maar Strahinya vertelde hun het

schandelijk gedrag van zijn vrouw, en het verhaal maakte Youg Bogdan

zoo woedend, dat hij zijn zoons beval hun zuster met hun zwaard

te doorsteken. Maar de altijd ridderlijke Strahinya verzette zich

hiertegen en riep uit: "O, mijn schoonbroeders, zoudt gij u heden

met schande bedekken? Tegen wie zoudt gij uw zwaard trekken? Indien

gij, o broeders, zoo bloeddorstig en moedig zijt, waar waren dan

uw messen en uw glinsterende zwaarden, toen ik naar de vlakte van

Kossovo ging? Waarom vergezeldet gij mij toen niet, en spreiddet gij

uw dapperheid niet ten toon tegenover de woeste Turken? Waarom hebt

gij toen niet bewezen mijn vrienden te zijn? Ik kan niet toelaten,

dat gij uw zuster doodt; ook zonder uw hulp zou ik haar zelf hebben

kunnen dooden. Zij is maar een teere en gemakkelijk te misleiden

vrouw! Maar ik zal haar niet dooden: integendeel, zij zal mij voortaan

even dierbaar zijn als voorheen."

De bard eindigt zijn gedicht:

Pomalo ye takiyeh younaka,

Ka' shto beshe Strahinyityou Bane!

("Hoe weinigen zijn de helden, die vergeleken kunnen worden met

Banovitch Strahinya!")

Heldensagen en Legenden van de Serviërs · 第 29 / 47 题