Toen Trijn dit hoorde, gedoogde zij, dat haar hand met den zakdoek in
Kreels hand bleef liggen.
Maar daar mijn kameraad Kreel thans ook den arm om haar schouder wilde
leggen, rukte zij zich onverhoeds los. Daarop liep zij in halven draf
naar de Koemarkt terug.
Doch nu mocht Kreel dan toch naast haar meedraven.
En in de herberg heeft zij daarna één keer met hem gedanst ook.
Terwijl dit een en ander aldus plaatshad, lagen mijn vader en moeder
diep slapend in hun bedstede, en ik evenzoo in de mijne.
Maar ruim halverwegen den nacht schrikten wij alle drie wakker. Dat kwam
door de eenden, die opeens vervaarlijk te keer gingen.
Vader sprong overeind, bemerkte ik. "Moeder, wat is er?" riep hij
slaapdronken, zoo hoorde ik.