II.

Het heerschap is de aardsche god van den Noord-Hollandschen huurboer.

Groot is zijn naam! "Heerskip," aldus spreken wij dien naam uit.

Het optreden van den Noord-Hollandschen boer tegenover hooger dan hij

geplaatsten is over het algemeen onberispelijk fatsoenlijk, maar vol

besef van eigenwaarde. Alleen in de verhouding tot het heerschap werpt

hij, in diep afhankelijkheidsbewustzijn en onderdanigheidsgevoel,

tot het laatste spoor van eigenwaarde overboord. Hij betracht jegens

den burgemeester en den dominee, den notaris en den dokter de

meest tegemoetkomende beleefdheid. Een beleefdheid intusschen,

die onveranderlijk doormengd is met zekere even onmiskenbare als

onnavolgbare leukheid, door welke hij zegt zonder woorden: ik behoef

niet beleefd jegens u te zijn, als ik niet wil; stelt u echter

gerust, want ik ben veel te fatsoenlijk, om dat ooit ofte immer niet

te willen. Doch deze leukheid verdwijnt geheel en ten volle uit zijn

beleefdheidsbetoon in het aangezicht van zijn landheer. Tegenover het

heerschap is de Noord-Hollandsche pachtboer als was in de hand des

boetseerders.

En daarop valt niets aan te merken. Want hij moet het van het heerschap

hebben, terwijl de burgemeester, de notaris, de dokter, de dominee, goed

uitgerekend, het van hem hebben moeten.

Onder "het" te verstaan: de dagelijksche boterham!

Groot is dies de Noord-Hollandsche landpachter in zijn fier zelfgevoel

al de andere dagen des jaars, maar klein dien éénen dag tegen Kerstmis,

op welken hij, zijn pachtpenningen in de hand, het heerschap van

aangezicht tot aangezicht heeft te ontmoeten in diens vorstelijk

woonverblijf.

Op dien dag liggen voor hem heil en rampspoed tegenover elkander in de

weegschaal.

Heil of rampspoed, vertegenwoordigd in den uitslag, zóó of anders,

zijner jaarlijksche vermurwingsaanvallen op het heerschappelijke gemoed,

ter verovering van gunsten in zake pachtvoorwaarden, staltoestanden,

mestbelangen...... Ach, de vraag van bekrompen, maar tevreden

voortleven, dan wel van langzamen hongerdood eens huisvaders met zijn

gezin, legt de pachter op dien gewichtvollen dag omstreeks Kerstmis met

plechtigheid voor het geweten van het "heerskip" terneer.

Bij ons in Noord-Holland · 第 23 / 55 题