De Morgenpost had in den laatsten tijd veel goede diensten bewezen
aan arme ouden van dagen, die een jubileum te herdenken hadden, maar
geen geld bezaten, om het ook maar allerminst feestelijk te vieren.
Wanneer bijvoorbeeld een zeer oud en zeer arm echtpaar zijn 50-jarig
huwelijk zou herdenken, deelde de Morgenpost dit reeds eenige weken
te voren mede aan weldadige stadgenooten, kennissen en buren.
Wel, wanneer de groote dag dan aanbrak, kwamen van alle kanten der
stad de gaven en geschenken binnenstroomen, hadden buren de woning
en soms zelfs het straatje feestelijk versierd en was er aan eten,
drinken en snoeperij geen gebrek. En dan werd op zulk een dag ook
een der reporters van de courant naar de fuivende familie gezonden,
ten einde de vreugde nog te verhoogen door een officieel verslag van
de feestelijkheid.
Die eer viel op zekeren dag te beurt aan ons Pietje.
Het was een zeer oud, onaanzienlijk en vervallen straatje, waarheen
Piet dien middag zich begaf.
Vanaf den ingang zag hij reeds, hoe vriendelijke buren het versierd
hadden met papieren slingers, bloemen en lampions.
Zelfs een draaiorgel, met oranje en groene guirlandes behangen,
was voor dien dag afgehuurd en draaide zijn afgezaagde deunen
onophoudelijk af.
Kinderen dansten op de maat der muziek en zelfs hadden eenige mannen
en vrouwen een dansje niet kunnen versmaden, zoodat er bijna heel
den dag in het armoe-straatje "bal-champêtre" was.
Maar er is een zeker gedeelte onder het volk, dat een bruiloft of
welke andere feestviering dan ook, niet als compleet beschouwt, als
er niet een vechtpartij, of zelfs ook maar een flinke ruzie op het
programma voorkomt.
Dit zou Piet vandaag ondervinden.
Hij bekeek lachend de versierde woningen, vond het aardig, hoe
die brave buren zoo meehielpen, den feestvierenden oudjes een
onvergetelijken dag te bereiden.
Maar het taaltje, dat die buurtgenooten gebruikten ... o semaaje!!
"Mot je hier weese, meester?"
"Jongen kaikeris watten faine ridder ..."
"'t Laikt Piek & Clompenburg wel, Mie."
"Mot je bai 't bruidspaar weese, meheer?"
Piet zag zich spoedig door de steegbewoners omringd.
Het draaiorgel jengelde zonder ophouden.
Het was moeilijk, zich verstaanbaar te maken.
"O heere-m'n-tijd, Kee!!!" gilde een schommelende vischvrouw, "hij komp
om een piereverschrikkertje!!! Lussie ook koekies, mooie kanebraaier?"
"Zeg 'm maar," riep Kee van verre uit een raam, "dat-ie de zon in
z'n nek laat schijnen, dan krijgt-ie nog wat warms in z'n lijf."
Piet, als altijd vatbaar voor humor, schoot in een lach en keek naar
de vriendelijke spreekster, die haar tong tegen hem uitstak en een
langen neus maakte. Toen vroeg hij:
"En waar woont nu het bruidspaar?"
"Linksom en je neus achterna, meheer."
Piet wendde zich links en zag een versierde deur, waarop een hevig
verguld schild getimmerd was, dat te lezen gaf: