Na de clandestiene koffiemaaltijd in "de Bataaf" begaf de club zich
weer op pad. Ze doorwandelden de heerlijke boschjes, stoeiden tusschen
de boomen en struiken als kleine kinderen en kwamen, moe en wel,
op den Ouden Scheveningschen weg, vanwaar ze door de Keizerstraat
terugliepen naar het strand.
Ze hadden alweer dorst, waarop Pietje voorstelde, den melksalon
"De Sierkan" binnen te gaan.
Toen ze daar goed en wel gezeten waren, kwam Flip tot de ontdekking,
dat ze met hun achten waren en "Eetje" ontbrak.
Maar die kwam al gauw opdagen.
Hij was een winkeltje binnengeloopen en had er een grooten zak vol
serpentines, confetti en "rotjes" gekocht.
"Om d'r een beetje feestelijk kérékter én te geven," zei hij.
De serpentines en confetti werden uitgedeeld en weldra nam het feest
een aanvang.
Een blonde juffrouw in 't Scheveningsch costuum bracht de glazen
melk en Flip bestrooide haar met een handvol confetti, wat ze lachend
aanvaardde. Daarop slingerde Pietje een serpentine door den melksalon
wat dadelijk door de overige leden gevolgd werd en weldra hingen over
de gaskronen, koperen melkkannen, stoelen en tafeltjes de veelkleurige
linten, waardoor de melksalon er uit zag als een bruiloftszaal.
Over het algemeen nam men het nogal van den vroolijken kant op, zelfs
de kellnerinnen, die waarschijnlijk den boel weer moesten opruimen,
hadden schik in onze Vroolijke Bende.
Het was nog eens een veranderingetje in het meestal eentonige melkgedoe
en de vroolijke grappen van Piet en de anderen gingen er in als koek.
Maar natuurlijk zou het wel een wonder geweest zijn, als er niet
iemand wat van te zeggen had.
Een zwaarlijvige, purperkleurige, blazende heer, die zijn jas over de
leuning van zijn stoel gehangen had en er nogal onsmakelijk uitzag,
kreeg bij toeval een serpentine over zich heen, en dat bleek genoeg
te zijn, om z'n woede op te wekken.
"Verfluchte dinger ..." raasde hij. "Kann man nicht sein glaasjen
mielk trinken hier?"
"Kom meneer," zei een andere bezoeker, "lach maar mee, lach maar mee!"
Maar de man, die zijn best deed, zich in 't Hollandsch uit te drukken,
had geen lachlust meer ... had dien al sinds lang verloren.
"Soll man lachen bij solchen onsinn? Onsinn ... komm iek hier mein
glaasjen mielk zu trinken ... will ruhig sitzen ... verwünschtes
kabaal und diese verfluchte dinger ..."
Piet had de lont van een rotje aangestoken en toen het ding begon te
sputteren, wierp hij het ongezien onder de tafel van den mopperaar.
"Pánggg!!!
"Hei! Potzhimmel-donner-schweinerkraut!!!!"
Het heele gezelschap gierde.
"Zegt u dat nog eens," verzocht Pietje beleefd .... "ik verzamel
graag buitenlandsche postzegels."
Pang!!!
Een tweede rotje ging af.
Rrrrrt ... vlogen de serpentines door den melksalon.
"Sollk iek mein laten handeln wie ein straatjongen ... iek bin ein
Edelman ... iek bin Graf von Weinberg ..."
"Daar ziet u anders heelemaal niet naar uit," schoot Spinnetje
opeens af.
"Zoo te zitten bij dames staat lang niet adellijk," vond Jacob.
"Iest mein saak ... iest ganz und gar mein saak ... komm iek hier
mein glaasjen mielk trinken ... will iek ruhig sitzen ... in mein
oberhemd ... macht nichts ... in mein hemd ... iest mein saak ..."
"Ho-ho, da's niet adellijk, da's niet fijn!"
"Das soll mein 'nen Sorg sein!"
"Foei, wat is u onverschillig," zei Piet. "Maar we doen geen
mensch kwaad, nietwaar lui? Allemaal een serpentine klaar? Aáááánnn
... Vùùrrrr!!!"
Rrrrrt ... daar suisden negen serpentines door de hal, die nu een
waar lintenpakhuis leek.
En stroomen confetti dwarrelden over de hoofden der bezoekers,
die meest allen voor 'n dag uit waren en grooten schik hadden in de
gebeurtenis. Flip betaalde de vertering en arm in arm ging de Bende
weer verderop.
Op den hoek van een zijstraat zag Piet 'n ledige kist staan, die daar
waarschijnlijk door den kruidenier was neergezet.
Met één sprong stond hij er bovenop.
"Wat krijgen we nou?" informeerde Jacob.
"Ga je straatredenaar spelen?" vroeg Harry.
"'k Wed met je om een plak chocola, dat je 't niet durft," daagde
Mien uit.
"Top! Weddenschap aangenomen!" riep Pietje. "Waarover moet ik spreken?"
"Over sigaretten," suggereerde Flip.
"Best!"
De club schaarde zich om het spreekgestoelte heen en terwijl
langzamerhand zich meer omstanders bij de jongelui voegden, schudde
Pietje den volgenden onzin uit den mouw:
"Dames en kinderen, mannen en heeren, me-, juf-, en jonkvrouwen van
scheel Heveningen! Boeren, burgers, buiten- en binnenlui, ik heb
de eer u mezelven voor te stellen als Professor Nicotinus van het
gedemobiliseerde Laboratorium in de Amsterdamsche Cigaretten-fabriek
"De Hoestbui". En bij mijn laatste scheikundige, trans-atlantische,
laboratorische nicotine-proefnemingen heb ik een belangrijke ontdekking
gedaan, een ontdekking, mijne heeren, die een geheele omwenteling
teweeg zal brengen, wat zeg ik, een revolutie, meneer, een revolutie
onder de cigarettenrookers van de heele wereld.
"Je hebt allen wel eens gehoord van Karel de Kale?
"Welnu, Karel de Kale was een kleinzoon van Napoleon, je weet wel, die
Willem de Zwijger geholpen heeft in den veldslag tegen de Filistijnen
onder de brandend heete zonnestralen van Nova-Zembla.
"Karel de Kale was zóó kaal, dat een biljartbal bij hem vergeleken
nog dik-behaard was.
"En waarom was hij zoo kaal?
"Wel, doodeenvoudig omdat hij al zijn haren verrookt had!
"Verrookt, meneer!
"Bij bosjes had-ie ze uitgerukt en er cigaretten van gerold met
schuurpapier. Na drie maanden was hij zoo kaal als de scheurkalender
op 31 December!"
Hier keek Pietje even om zich heen en zag tot zijn genoegen, dat de
menigte steeds toenam.
De Vroolijke Bende proestte het af en toe uit en de omstanders
niet minder.
"En toen Karel de Kale geen haar meer had en niet regeeren kon,
omdat hij niets te rooken had, stuurde hij een draadloos telegram
naar mij, Professor Nicotinus van de Amsterdamsche cigaretten-fabriek
"De Hoestbui".
"En omdat ik nog een afstommeling ben van Karel de Kale, aangetrouwd
in de familie--zijn moeder en mijn moeder waren moeders--heb ik hem
het recept gegeven van mijn nieuw-ontdekte cigaret, waaraan ik den
naam gegeven heb: Grafwaarts.
"Hier zijn ze--en Piet nam een handvol cigaretten van Eetje aan--de
beroemde Manilla Asthma Stinka Gloria ... Ik heb er tweeduizend van
verkocht aan een jongeman in Groningen, en waar denk je, dat hij
nu is?"
"Op het kerkhof!" riep een slagersjongen.
"Mis ... nou is hij hoofdvertegenwoordiger voor deze beroemde cigaret
in de Sahara. En ze kosten geen gulden ... geen negentig ... geen
tachtig ... zeventig, zestig cent ... maar òp is òp en wèg is wèg
... wie ze pakt, die heeft ze voor 5 dubbeltjes ... 50 cent ... een
halven gulden ..."
"Pas op, daar komt een agent," waarschuwde Harry.
Piet sprong snel van de kist en verdween tusschen de omstanders.
Mien was haar plak chocola kwijt en Pietje nam het aan, om het dadelijk
daarop de meisjes weer aan te bieden.
"Wat doen we nou?" vroeg Jacob.
"Laten we ansichten naar huis sturen," stelde Marie voor.
"Ja, hier is een boekwinkel, kom mee."
Er was een lange, smalle schrijftafel aan het einde van den boekwinkel,
bestemd voor het verzenden van prent-briefkaarten.
De Bende marcheerde naar binnen en zette zich met veel drukte aan de
tafel, vechtend om de pennen.
Ieder kocht vijf kaarten en onder het schrijven legde Piet stilletjes
een rotje onder de tafel. Na een oogenblik ging het af:
Pánng!!!
De boekhandelaar dronk juist een glaasje water, maar liet het van
schrik uit de handen vallen.
Kletterend sloeg het op den vloer in stukken.
"Alle duivels!" riep hij. "Wa's dat?"
Maar Piet schreef rustig voort, niet luisterend naar de algemeene
uitroepen van schrik en ontsteltenis.
"Hè gut, kijk nou hier," riep Mien, "een groote vlek!"
Pietje vroeg den boekhandelaar, of deze ook briefkaarten verkocht met
de foto aan den anderen kant, maar de man antwoordde, dat hij alleen
maar kaarten had met de fotografie aan deze zijde.
Het schrijven der kaarten nam zoowat tien minuten en allen waren ermee
gereed, behalve Jacob, die elke briefkaart van boven tot onder vulde
met een kriebelig klein schrift.
"Zeg, wat maak jij ze allemaal voor leugens wijs?"
"De menschen, die jouw kaarten krijgen, mogen wel ermee naar het
microscopisch laboratorium gaan, Jacob."
Maar al hun spotten en plagen hielp niets en daarom gingen ze maar
wat in den winkel rondkijken.
Ze hielden allemaal van boeken en platen.
Marie bladerde in een stapel muziek.
"Weet je, wát een mooi piano-stuk is," zei Pietje, "De Max Havelaar
van Multatuli."
"Ga weg, idioot, dat is een boek."
"Mijn nicht kan prachtig piano spelen," vertelde Flip. "Eerst speelt ze
een stuk heelemaal door en dan keert ze haar muziekboek onderst-boven
en man! dan hoor je weer 'n heel ander stuk. Ze speelt zóó mooi, dat
ze al vijfmaal in één jaar hebben moeten verhuizen vanwege de buren."
"Klaar!" riep Jacob en gaarde zijn briefkaarten bijeen.
Daarop bedankte de Vroolijke Bende den boekhandelaar voor de verleende
gastvrijheid, en duwde elkaar onder veel lawaai naar buiten.
Na een kwartiertje waren ze weer op het strand en liepen tot voorbij
de Naald, waaraan, zooals Piet opmerkte, het oog vergeten was.
Daar genoten ze nog ruim een uur, starend naar de wijde, wijde zee,
met hier en daar héél ver een schip.
Maar de tijd vervloog en ze gingen per tram naar den Haag, waar ze
zouden dineeren. Ze verlangden echter allemaal naar de voorstelling in
"Scala", en Flip deelde tot aller genoegen mede, dat de kas van de club
toeliet, om voor dien avond een heele loge in het theater te nemen.
Flip en Harry gingen om zeven uur naar het gebouw en waren zoo
gelukkig, de eerste loge bij het tooneel te krijgen en precies acht
uur nam de Vroolijke Bende zijn stelling voor dien avond in.
De zaal was stampvol en weldra weerklonken de lustige tonen van den
Welkomstmarsch.
Daarop rees het scherm en traden de Gezusters Wight op, twee Engelsche
danseresjes, die tevens lustige liedekens zongen.
Toen trad op Professor Magnolia... Imitateur en Illusionist.
De Professor kon allerlei dierengeluiden nabootsen, heel mooi, maar
dat kon Flip ook heel meesterlijk.
En toen de Professor het woedend, grommend geblaf van een grooten
bloedhond nabootste, klonk daar opeens tusschen door het schril,
nijdig gekef van een juffershondje, en de zaal barstte uit in een
daverend gelach.
Flip had nog meer succès dan de Professor, die vreesde, dat de jongeman
misschien een nòg handiger imitateur was dan hij en daarom tot zijn
goocheltoeren overging.
Daarna verscheen een zangeres, die zich met behulp van schmink en
poeder een jeugdig voorkomen geschilderd had, maar die in werkelijkheid
wel vier kruisjes achter den rug moest hebben. Ze zong een aandoenlijk
lied: Keer weer, mijn kind! En toen ze aan den regel kwam: Mijn zoon,
kom aan mijn hart! moest de heele Bende Pietje tegenhouden, want die
had zijn been al over de balustrade om die moederlijke aanbeveling
op te volgen.
Het eene nummer volgde het andere en het slot was als gewoonlijk een
Bioscoopvertooning. Moe, maar hoogst tevreden over den heerlijken,
ongegeneerd-fijnen dag keerde de club huiswaarts en nog lang daarna
was dit uitstapje het onderwerp hunner gesprekken.