Een ongewoon bediende.--Hij ziet de wachters van
Jupiter.--Dick en Joe twisten.--De twijfel en het geloof.--De
weging.--Joe-Wellington.--Hij ontvangt eene halve kroon.
Doctor Ferguson had een bediende, met name Joe, een uitmuntend
man, die aan zijn meester een onbepaald vertrouwen en eene stipte
dienstvaardigheid had toegezegd, daar hij zelfs zijne bevelen voorkwam
en altijd op eene vernuftige wijze uitlegde; hij was altijd in een goed
humeur. Ferguson liet al wat zijn onderhoud betrof, op hem aankomen,
en met reden. Zeldzame en eerlijke Joe! Een knecht, die uw diner
bestelt en wiens smaak de uwe is, die uw reiskoffer pakt en noch
kousen noch hemden vergeet, die uwe sleutels en uwe geheimen bezit,
en daarvan geen misbruik maakt.
Maar wat ook was de doctor voor dien waardigen Joe? met welken eerbied
en welk vertrouwen ontving hij zijne beslissingen! Als Ferguson
gesproken had, was het een gek, die zou willen antwoorden. Al wat
hij dacht was juist, al wat hij zeide verstandig, al wat hij beval
doenlijk, al wat hij ondernam mogelijk en al wat hij voltooide
bewonderenswaardig. Al hadt gij Joe in stukken gehouwen, dat u zeker
niet zou hebben aangestaan, hij zou omtrent zijn meester niet van
gevoelen veranderd zijn.
Toen de doctor het voornemen koesterde om Afrika in een ballon door
te reizen, was het voor Joe eene gedane zaak; er bestonden geene
hinderpalen meer; van het oogenblik af aan, dat doctor Ferguson
besloten had te vertrekken, was hij ook aangekomen--met zijn getrouwen
dienaar, want die brave jongen wist wel dat hij mede zou gaan, hoewel
daarover nog niet was gesproken.
Hij moest overigens belangrijke diensten bewijzen door zijn vernuft en
zijne groote vlugheid. Als men een professor in de gymnastiek voor de
apen in den dierentuin, die toch zeer slim zijn, had moeten benoemen,
zoude Joe zeker die betrekking hebben gekregen. Springen, klouteren,
vliegen, duizend verwonderlijke toeren uitvoeren, was voor hem slechts
een spel.
Als Ferguson het hoofd en Kennedy de arm was, moest Joe de hand
zijn. Hij had zijn meester reeds op verscheidene reizen vergezeld en
bezat eenige wetenschap op zijne wijze, maar hij onderscheidde zich
voornamelijk daardoor, dat hij alles van de beste zijde beschouwde;
hij vond alles gemakkelijk, logisch, natuurlijk, en bij gevolg kende
hij de behoefte niet om zich te beklagen en te morren.
Onder andere hoedanigheden bezat hij een verbazend sterk gezicht; hij
deelde met Moestlin, den professor van Kepler, de zeldzame bekwaamheid
om zonder verrekijker de wachters van Jupiter te zien en in de groep
der Plejaden 14 sterren te tellen, waarvan de laatsten van de negende
grootte zijn. Hij was daarom niet trotscher, integendeel, hij groette
u reeds van verre en, als het noodig was, wist hij zich voortreffelijk
van zijne oogen te bedienen.
Met dit vertrouwen, dat Joe in den doctor stelde, moet men zich dus
niet verwonderen over de onophoudelijke woordenwisselingen tusschen
Kennedy en den waardigen bediende, terwijl ze overigens op een
behoorlijken afstand van elkander bleven.
De een twijfelde, de ander geloofde; de een had eene groote
voorzichtigheid, de ander een blind vertrouwen; de doctor bevond
zich tusschen twijfel en vertrouwen in, dat wil zeggen, dat hij zich
om geen van beiden bekommerde.--"Welnu, mijnheer Kennedy?" zeide
Joe.--"Welnu! mijn jongen?"--"Het oogenblik nadert. Het schijnt,
dat wij ons naar de maan inschepen."--"Gij wilt zeggen naar het
Maanland, dat niet zoover ligt; maar wees tevreden, het is even
gevaarlijk."--"Gevaarlijk! met een man als doctor Ferguson!"--"Ik wil
u uwe begoochelingen niet ontnemen, brave Joe, maar wat hij daar gaat
ondernemen is kort en goed het werk van een zinnelooze; hij zal niet
vertrekken."--"Zal hij niet vertrekken? Gij hebt dan zijn ballon niet
gezien in de werkplaats van de heeren Mitchell in Bourough [5]."--"Ik
zal er mij wel voor wachten, dien te gaan zien."--"Gij verliest daar
een fraai schouwspel, mijnheer! Welk een fraai voorwerp! Wat eene
fraaie snede! Welk een lief schuitje! Wat zullen wij daarin op ons
gemak zijn!"--"Gij denkt er dus ernstig aan uw meester te vergezellen?"
"Ja," antwoordde Joe met overtuiging, "ik zal hem vergezellen waar
hij wil! Dat zou er nog aan ontbreken, om hem alleen te laten, als
wij reeds samen de geheele wereld hebben rondgereisd! Wie zou hem
ondersteunen als hij vermoeid was? Wie zou hem eene krachtige hand
bieden om een afgrond over te springen? Wie zou hem oppassen als hij
ziek werd? Neen, mijnheer Dick, Joe zal altoos op zijn post zijn bij
doctor Ferguson."
"Brave jongen."--"Overigens, gij gaat met ons," hernam Joe.--"Zonder
twijfel," zeide Kennedy! "dat is te zeggen, ik vergezel u, om Samuel
tot op het laatste oogenblik te verhinderen eene dergelijke dwaasheid
te doen! Ik zal hem zelfs tot aan Zanzibar volgen, opdat daar nog
een vriendenhand hem van zijn onzinnig plan terug moge houden."
"Gij zult niets tegenhouden, mijnheer Kennedy, met uw verlof. Mijn
meester is niet gek; hij overdenkt lang wat hij wil ondernemen, en
als zijn besluit genomen is, kan de duivel zelfs hem niet daarvan
afbrengen."
"Dat zullen wij zien."
"Vlei u niet met die hoop. Het is van het grootste belang, dat gij
meegaat. Voor een jager als gij, is Afrika een heerlijk land. Aldus
zult gij op geenerlei wijs berouw hebben van uwe reis."
"Neen, zeker niet, ik zal er geen berouw van hebben, vooral als die
stalen kop eindelijk voor de bewijzen zwicht."
"A propos," zeide Joe, "gij weet, dat van daag de weging plaats
heeft."--"De weging?"--"Zonder twijfel. Mijn meester, gij en ik,
wij gaan ons laten wegen."--"Even als Jockeys."--"Precies. Maar wees
gerust, men zal u niet mager maken, als gij te zwaar zijt. Men
zal u nemen zooals gij zijt."--"Ik zal me niet laten wegen,"
zeide de Schot met vastheid.--"Maar, mijnheer, het schijnt dat
het noodig is voor zijn toestel."--"Welnu! zijn toestel zal het
zonder dit wel klaren."--"Zoo! zoo! En als wij nu eens uit gebrek
aan nauwkeurige berekeningen, niet konden opstijgen?"--"Ik verlang
niets anders!"--"Laat ons zien, mijnheer Kennedy, mijn meester zal ons
terstond komen halen."--"Ik zal niet gaan"--"Gij zult hem dit verdriet
niet willen doen."--"Ik zal wel."--"Goed," zeide Joe lachende. "Gij
spreekt zoo, omdat hij niet hier is, maar als hij in uw gezicht zal
zeggen: 'Dick (met u verlof) Dick, ik moet nauwkeurig uw gewicht
kennen, dan zult gij gaan, daarvoor sta ik borg.'"--"Ik zal niet gaan."
Op hetzelfde oogenblik kwam de doctor in zijne studeerkamer, waar
dit gesprek werd gehouden; hij zag Kennedy aan, die zich niet op zijn
gemak gevoelde.
"Dick," zeide de doctor, "ga met Joe; ik moet weten hoe zwaar gij
beiden weegt."--"Maar...."--"gij kunt uw hoed ophouden. Kom." En
Dick ging.
Alle drie begaven zich naar de werkplaats van de heeren Mitchell,
waar een der zoogenaamde romeinsche weegschalen gereed gemaakt
was. De doctor moest werkelijk het gewicht van zijne metgezellen
kennen voor het evenwicht van zijn ballon. Hij liet dus Dick op de
schaal gaan en deze, zonder weerstand te bieden, zeide zacht: "Ook
goed, dit verbindt nog tot niets."--"Honderd drie-en-vijftig pond,"
zeide de doctor, het getal in zijn zakboekje opteekenende.--"Ben ik
te zwaar?"--"Neen, mijnheer Kennedy," antwoordde Joe; "overigens,
ik ben licht, dat weegt tegen elkaar op."
Dit zeggende, nam Joe spoedig de plaats van den jager in; in zijne
drift wierp hij de ballans bijna omver; hij stelde zich in de houding
van Wellington in Hyde Park.--Honderd-twintig pond, schreef de
doctor.--"Hè! hè!" zeide Joe met een glimlach van voldoening. Waarom
glimlachte hij? Hij zou dit nooit kunnen zeggen.--"Op mijne beurt,"
zeide Ferguson, en hij schreef honderd-vijf-en-dertig pond voor
zijn gewicht. "Met ons allen," zeide hij, "wegen wij niet meer dan
vierhonderd pond."
"Maar, meester," antwoordde Joe, "als het voor uw tocht noodig was,
kon ik mij wel een weinig doen vermageren, door niet te eten."--"Dat
hoeft niet, mijn jongen," zeide de doctor; "gij kunt naar hartelust
eten, en ziedaar een halve kroon om u naar willekeur te verzwaren."