Droomen van Kennedy.--Lidwoorden en voornaamwoorden in het
meervoud.--Vleierijen van Dick.--Wandeling over de kaart
van Afrika.--Wat er tusschen de twee punten van den passer
blijft.--Hedendaagsche tochten.--Speke en Grant.--Krapf,
de Decken, de Heuglin.
Doctor Ferguson verhaastte zeer de toebereidselen tot zijn vertrek;
hij bestuurde zelf het vervaardigen van zijn luchtballon, volgens
zekere wijzigingen, waarover hij het stilzwijgen bewaarde.
Reeds sedert lang had hij zich op het Arabisch en verschillende
Mandingsche tongvallen toegelegd; dank zijn aanleg voor de kennis
van vele talen maakte hij snelle vorderingen.
Onderwijl verliet zijn vriend de jager hem geen oogenblik; hij vreesde
zonder twijfel dat de doctor zou opstijgen zonder iets te zeggen;
hij hield daarover tot Samuel Ferguson verschillende redeneeringen,
die den laatste niet overtuigden, en smeekte hem op hartroerenden
toon van zijn voornemen af te zien, maar te vergeefs. Dick voelde
dat hij in dit opzicht niets op hem vermocht.
De arme Schot was wezenlijk te beklagen; hij beschouwde het blauwe
gewelf des hemels niet meer zonder eene sombere vrees; hij droomde
alle nachten, dat hij van eene onmetelijke hoogte nederviel.
Wij moeten er bijvoegen dat hij, gedurende deze verschrikkelijke
droomen eens of tweemaal uit zijn bed viel. Zijne eerste zorg was,
aan Ferguson eene erge kneuzing aan het hoofd te laten zien. En echter
zeide hij, het was slechts drie voet hoog, niet meer, en dan zulk
een buil! Deze redeneering, vol zwaarmoedigheid, bewoog den doctor
niet.--"Wij zullen niet vallen."--"Maar, als wij vallen?"--"Wij zullen
niet vallen."--Dit was klaar, en Kennedy had niets te antwoorden.
Wat Dick bijzonder verbitterde, was dat de doctor hem toescheen
zijn persoon geheel te verloochenen; hij beschouwde hem, Kennedy,
onherroepelijk als den man, die zijn metgezel op de luchtreis zou
worden. Dit was aan geen twijfel onderhevig. Samuel maakte een
onverdraaglijk misbruik van het meervoudige voornaamwoord van den
eersten persoon.
"Wij vorderen.... wij zullen gereed zijn den.... wij zullen vertrekken
den ...."
"_Onze_ ballon.... _ons_ schuitje.... _ons_ onderzoek.
"_Onze_ toebereidselen.... _onze_ ontdekkingen.... _onze_ opstijging."
Dick huiverde er van, hoewel besloten om niet te vertrekken; maar
hij wilde zijn vriend niet te zeer tegenstreven. Laat ons zelfs
bekennen, dat hij in stilte eenige uitgezochte kleederen en zijne
beste jachtgeweren van Edinburg had laten komen.
Eens, nadat hij erkend had, dat men met een ongehoord geluk eene
kans op duizend had om goed te slagen, veinsde hij aan de wenschen
van den doctor toe te geven; maar, om de reis uit te stellen,
zocht hij de meest verschillende uitvluchten. Hij sprak over het
nut en de goede gelegenheid van den tocht.... Was die ontdekking
van de bronnen van den Nijl wezenlijk noodzakelijk?.... Zou men
werkelijk voor het heil der menschheid gearbeid hebben?.... Als,
per slot van rekening, de volksstammen van Afrika beschaafd waren,
zouden zij daarom gelukkiger zijn?.... Was men, overigens, zeker dat
de beschaving niet eerder daar was dan in Europa?--"Misschien"--"En
kon men nog niet wachten?.... Het doortrekken van Afrika zou zeker
eens plaats hebben, maar op eene minder gewaagde manier.... Binnen
eene maand, zes maanden, voor het einde van een jaar zou er zonder
twijfel wel een of andere onderzoeker komen."
Dit alles bracht juist het tegenovergestelde te weeg van wat hij zich
daarmede had voorgesteld en de doctor sidderde van ongeduld.
"Wilt gij dan, ongelukkige Dick, wilt gij dan, valsche vriend, dat
een ander van dezen roem voordeel trekt? Moet ik dan mijn verleden
schande aandoen? moet ik voor hinderpalen terugdeizen, die inderdaad
niets beteekenen? moet ik door eene lage aarzeling beloonen wat het
engelsche gouvernement en het Koninklijk genootschap van Londen voor
mij hebben gedaan?"
"Maar...." antwoordde Kennedy.
"Maar," zeide de doctor, "weet gij niet, dat mijne reis moet medewerken
tot den goeden uitslag der tegenwoordige ondernemingen? Wilt gij dan
niet dat nieuwe onderzoekers Afrika binnentrekken?"
"Echter.... Hoor mij wel aan, Dick, en sla de oogen op deze
kaart."--Dick deed het gelaten.--"Trek den Nijl langs," zeide
Ferguson.--"Ik doe het," antwoordde Kennedy gedwee.--"Kom te Gondokoro
aan."--"Ik ben er." En Kennedy dacht er aan hoe gemakkelijk zulk eene
reis.... op de kaart was.--"Neem een der punten van dezen passer,"
hernam de doctor, "en plaats die op die stad, welke de stoutmoedigsten
nauwelijks hebben durven voorbijtrekken."--"Het is gedaan."--"En zoek
nu op de kust het eiland Zanzibar, op 6° zuiderbreedte."--"ik ben
er."--"Volg nu deze parallel en kom te Kazeh."--"Ik ben er."--"Klim
op 33° lengte op tot aan de opening van het meer Oukéréoué, de plaats
waar de luitenant Speke stilhield."--"Ik ben er! Een weinig verder
zou ik in het meer gevallen zijn!"--"Welnu! weet gij wat men het
recht heeft te onderstellen, na de berichten door de volksstammen
aan den oever van dat meer gegeven?"--"Neen."--"Dat dit meer, welks
onderste uiteinde op 2° 30' breedte ligt, zich twee en een halven
graad benoorden den evenaar moet uitstrekken."--"Waarlijk!"--"En van
dit noordelijke uiteinde ontspringt een stroom water, die noodzakelijk
zich met den Nijl moet vereenigen, zoo hij de Nijl zelf niet is."--"Dat
is merkwaardig."--"Zet nu de tweede punt van uw passer op dit uiteinde
van het meer Oukéréoué."--"Het is gedaan, vriend Ferguson."--"Hoeveel
graden telt gij tusschen de twee punten?"--"Nauwelijks twee."--"weet
gij, hoeveel afstand dit is, Dick?"--"Neen."--"Nauwelijks 120 mijlen,
dat is, niets."--"Bijna niets, Samuel."--"Weet gij, wat op dit
oogenblik gebeurt?"--"Neen."
"Welnu! zie hier. Het Aardrijkskundig genootschap heeft het
onderzoek van het meer, dat door Speke gezien is, als zeer belangrijk
beschouwd. Met haar medeweten heeft de luitenant, nu kapitein Speke,
zich kapitein Grant van het Indische leger tot metgezel gekozen; zij
hebben zich aan het hoofd eener groote en goed ondersteunde expeditie
gesteld; hun is opgedragen langs het meer te gaan en te Gondokoro terug
te komen; zij hebben eene toelage van meer dan 5000 pond ontvangen,
en de gouverneur van de Kaap heeft hottentotsche soldaten tot hunne
beschikking gesteld; zij zijn in het laatst van October 1860 van
Zanzibar vertrokken. Gedurende dien tijd heeft de Engelschman John
Petherick, consul van Hare Majesteit te Karthoum, ongeveer 700 pond
ontvangen; hij moet te Karthoum eene stoomboot uitrusten, haar van
voldoende levensmiddelen voorzien en zich naar Gondokoro begeven;
daar zal hij de karavaan van kapitein Speke afwachten en de noodige
maatregelen nemen om hem van nieuwen leeftocht te voorzien."
"Goed bedacht," zeide Kennedy.
"Gij ziet wel, dat er geen tijd te verliezen is als wij aan dat
onderzoek willen deelnemen. En dit is niet alles; terwijl men met
zekeren tred de ontdekking van de bronnen van den Nijl te gemoet gaat,
begeven andere reizigers zich moedig in de binnenlanden van Afrika."
"Te voet," zeide Kennedy.
"Ja," antwoordde de doctor, "Doctor Krapf stelt zich voor naar het
Westen te gaan langs de Djob, eene rivier die onder den evenaar
ligt. De baron Decken heeft Monbaz verlaten, de bergen Kenia en
Kilimandjaro verkend en gaat naar de binnenlanden."--"Altijd te
voet?"--"Ja, of op muilezels."--"Dat is voor mij precies hetzelfde,"
zeide Kennedy.--"Eindelijk," hernam de doctor, "heeft De Heuglin,
onder-consul van Oostenrijk te Karthoum, eene belangrijke expeditie
uitgerust, wier eerste doel is den reiziger Vogel te zoeken, die in
1853 naar Soedan werd gezonden, om deel te nemen aan den tocht van
doctor Barth. In 1856 verliet hij Bornou en besloot dit onbekende land,
dat tusschen het meer Tchad en Darfour ligt, te onderzoeken. Maar
sedert dien tijd heeft men niets van hem gehoord. Brieven in
Juni 1860 te Alexandrië aangekomen, melden, dat hij op bevel van
den Koning van Wadaï vermoord is, andere daarentegen, door doctor
Hartmann aan den vader des reizigers geadresseerd, zeggen, volgens
het verhaal van een fellatah van Bornou, dat Vogel te Wara gevangen
wordt gehouden; alle hoop is dus niet verloren. Een comité heeft
zich gevormd onder het voorzitterschap van den regeerenden hertog
van Saxen-Koburg-Gotha; mijn vriend Petermann is daarvan secretaris;
eene nationale inschrijving heeft de kosten der expeditie gedekt,
waarbij zich vele geleerden hebben gevoegd; De Heuglin is in Juni
van Masuah vertrokken en terzelfder tijd, dat hij de sporen van Vogel
zoekt, moet hij het geheele land tusschen den Nijl en het meer Tchad
onderzoeken, dat is, de werkzaamheden van kapitein Speke verbinden
met die van doctor Barth. En dan zal men Afrika van het Oosten naar
het Westen zijn doorgetrokken." [4]
"Welnu!" hernam de Schot, "dewijl dit alles zoo goed sluit, wat zullen
wij dan daar gaan doen?"
Doctor Ferguson antwoordde niet en vergenoegde zich de schouders op
te halen.