heel erkentelijk voor uw aanbod, dat ons bewijst hoe genegen gij
ons zijt. Wij bedanken u er dan ook wel voor... maar ziet gij, daar
ginder... daar is ons vaderland.....
--Dat begrijp ik, hernam de graaf. Ik voel er alles van. Maar als
gij dan nu naar Frankrijk, naar uw dierbaar Normandië terug wilt,
zou ik het eene gelukkige gedachte vinden indien gij daar gevestigd
waart in een geriefelijk huis op het land, met eene boerderij en
eenige vruchtbare akkers er bij. Daar zoudt gij uit kunnen rusten
van uwe langdurige omzwervingen.
--Maar gij moet niet denken dat wij ons moede voelen, mijnheer Sergius,
riep Cascabel uit.
--Nu ja, mijn vriend, maar laat ons eens openhartig met elkaar
spreken. Zijt gij bijzonder op uw beroep gesteld?
--Wel, het is onze broodwinning.
--Gij houdt u alsof ge mij niet begrijpt, zeide de graaf, en dat doet
mij leed. Gunt ge mij het genoegen niet dat ik iets voor u doen kan?
--Vergeet ons niet, mijnheer Sergius, zeide Cornelia, dat is alles
wat wij van u verlangen, want wij, wij zullen altijd aan u blijven
denken, aan u.... en aan Kayette....
--Moeder! riep het meisje uit.
--Uwe moeder kan ik niet zijn, kindlief.
--Waarom niet, juffrouw Cascabel? vroeg Sergius.
--Hoe zou dat kunnen?
--Wel, als gij haar met uwen zoon laat trouwen!
De uitwerking die deze woorden van graaf Narkine hadden, was
verbazender dan alles wat de toeren van Cesar Cascabel, gedurende
zijne lange kunstenaarsloopbaan, ooit op het publiek uitgewerkt hadden.
Jan was als waanzinnig van blijdschap. Hij kuste de handen van Sergius
en drukte Kayette aan zijn hart. Zij zou dus de vrouw van Jan worden
en toch de aangenomen dochter van den graaf blijven, en deze zou hen
beiden bij zich houden want hij was voornemens Jan eene betrekking op
zijne goederen te geven. Zulk eene toekomst hadden vader en moeder
Cascabel voor hun oudsten zoon nooit durven droomen. Maar van den
graaf nu bovendien nog eene andere belooning aan te nemen dan de
verzekering dat hij hun vriend zou blijven, dat wilden zij geen van
beiden. Zij hadden eene goede kostwinning en wilden die voortzetten.
Op dit oogenblik trad Sander naar voren en zeide, met eene stem die
een weinig beefde, maar met oogen, fonkelend van guitigheid;
--Dat is immers niet noodig, vader. Wij zijn rijk genoeg om niet meer
te moeten werken voor ons brood.
Met deze woorden haalde hij het stuk steen uit zijn zak, dat hij in
het woud van Caribou gevonden had, en hield dat triomfantelijk boven
zijn hoofd.
--Waar haalt ge dat van daan? riep Cascabel uit, terwijl hij het
glinsterende brok steen bekeek.
Sander vertelde nu wat er gebeurd was.
--En daar hebt ge ons nooit iets van gezegd? vroeg Cornelia. Al dien
tijd hebt ge dat stil gehouden?
--Moederlief, het heeft mij moeite genoeg gekost, maar ik wilde er
u mede verrassen en u er niet achter laten komen dat wij zoo rijk
waren vóór onze komst in Frankrijk.
--Kijk nu zoo'n jongen eens aan! riep Cascabel. Mijnheer Sergius, wat
zegt ge daarvan? Dat fortuintje komt nu eens goed te pas. Zie eens,
het is een mooi stuk echt goud, zou ik denken, en wij hebben er maar
mede naar eenen wisselaar te gaan om er geld voor te ontvangen.
Graaf Narkine had den keisteen in zijne hand genomen en bekeek dien met
aandacht, terwijl hij, als om er de waarde van te schatten, voelde hoe
zwaar hij woog en de blinkende stippen aan den buitenkant er van opnam.
--Ja, zeide hij toen, het is echt goud en weegt wel een pond of tien.
--Hoeveel is het dus waard? vroeg Cascabel.
--Twintigduizend roebels!
--Zooveel?
--Ja, maar alleen indien het op ditzelfde oogenblik in geld omgewisseld
wordt.... kijk, op deze manier!
En met eene handbeweging zoo vlug, dat zijn leermeester in het
goochelen het hem niet had kunnen verbeteren, moffelde Sergius het
kostbare brok steen weg en stelde hij er eene kleine portefeuille voor
in de plaats, die hij in Sander's handen terecht wist te doen komen.
--Wat een prachtige toer! riep Cascabel uit. Heb ik niet altijd gezegd
dat gij verbazend veel aanleg voor het vak had?
--Wat zit er in die portefeuille? vroeg Cornelia.
--Precies de waarde van den klomp goud; geen cent meer, maar ook geen
cent minder, antwoordde Sergius.
Er zat werkelijk een wissel in van twintigduizend roebels op het huis
Rothschild te Parijs.
Was de klomp inderdaad zooveel waard? Was het een gemeene keisteen of
een brok goud, wat Sander met zulk eene zorg uit het hartje van het
Californische goudland medegebracht had? Ziedaar een paar vragen die
nimmer tot klaarheid gebracht zijn kunnen worden. Dit mocht echter
zijn zooals het wilde, Cascabel was verplicht graaf Narkine op zijn
woord te gelooven en vertrouwen te stellen in de waarheidsliefde van
zijnen vriend Sergius, die voor hem een grooter waarborg was dan de
schatkist van zijne keizerlijke majesteit den Czaar aller Russen.
Eene maand lang vertoefde de familie Cascabel in Rusland, maar van de
kermis te Perm of te Nisjni werd nu niet meer gerept. Vader en moeder,
broeder en zuster konden immers niet nalaten getuigen te zijn bij het
trouwen van Jan en Kayette, wier huwelijk met grooten luister op het
kasteel Walska voltrokken werd. Er ontbrak niets aan de plechtigheid
en zelden waren twee gelukkige jonggehuwden omringd door zulk eenen
kring van tevreden bloedverwanten.
--Wat een bof, Cesar! zeide Cornelia op het oogenblik toen zij de
slotkapel uitkwamen.
--Precies hetzelfde wat ik dacht, antwoordde haar echtgenoot.
Acht dagen naderhand namen vader en moeder Cascabel, Sander, Napoleona
en Kruidnagel--dien wij niet mogen vergeten, want hij was werkelijk
zoo goed als een lid van de familie--van graaf Narkine afscheid. Zij
gingen nu rechtstreeks op reis naar Frankrijk, wel te verstaan per
spoorweg, met de _Schoone Zwerfster_ achter zich, die liefst als
passagiersgoed in den personentrein met hen medereisde!
Cascabel's terugkeer in Normandië was een heele gebeurtenis. Hij
en Cornelia zetten zich als grondbezitters op het platteland neer
en kregen mettertijd een aardig fortuin bij elkaar, waar Sander en
Napoleona, als zij trouwden, een mooie huwelijksgift uit mee konden
krijgen. Ieder jaar kwam graaf Narkine, met Jan dien hij als zijn
secretaris bij zich in dienst genomen had, en met Kayette die eene
gelukkig getrouwde vrouw geworden was, hen opzoeken. Dan waren
zij allen letterlijk dronken van vreugde, want niemand wist van
uitgelatenheid wat hij bij zoo'n gelegenheid beginnen zou.
Hiermede is het geschiedverhaal afgeloopen van deze reis, die zeker
onder de merkwaardigste van alle door ons beschreven _Wonderreizen_
medegeteld mag worden. Einde goed al goed, kan men er van zeggen;
maar zulke brave lieden als de familie Cascabel zouden ook niet
verdienen dat het slecht met hen afliep.
EINDE.
Van JULES VERNE zijn vroeger de navolgende werken verschenen:
DE REIS om de WERELD in 80 DAGEN. Met 50 houtgravuren f 1.50
DE REIS naar de MAAN in 28 DAGEN en 12 UREN. Met 60 houtgravuren
f 1.50
DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika. Met 60 houtgravuren
f 1.50
DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Australië. Met 50 houtgrav. f 1.50
DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Stille-Zuidzee. Met 52 houtgravuren
f 1.50
20,000 MIJLEN ONDER ZEE. Oost. Halfrond. Met 50 houtgravuren f 1.50
20,000 MIJLEN ONDER ZEE. West. Halfrond. Met 60 houtgravuren f 1.50
VIJF WEKEN in een LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de Binnenlanden
van Afrika. Met 75 houtgravuren f 1.50
HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. Met 54
houtgravuren f 1.50
HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De verlatene. Met 54 houtgrav. f 1.50
NAAR het MIDDELPUNT der AARDE. Met 53 houtgravuren f 1.50
MICHAEL STROGOFF. De Koerier van den Czaar. Met 60 houtgrav. f 1.50
HET ZWARTE GOUD. Met 55 houtgravuren f 1.50
HEKTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. Met 51 houtgravuren. f 1.50
HEKTOR SERVADAC. De Terugtocht naar de aarde. Met 74 houtgrav. f 1.50
AVONTUREN van DRIE RUSSEN en DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd door "De
Blokkadebrekers". Met 64 houtgravuren f 1.50
EEN KAPITEIN van 15 JAAR. De Walvischjagers. Met 51 houtgrav. f 1.50
EEN KAPITEIN van 15 JAAR. In slavernij. Gevolgd door "Een overwintering
in het ijs." Met 56 houtgravuren f 1.50
DE SCHIPBREUK van de CHANCELLOR. Gevolgd door "Martin Paz". Met 56
houtgravuren f 1.50
WONDERLIJKE AVONTUREN van een CHINEES. Gevolgd door "Muiterij aan
boord der Bounty." Met 54 houtgravuren f 1.50
ELDORADO en het MONSTERKANON van STAALSTAD. Gevolgd door "Meester
Zacharias." Met 51 houtgravuren f 1.50
HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel. Met 56
houtgravuren f 1.50
HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. Het drijvende Eiland. Gevolgd door
"Een treurspel in de Wolken." Met 56 houtgravuren f 1.50
HET STOOMHUIS. De ijzeren Reus. Met 57 houtgravuren f 1.50
HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. Gevolgd door "Dokter
Ox". Met 56 houtgravuren f 1.50
REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De Engelschen aan de
Noordpool. Met 128 houtgravuren f 1.50
REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De IJswoestijn. Met 127
houtgravuren f 1.50
EENE VLOTREIS. Achthonderd mijlen op de Amazone. Met 56 houtgravuren
f 1.50
EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. Gevolgd door "Een Drijvende
Stad." Met 53 houtgravuren f 1.50
EEN LEERSCHOOL VOOR ROBINSONS. Gevolgd door "Van Rotterdam naar
Kopenhagen". Met 69 houtgravuren f 1.50
DE WONDERSTRAAL. Gevolgd door "Tien uren op jacht." Met 91 houtgravuren
f 1.50
KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de klem. Met 48 houtgravuren
f 1.50
KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en redding. Met 51 houtgravuren
f 1.50
DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. Met 60 houtgravuren f 1.50
DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. Met 46 houtgravuren f 1.50
DE VONDELING VAN HET FREGAT CYNTHIA. Met 25 houtgrav. f 1.50
MATHIAS SANDORF. Een verijdelde samenzwering. Met 39 houtgrav. f 1.50
MATHIAS SANDORF. De middellandsche Zee. Met 35 houtgravuren. f 1.50
MATHIAS SANDORF. Een Model-Volkplanting. Met 33 houtgrav. f 1.50
HET LOTERIJBRIEFJE. Met 36 houtgravuren f 1.50
ROBUR, DE VEROVERAAR. Met 37 houtgravuren f 1.50
DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. Overrompeling eener plantage. Met
41 houtgravuren f 1.50
DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. De Zwarte Kreek van Texas. Met 43
houtgravuren f 1.50
1792. OP WEG NAAR FRANKRIJK. Gevolgd door Gil Braltar f 1.50
TWEE JAAR VACANTIE. De mislukte pleiziertocht. Met 46 houtgrav. f 1.50
TWEE JAAR VACANTIE. Een knapenkolonie. Met 45 houtgravuren. f 1.50
DE FAMILIE ZONDER NAAM. Het verraad van Simon Morgaz. Met 45
houtgravuren f 1.50
DE FAMILIE ZONDER NAAM. De opstand van 1837. Met 37 houtgravuren
f 1.50
EEN SCHOT IN DE LUCHT f 1.50