Den 17den Mei, twee uren na middernacht, wierpen wij het anker
uit voor het russische klooster, aan den westelijken zoom van den
Athos. Bij de eerste morgenschemering, vertoonden zich eene menigte
hoofden voor de vensters der hooge galerijen. Het is moeilijk, zich
een verwarder, onsamenhangender gebouw te denken, dan dit klooster:
een ongeloofelijke baaiert van bolwerken, torens en torentjes, muren,
terrassen, galerijen: alles door den tijd verkleurd, gescheurd,
verbrokkeld. In den langen muur is geen enkele opening, maar daarboven
verheffen zich houten galerijen, die buiten den muur uitsteken en
op schoorbalken rusten. Deze galerijen zijn donkerrood geverfd,
hetgeen althans eenige afwisseling brengt in de eentonig grijze tint
der muren. Deze groep gebouwen verrijst op een naakte rots, aan alle
zijden door weelderigen plantengroei omgeven.
Voulgaris, dien ik als gezant naar het klooster gestuurd had,
kwam terug, gevolgd door twee kaloyers (monniken, van Kalogeroi,
goede grijsaards), die ons, namens den higoumenos (abt, prior)
een geschenk kwamen aanbieden van meloenen en versche vijgen. Na
deze welkome vrachten genuttigd te hebben, begonnen wij het steile
pad te beklimmen, dat naar het klooster voert. Eene dubbele deur,
gegrendeld als de deur eener gevangenis, en waarboven een beeld der
Madonna is geplaatst, wier verguld gewaad ge door een traliewerk zien
kunt, voert naar het groote binnenplein. Midden op dat plein staat
de _Katholikon_ (hoofdkerk), een basiliek met vijf koepels; in het
rond loopt een galerij met twee rijen bogen boven elkander, waarin
zich de cellen bevinden. Men bracht ons eerst naar de kerk, waar zoo
straks de mis zou aanvangen. De monniken namen hunne plaatsen in. Zij
zijn gekleed in een bruine pij, die in rechte plooien nederhangt;
daarover dragen zij een lang overkleed van lichter stof, dat om het
midden wordt saamgehouden door een zwart lederen gordel met koperen
gesp. Hunne voeten steken in laarsjes, en op het hoofd dragen zij
eene hooge gele muts. Naar de wijze der oude Nazireërs, laten zij
haren en baard ongehinderd groeien: noch schaar, noch scheermes
komt ooit op hun hoofd. Sommigen rollen hun haar tot een soort van
grooten chignon te zaam, dien zij dan onder hunne muts wegstoppen;
maar anderen, niet tevreden met hunne onmatig lange baarden, laten ook
hun haar over hunne schouders afhangen, hetgeen soms aan hun gelaat
eene zonderlinge, woeste uitdrukking geeft. Te midden der grijsaards,
die met wankelende schreden de kerk binnenstrompelden, zag ik ook een
jongen man, die met vasten stap voortging: zelden heb ik volmaakter
type van mannelijke schoonheid gezien. Zijn donkere oogen straalden
als starren bij het matte bleek van zijn door het vasten vermagerd,
onberispelijk gevormd gelaat; zijn baard, den fieren mond omkrullende,
verdeelde zich op de borst en mengde zijne blauwachtige tinten aan
de donkerder kleur van het golvende hoofdhaar. Hij was een Griek uit
Zante, en eerst sedert korten tijd op den berg aangekomen.
Nadat de monniken een psalm hadden gezongen op dien eigenaardigen,
slependen rhythmus der grieksche kerk, die meer een recitatief
moet heeten dan een eigenlijk gezang, begon de priester de mis te
bedienen. Eerst maakte hij driemaal het teeken des kruises, telkens
gevolgd door eene buiging.--De Grieken maken het teeken des kruises
met de drie saamgevoegde voorste vingers der rechterhand, ter eere
der Drieëenheid; en wel van de rechter naar de linkerzijde, omdat
Christus het eerst zijne rechterhand uitstrekte om aan het kruis
gehecht te worden. De gewone buiging vervangt de in de katholieke
eeredienst gebruikelijke kniebuiging, die de oostersche kerk alleen op
Pinksteren toelaat.--De priester trok daarop eene alba van gebrocheerde
zijde aan, en omgordde zich met een breeden gordel, waaraan een soort
van ruitvormig zakje hing, _hipognation_ genaamd. Na het _Confiteor_
en den _Introïtus_, nam hij het heilige, gezuurde brood, en sneed
het in vier gelijke deelen, aldus:
---|---
IC | X
---|---
NI | K
hetgeen beteekent: _Jezus Christus Overwinnaar_. Daarop legde hij
het brood in de kelk, goot wijn en water daarin, dekte de kelk met
een kruis, en droeg het heilig misoffer op.
Het altaar in de grieksche kerken heeft niet, als bij ons, de
gedaante van een sarkophaag, maar is niets meer dan eene tafel, met
een gewijd linnen kleed, _antimension_, bedekt. Naar het schijnt,
zien de Grieken er iets als eene profanatie in, wanneer verschillende
priesters aan hetzelfde altaar de mis bedienen: althans het aantal
altaren en biechtstoelen in deze kloosters is bijna onbeperkt.
Na de dienst konden wij vrijelijk de kerk rondwandelen. Zij heeft de
vorm van een grieksch kruis; de wanden zijn, tot aan het gewelf, met
fresko's bedekt, die elkander in deze orde opvolgen--dezelfde ongeveer
in alle kerken van den griekschen ritus: in het midden, de Heiland,
den zegen gevende; met dit monogram: IHC. XC. O. pantochratôr. Jezus
Christus de Alregeerder;--aan de oostzijde, de Heilige Maagd (îanagia,
de Alheilige), tusschen de aartsengelen Michaël en Gabriël; lager de
profeten; in de boogvakken, de evangelisten; in de bêma, het Avondmaal;
boven het voorportaal, de Verheerlijking op den berg: en in de armen
van het kruis, de wonderen des Heeren en voorstellingen uit het Oude
Testament. Buiten de eigenlijke kerk, langs het gewelf en de wanden
van het voorportaal, ziet ge de asceten, de styliten [1], de heilige
leeraren en de heilige bisschoppen.
Na de cellen bezocht te hebben, enkel met een houten bank gemeubeld,
waarop de monniken slapen, gingen wij naar den reefter, waar de
broeders juist aan tafel zaten. Het eenvoudige maal bestond uit
gekookte macaroni. Gedurende den maaltijd las een der kaloyers een
preek voor.
Dit klooster wordt door russische en grieksche monniken bewoond. Wij
namen al spoedig afscheid, om naar Kariès te gaan, een door monniken
bewoond dorp, op vier uren afstands van het russische klooster. Eerst
loopt de weg door tuinen en olijvengaarden, die door de monniken
met zeerveel zorg worden onderhouden; het noodige water wordt, langs
uitgeholde boomstammen, die op zeer doelmatige wijze zijn aangebracht,
van de hoogere rotsen naar deze gaarden geleid. Hoogerop ontmoet men
prachtige bosschen van eike- en kastanjeboomen, die inderdaad ten
volle den roem verdienen, dien zij door geheel Griekenland genieten.
Kariès (van Kara, hoofd) ligt in een vallei aan de oostelijke helling
van den berg, te midden van een krans van cellen en kluizen, waarmede
de berg als bezaaid is. De lage houten huizen zijn rooskleurig of wit
gepleisterd, en staan alle nevens elkander op twee rijen. In de aldus
gevormde straat ziet ge een aantal winkeltjes, door monniken gehouden,
waar rozekranzen, platen en huiselijke gereedschappen te koop zijn,
die door de kluizenaars worden vervaardigd. Aan het einde der straat
verrijst een groot huis van een zeer nederig voorkomen: daar zetelt
de raad, die het bewind voert over den berg.
Deze raad bestaat uit twintig epistaten, vertegenwoordigende de twintig
kloosters. Een voorzitter, die om de vier jaren door deze vergadering
gekozen wordt, deelt het uitvoerend gezag met de vertegenwoordigers
der vier kloosters Laura, Iveron, Vatopedi en Kiliandari. Deze
vier vertegenwoordigers voeren het bestuur over de Heiligen-berg,
en doen van hun beheer verantwoording aan de algemeene vergadering,
die bovendien ook de rechtsmacht uitoefent en over vergrijpen en
misdrijven oordeelt. Hunne besluiten moeten, om geldig te wezen,
voorzien zijn van een zegel, dat in vier stukken is verdeeld, waarvan
ieder dezer vier epistaten een stuk heeft. Verzet van een enkel lid
maakt dus het nemen van een besluit onmogelijk: en evenzoo verzet
van den president, in wiens bezit de schroef is, waarmede de vier
stukken tot een geheel worden verbonden. De turksche regeering heeft,
na den val van Konstantinopel, deze kleine monnikenrepubliek erkend, en
zich tot haar beschermer verklaard, tegen een jaarlijksche schatting
van 500.000 piasters, die aan een te Kariès gevestigden aga moet
worden ter hand gesteld. De republiek onderhoudt eene wacht van 20
christelijke Albanezen, die met de handhaving der politie zijn belast.
Zooals ik reeds zeide, zijn er twintig kloosters op den berg Athos:
zeventien worden door grieksche kaloyers bewoond, een door russische
en grieksche, en twee door Serviërs en Bulgaren. Allen volgen
wel den regel van Sint-Basilius, maar worden toch niet geheel
volgens dezelfde wetten bestuurd. Vroeger stond aan het hoofd
van elk klooster een onafzetbare higoumenos; maar ten gevolge van
moeielijkheden, waarvan ik het rechte niet ben te weten kunnen komen,
werd dit veranderd, zoodat tegenwoordig nog maar tien kloosters,
cenobitenkloosters genoemd, de oude inrichting hebben behouden; de
tien andere worden vrije of liever afzonderlijke kloosters genoemd,
en worden bestuurd door een raad van epitropen, die om de vier jaren
wordt vernieuwd. De cenobitenkloosters zijn: Iveron, Kiliandari,
Dionysius, Koutloumousis, Zographos, Philotheos, Grigorios, Xenophon,
Esphigmenou, en het russische klooster Roussicon.--De tien andere
kloosters heeten: Vatopedi, Laura, Pantocrator, Xiropotamos, Dokiarios,
Karakallos; Simopotra, Stauronikitas, Agios-Paelos en Kastamoniti. De
vertegenwoordigers der kloosters Laura, Vatopedi, Iveron en Kiliandari
zijn met het gezag over al de anderen bekleed: niet alleen omdat
deze kloosters de oudste en rijkste zijn, maar omdat zij den titel
voeren van keizerlijke kloosters. Onder de byzantijnsche keizers
namelijk waren er drie soorten van kloosters: die rechtstreeks onder
den keizer stonden, die alleen aan de patriarchen onderdanig waren,
en die onder het gezag der metropolitanen en bisschoppen stonden. De
inkomsten dezer klooster-republiek bestaan uit de opbrengst der
bosschen en den handel in olijven en noten. Bovendien bezitten de
kloosters uitgestrekte eigendommen in Wallachije, op het eiland Thasos
en langs de kusten van europeesch Turkije.
Toen wij te Kariès aankwamen, waren de epistaten vergaderd voor de
verkiezing van een nieuwen president. Wij wandelden door het dorp,
en werden toen naar een groote zaal geleid, of liever naar een
soort van open galerij, langs de drie zijden met divans bezet. Op
deze divans zaten, naar turksche wijze, de leden der vergadering,
gekleed in mantels met wijde mouwen, die op de borst geopend waren en
een onderkleed van blauwe of violetkleurige zijde naar gelang van de
verschillende waardigheid der epistaten, lieten zien. Op het hooft
droegen zij een zwart vilten _kalimafki_, die veel overeenkomst had
met de baret van een advokaat. De president rees op en kwam naar
ons toe, leunende op zijn stok; hij noodigde ons uit, op den divan
plaats te nemen, en opende de brieven, die wij hem hadden ter hand
gesteld; toen hij den brief van den patriarch van Konstantinopel
geopend had, kuste hij eerbiedig de handteekening van zijn geestelijk
opperhoofd. Een Albanees had inmiddels een laag tafeltje of bankje
neergezet, waarop gedroogde confituren en koffie stonden; en nadat
ieder van een kop koffie en de onmisbare tsjibouk was voorzien,
begon men ons te ondervragen over ons vaderland, over Konstantinopel,
en vooral over het eigenlijke doel van onze reis naar den Athos.
Vernemende dat wij zelf de kunst beoefenden, zeide de president dat
hij ons eene woning zou aanwijzen bij den schilder Anthimes, een van
de celebriteiten van den Heiligen-berg. Anthimes was zeer levendig
en bewegelijk; hij bewoonde zijn klein huis in gezelschap van een
pappas of wereldlijk priester, Manuel genaamd:--een soort van paria,
die het eten klaarmaakte, den tuin verzorgde, het huis schoon hield,
de schilder bij zijn arbeid hielp, bij de mis assisteerde, en toch,
ondanks al deze bezigheden, nog tijd vond om lang te slapen en somtijds
veel te drinken.