Oude James had uitstekend voor alles gezorgd.
De villa van lord Edward Lister in Regent-street zag er weer zoo
gezellig en intiem uit, alsof zij nooit door haar bewoners was
verlaten.
Raffles had zich voor onbepaalden tijd met zijn jongen secretaris
Charly Brand in Nederland gevestigd en vertoefde nu sinds ruim veertien
dagen in zijn vorstelijk huis in Londen.
Morgen zou Charly, die thans onder den naam van baron Charlton in
Londen vertoefde, zijn erfenis, groot vijfduizend pond sterling, worden
uitbetaald. Twee dagen later wilden de vrienden dan weder naar
Amsterdam oversteken, waar, in het Willemsparkkwartier, het groote
prachtige heerenhuis hen wachtte.
Tegenover Edward Lister zat, aan de lunchtafel de jonge secretaris.
„Wel, Edward”, begon hij. „We zijn nu toch eens veilig in Londen. Weet
je wel, hoe dikwijls ons huis omsingeld werd door allerlei gedaanten
uit Scotland Yard, die op hoog bevel van onzen vriend Baxter naar hier
waren gezonden? De arme kerel!!”
„En hoe Marholm, die brave „vloo”, mij steeds op de een of andere
manier van het dreigende gevaar kennis wist te geven”, voegde lord
Lister er aan toe.
„Och, Charly, dat waren toch wel prettige dagen. Zoo vol afwisseling!
Zoo vol van dreigend gevaar en kwade verrassingen.
„Ik kan niet zeggen, dat ik over mijn verblijf in Nederland ontevreden
ben.
„Integendeel!
„We hebben ook daar al heel wat wederwaardigheden beleefd, maar ik heb
tot nog toe in de Hollandsche steden geen enkelen keer zoo’n geweldig
grooten stommeling aangetroffen, als James Baxter de eer heeft te
zijn.”
Charly lachte hartelijk.
„Ik heb heerlijk van de rust genoten, Edward en als ik morgen mijn
kapitaal in bezit heb, bestaat er geen gelukkiger mensch in het
Vereenigde Koninkrijk!”
Raffles belde.
Oude James kwam binnen.
„Je kunt afnemen, James!”
Lord Lister haalde zijn gouden sigarettenkoker te voorschijn en spoedig
kringelden de blauwe rookwolkjes naar het beschilderde plafond.
Toen het uur voor den lunch voorbij was, kwam een krantenjongen, hard
loopende, de stille Regent-street binnenstormen uit alle macht
schreeuwende en half verstaanbare klanken uitstootende.
Het geluid van zijn stem verbrak de stilte, die heerschte in het
vertrek, waar de vrienden zwijgend en lezend bijeen zaten.
„Evening Standard! Extra-tijding! Dood van Hertog Silverton! Verdachte
omstandigheden! Rapport van den geneesheer! Wonderlijk gedrag van de
Hertogin!... Extra-tijding! Extra-tijding!... Evening Standard!”
Raffles sprong op.
Alle kleur was van zijn gelaat geweken, toen hij schelde en den
binnenkomenden kamerdienaar beval:
„Loop dadelijk naar buiten en haal mij die courant.”
Eenige oogenblikken later was de man reeds terug en overhandigde zijn
meester het verlangde blad.
Raffles rukte het blad open en daar zag hij het staan, ernstig, sober,
met groote dikke letters:
„Dood van Hertog Silverton. Verdachte omstandigheden. Een onderzoek
wordt ingesteld. Hoe de Hertogin zich gedroeg. Geruchten van
vergiftiging.”
Met vluggen blik doorliep hij de kolommen, eerst vaag de hoofdstrekking
in zich opnemende en toen het geheele stuk langzaam en met aandacht
overlezende, alsof hij elken regel in zijn geheugen wilde prenten.
Zie hier wat het blad schreef over de gebeurtenissen in het huis
Silverton:
„Met leedwezen zien wij ons verplicht, het overlijden te berichten
van Hertog Silverton, die in den vroegen ochtend is gestorven. De
Hertog was, zooals onze lezers weten, slechts een week lang
ongesteld.
Verleden Dinsdag nam de ziekte een gunstige wending en kon men een
spoedige en algeheele genezing van den patient verwachten. Doch in
den avond van dien dag deden zich verschijnselen voor van
onverklaarbare slaapzucht, die hand over hand toenam, zoodat de
kundige geneesheeren, die den patient behandelden, ernstige
vermoedens begonnen te koesteren omtrent vergiftiging door
narcotische middelen.
Tot dusverre is nog niets met zekerheid bekend, maar tal van zeer
verontrustende geruchten loopen in de stad. Van zeer goed
ingelichte zijde vernemen wij, dat een gerechtelijk onderzoek zal
worden bevolen en dat, indien dit mocht geschieden, een proces kan
worden verwacht van een hoogst merkwaardig en sensationeel
karakter.”
Hieronder volgde een beschrijving van minder belang voor het groote
publiek, waarin de stamboom van den Hertog werd uiteengezet.
Maar dan kwam weder in vette letters het volgende hoofdje van een
uitvoerig bericht: