AFSCHUWELIJKE ONTDEKKINGEN.

Lord Lister keek nauwkeurig de kamer rond, waarin hij zat.

Hij had zijn jas uitgedaan, maar was nog in volledig toilet, dat hij

onder de uniformjas had gedragen.

Eerst zag hij niets, want het was volslagen donker.

Geen geluid werd vernomen.

Hij tastte langs den muur en draaide het electrisch licht op.

Hij was in een weelderig ingericht slaapvertrek.

Op het ledikant lag een zijden deken en daaronder sliep een jong

meisje, dat in haar gezonden sluimer zelfs door het licht niet was

ontwaakt.

Het blonde haar viel in dichte strengels over het met kant versierde

kussen, de linkerhand lag op de borst, de rechter hing slap neer over

den bedrand.

Zachtjes naderde Lord Lister het bed.

Nu zag hij ook, dat eenige wanorde in de kamer heerschte.

Een stoel naast het bed was omgegooid, een kast was kapot, een

schilderij aan den muur vernield.

Ontzet week Raffles achteruit, toen hij naar de slapende keek.

Zij was dood!

Raffles legde zijn hand voorzichtig op de deken. Toen zag hij duidelijk

donkere strepen, die zich scherp afteekenden op den hals van de

jongedame.

„Zoozoo!” fluisterde hij, terwijl hij sterk opsnoof, „eerst bedwelmd,

toen geworgd!”

De eerste schemering drong door het venster.

Raffles keek nog eens naar de ongelukkige, die hier zoo’n

geheimzinnigen dood had gevonden en trad toen naar buiten.

Maar wederom deinsde hij in de grootste ontzetting achteruit.

In de gang hing het lijk van het dienstmeisje, dat nog het witte mutsje

op haar hoofd droeg.

„Afschuwelijk!” stiet Raffles uit.

Hij wilde vluchten van deze plek, maar toen overwon toch het verlangen

om meer te weten van die afschuwelijke misdaad.

Raffles ging van de eene kamer naar de andere. De woning had zeven

kamers, alle even weelderig ingericht.

Raffles vond niets, wat eenige aanduiding kon geven tot den moord.

In de kleedkamer alleen lag een band, die om den arm of de knie moest

worden gedragen.

Daarop stond:

Lord Lister No. 0003: De Ridderordendiefstal in het Koninklijk Paleis · 第 7 / 16 题