XX.

Men noemde u Beatrice, maar gij draagt

heil'ger benaming, onbekend den veelen.

Hij heet u "_Liefde_", wien de glans-tafreelen

van uw verheerlijkt weezen zijn gedaagd,

die kroonde uw zeedig hoofd met de juweelen

van zijn kleurfonklend woord. Naar Liefde vraagt

nog immer wat op aarde duldt en klaagt.--

Zal ooit haar adem 't waereld-aanzicht streelen?

Kom, Zeegenrijke! jammerlijk in nood

om uwen bijstand moet nog 't menschdom strijden.

Vermag nooit in terugkomst te ooverschrijden

uw blijde voet den drempel van den Dood?

Des Vreedes Ster! der onrust vijandinne!

Verhelder d'aard met uwen lach van minne!

Dante en Beatrice, en andere verzen · 第 31 / 42 题