Men noemde u Beatrice, maar gij draagt
heil'ger benaming, onbekend den veelen.
Hij heet u "_Liefde_", wien de glans-tafreelen
van uw verheerlijkt weezen zijn gedaagd,
die kroonde uw zeedig hoofd met de juweelen
van zijn kleurfonklend woord. Naar Liefde vraagt
nog immer wat op aarde duldt en klaagt.--
Zal ooit haar adem 't waereld-aanzicht streelen?
Kom, Zeegenrijke! jammerlijk in nood
om uwen bijstand moet nog 't menschdom strijden.
Vermag nooit in terugkomst te ooverschrijden
uw blijde voet den drempel van den Dood?
Des Vreedes Ster! der onrust vijandinne!
Verhelder d'aard met uwen lach van minne!