Ze noemen Liefde wat de ziel doet zieden
in helle vreugde van een oogwenk duur,
in lijden leevenslang,--met ieder uur
zien ze haar vluchtige bekooring vlieden,--
een sidd'rend glimpjen onstandvastig vuur
in woestenij van donkre doods-gebieden,
waar alle dingen zonder zin geschieden
naar starre wet van ijzige natuur.
Maar Hij, die op vervaarlijken en verren
boet-vaart door kringen, waar geen stervling kwam,
kondschap van 't onnaspeur'lijke vernam,
Hij gaf éénzelfden naam aan d'ééne Macht,
die 't kinds-hart wekt met stralen luuw en zacht,
en die de Zon beweegt en d'andre sterren.