XXIII.

De uitspraak der Sangiangs.—Wienersdorf en zijne

aanstaande.—Hamadoe een diamant.—Moendoet in de keuken.—De

steenkolen bij Kotta Djankang.—De proeven van La Cueille.—Zijne

cokes.—Die steenkolen aan boord van de Boni.—De verspreiding der

steenkolen op Borneo.—Een misverstand.—De goudzoekers.—De „sarok

boelau” vertoornd.—Johannes met koorts bedreigd.—De goudsoorten in

de Dajaklanden 116

Borneo van Zuid naar Noord · 第 27 / 77 题