XXII.

Toebereidselen voor de reis.—Een volksverhuizing.—Het

„manobah”.—Onhandigheid.—Wienersdorf te water.—La Cueille brengt

het er niet beter af.—Lachbui.—Einde der

vischvangst.—„Kalampies”.—Een Dajaksch tribunaal.—Beëediging.—La

recherche de la paternité.—De vingerproef.—Het „hagalangang” of het

bewijs met de werpspies.—Nabreeuwen 91

Borneo van Zuid naar Noord · 第 26 / 77 题