Voor de aanhouding van mijn neger (?) Edmund Kenney. Hij heeft
lang haar en is zoo blank van kleur dat een vreemdeling niet
zou vermoeden, dat hij Afrikaansch bloed in de aderen heeft;
hij was met mijn jongen Dick eenigen tijd geleden in Norfolk,
en bood deze daar te koop aan; hij werd echter aangehouden,
doch ontvlugtte onder voorwendsel dat hij een blanke was.