omstreeks 3 weken geleden, onder verdachte omstandigheden eene
negerin Phebe of Phillis, voorgevende vrij te zijn, en van
Beaufort (Zuid-Carolina) komende. Zij is 50 jaar oud, sterk van
ligchaamsbouw, minzaam in het spreken, 5 voet, 4 duim lang en
140 pond zwaar. Na een vlijtig onderzoek, vermeen ik dat zij
weggeloopen is. De eigenaar kan haar terug krijgen, indien hij
zich met grondige bewijzen aanmeldt.
Savannah, 25 October 1852. Waring Russell,
County Constable.
Twee honderd dollars belooning.
Omstreeks het begin van verleden jaar is van Sparta ontvlugt
mijn neger George. Hij is een goed timmerman, 35 jaar oud, een
lichte mulat, lang, en van een goed uitzigt. Hij is omtrent 3 jaar
geleden uit St. Mary's gebragt, en had, toen hij wegging, aldaar
eene vrouw, die het eigendom van een zekeren heer Holzendorff was;
ik geloof van hem gehoord te hebben, dat hij in den omtrek van
Macon geweest was en een broeder in Savannah had. Hij is zeer
verstandig, en ik zal de bovenstaande belooning geven voor zijne
gevangenzetting, zoodat ik hem krijg. Nadere inlichtingen zijn
te bekomen bij Rabun en Whitehead, Savannah (Georgia).
Oxford (Georgia), 13 Aug. 1852. W. J. Sassnet.
Uit deze en honderd soortgelijke advertentiën kan men het volgende
opmaken:
1o. Dat de drangredenen tot het in slavernij houden der negers
niet toepasselijk zijn op het meerendeel hunner.
2o. Dat het slavenras niet, zoo als de meesters zeggen, een dom
geslacht is.
3o. Dat zij niet over-tevreden zijn.
4o. Dat zij geene redenen daartoe hebben.
5o. Dat vele menschen, die zeggen vrij te zijn, als slaven
verkocht worden.
Met betrekking tot de gelaatskleur dezer slaven, zijn eenige punten
onze beschouwing overwaardig. De schrijfster voegt er de volgende
advertentiën bij, uitgegeven door Wm. I. Bowditch, in zijne brochure
getiteld: "Slavernij en de Grondwet."
Uit de Richmond (Virginia) Whig.