Vijf en twintig dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, op 1 Mei jl., zijn
negerjongen, George, 18 jaar oud, 5 voet lang, van sterken
ligchaamsbouw en welbespraakt. Hij behoorde vroeger aan den heer
J. D. A. Murphy, te Blackville, en heeft eene moeder, die het
eigendom is van den heer Lorrick, in Lexington; Vermoedelijk
heeft hij een paspoort, en zal in den omtrek van Branchville of
Charleston ronddwalen.
De bovenstaande belooning zal betaald worden aan hem, die George
in eene of andere gevangenis zet, waaruit ik hem kan krijgen.
Orangeburg, 7 Augustus 1852. J. J. Andrews.
Bekendmaking.
In Colleton District is als weggeloopen slaaf gevangen genomen
een neger, Jordan, omtrent 30 jaar oud, voorgevende aan Dobson
Coely van Pulaski, Georgia County, te behooren. De eigenaar wordt
verzocht, zijn regt te bewijzen en hem meê te nemen.
Waterboro, 7 Sept. 1852. L. W. Molants, Regter.
De volgende advertentiën zijn door de Commonwealth meestal uit New
Orleansche couranten getrokken. De karakteristieke beschrijvingen
der negers zijn opmerkenswaardig.