Charleston Mercury, 29 October 1852.
Twee honderd dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende, in Maart jl., zijne
dienstmaagd Lydia, die zich vermoedelijk te Charleston ophoudt.
De bovenstaande belooning wordt uitgeloofd aan degenen, die haar
aanhouden, of eenig berigt geven waar zij zich ophoudt, en 50
dollars aan hem die haar in eene of andere gevangenis zet,
zoodat ik haar kan krijgen. Lydia is eene mulattin, 25 jaar
oud, 4 voet, 11 duim lang; met een rond gelaat en lang, zwart
krullend hair; haar voorste tand is valsch, hetwelk men bemerkt
in haar spreken, daar men dan het goud waarmede hij is ingezet,
goed kan onderscheiden: zij heeft een likteeken onder haar kin,
en 2 vingers der eene hand zijn stijf, van het eerste lid.