Het is met genoegen, dat wij ons van het zoo even opgehangene donkere
tafereel, naar het karakter van den grootmoedigen, edelaardigen
St. Clare wenden, die het schoonste portret van onzen zuidelijken
broeder aanbiedt.
Het is het oogmerk der schrijfster geweest, zoo veel mogelijk,
zorgvuldig het stelsel van de menschen te onderscheiden. Zij gelooft
opregtelijk, dat, terwijl de onverantwoordelijke magt der slavernij
van zoodanigen aard is, dat geen menschelijk wezen haar behoorde te
bezitten, die magt waarschijnlijk nooit zachter werd uitgeoefend,
dan in vele gevallen in de zuidelijke Staten. Het heeft haar verbaasd
te zien, hoe onder al de nadeelen, welke het vroegtijdig bezit van
willekeurige magt vergezellen, met al de verzoekingen, welke uit het
bezit dier magt in verschillende vormen moeten ontstaan, dikwijls
zulke schoone en belangwekkende karaktertrekken worden ontwikkeld. Te
zeggen, dat zulke gevallen gewoon zijn, is, helaas! niet in ons
vermogen. Men kent de menschelijke natuur te wel, om ons te gelooven,
indien wij dit wilden zeggen. Doch hoe schrikkelijker het kwaad is,
dat bestreden moet worden, des te zorgvuldiger moeten wij zijn om
billijk te oordeelen, en den afschuw, welken zekere misbruiken ons
natuurlijk moeten inboezemen, te bekampen door het overwegen der
goede en edele trekken, welke dikwijls in personen, die met het
stelsel verbonden zijn, gevonden worden.
De tweelingbroeders Alfred en Augustine St. Clare vertegenwoordigen
twee klassen van menschen, die in alle landen gevonden worden. Zij
zijn de geborene aristocraten en democraten. De aristocraat van
stand, is niet altijd een aristocraat van nature, en omgekeerd;
maar de aristocraat van natuur, hij moge hooger of lager in de
maatschappij geplaatst wezen, is hij, die, hoewel hij regtvaardig,
edelmoedig en menschelijk mag zijn voor hen, die hij als zijns gelijken
beschouwt, geheel ongevoelig is voor de behoeften, het lijden en de
gemeenschappelijke menschelijkheid van hen, die hij als de lagere
klassen beschouwt. Het leed eener gravin zou hem doen schreijen,
het leed eener naaister is geheel iets anders.
Aan den anderen kant wordt de democraat dikwijls in den hoogsten
levensstand gevonden. Voor dezen man is meerderheid boven zijnen
broeder iets, dat hij nooit zonder geheime smart openlijk kan doen
gelden. In den laagsten en nederigsten levensstand, erkent hij het
heilige eener gemeenschappelijke menschelijkheid, en hoe verlaagd,
volgens de meeningen en instellingen der maatschappij, eene bijzondere
klasse mag wezen, is er een instinctmatig gevoel in zijne ziel,
hetwelk hem leert, dat zij menschen zijn van gelijke gemoedsbewegingen
als hij zelf. Zulke lieden hebben eene scherpzigtigheid, welke hun
terstond door al den valschen schijn van uitwendige gebruiken doet
heenzien, die den eenen mensch zoo ongelijk aan den anderen maken,
en hen daaronder die groote menschelijke vatbaarheden, smarten,
behoeften en zwakheden doet ontwaren, waarin alle mannen en vrouwen
gelijk zijn; en het is onmogelijk hen te doen begrijpen, dat eene
klasse van menschelijke wezens een erfelijk regt over eene andere zou
hebben, of dat de tranen en het leed der eene niet even veel waardig
zijn als die der andere klasse.
Dat er zulke mannen onder de slavenmeesters in het Zuiden gevonden
worden, dat zij, zelfs wanneer zij slavenhouders zijn, zich niet
kunnen en willen laten verblinden door de drogredenen, waarmede men
de slavernij verdedigt, dat zij deze als een overblijfsel uit eene
barbaarsche eeuw beschouwen, en al de voorstanders daarvan verachten
en verfoeijen, kunnen wij overvloedig doen blijken. Velen van de
doorluchtigste zuidelijke mannen der revolutie behoorden tot deze
klasse, en vele mannen van uitstekenden rang in later tijd hebben
dezelfde gevoelens gekoesterd.
Ten getuige hiervan strekke de volgende brief van Patrick Henry,
waarvan de gevoelens zoo zeer met die van St. Clare overeenstemmen, dat
de lezer zou kunnen meenen, dat de een eene kopie van den ander was.