"Weggeloopen omstreeks 15 Augustus laatstleden, Joe, een geel
man; klein, omtrent 5 voet, 8 of 9 duim lang en omtrent 20 jaren
oud. Heeft een Romeinschen neus, was te Nieuw Orleans groot
gebragt, en spreekt Fransch en Engelsch. Hij werd verleden Winter
gekocht van Mr. Digges, Banks Arcade, Nieuw Orleans."
Wat geestvermogens betreft, zal de lezer zich wel herinneren, dat
de schrijfster het als eene daadzaak vermeldde, welke zij op eene
reis door Kentucky vernam, dat een jong kleurling eene machine had
uitgevonden om hennip te zuiveren, gelijk die, waarvan in haar verhaal
gesproken wordt.
Nu en dan komen ook advertentiën voor, waarin handwerkslieden van
verschillende soort te koop worden geboden. Slaven worden dikwijls als
loodsen gebruikt en hoog gewaardeerd om hunne kunde en bekwaamheid. De
volgende advertentiën zijn uit zeer jonge dagbladen.
Uit de "South Carolinian" (Columbia) 4 December, 1852.
Openbare verkooping van kostbare Negers door J. en L. T. Levin.
Zullen verkocht worden op maandag, den 6den dag van December,
de volgende kostbare Negers:
Andrew, 24 jaren oud, metselaar en stukadoor, een zeer bekwaam
werkman.
George, 22 jaren oud, een van de beste barbiers in den Staat.
James, 19 jaren oud, een uitmuntend schilder.
Deze jongens zijn in Columbia opgebragt, en zijn uitzonderingen
op de meeste jongens, en worden om geen gebrek hoegenaamd verkocht.
De voorwaarden der verkooping zijn half contant geld, de
wederhelft op een crediet van zes maanden, met interest, voor
wissels, betaalbaar bij de bank, met twee of meer goedgekeurde
endossementen.
De koopers betalen voor de noodige papieren.