XII

Om "getuige" te zijn ingevolge art. 50 B. W. bij het opmaken van eene

akte van overlijden is niet noodig, dat men de vereischten bezit,

die in art. 20 B. W. voor de getuigen, van welke men bij de akten

van den burgerlijken stand gebruik maakt, worden gesteld.

Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht · 第 205 / 215 题