Het is voor de totstandkoming van een geldige hypotheek krachtens
art. 1214 B. W. niet voldoende, dat de hypotheekgever op het oogenblik
der inschrijving de bevoegdheid heeft het goed te vervreemden. Het
artikel eischt, dat deze bevoegdheid besta op het tijdstip dat de
hypotheek verleend wordt.