De uitsluitende bevoegdheid tot het door den druk gemeen maken van
vertalingen duurt:
1o. voor niet door den druk gemeen gemaakte werken, mondelinge
voordrachten daaronder begrepen, zoolang daarop auteursrecht bestaat;
2o. voor door den druk gemeen gemaakte werken gedurende vijf jaren
sedert de dagteekening van het in art. 11 vermelde bewijs van
ontvangst.