Artikel 15

De uitsluitende bevoegdheid om dramatisch-muzikale werken of

tooneelwerken uit- of op te voeren duurt:

1o. voor niet door den druk gemeen gemaakte werken tijdens het leven

van den auteur en dertig jaren na zijn dood;

2o. voor door den druk gemeen gemaakte werken, waarbij die uitsluitende

bevoegdheid wordt voorbehouden, gedurende tien jaren sedert de

dagteekening van het in art. 11 vermelde bewijs van ontvangst.

Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht · 第 81 / 215 题