XII.

Om ons verhaal te vereenvoudigen zullen we de geschiedenis van de

koningin weer opvatten, waar we die hadden afgebroken, daar waar de

bijen haar hadden toegestaan hare zusters in de wieg te dooden. Zooals

ik reeds gezegd heb verzetten ze zich dikwijls tegen dezen moord, ook

zelfs wanneer ze niet het voornemen schijnen te koesteren een tweeden

zwerm uit te zenden. Dikwijls ook hechten zij er hunne goedkeuring aan,

want de staatkundige geest der korven van een zelfden bijenstand is even

verschillend als die der menschen-volken van een zelfde vastland. Doch

zeer zeker begaan ze een onvoorzichtigheid door hem te wettigen. Komt de

koningin om of verdwaalt ze bij hare parings-vlucht, dan blijft er

niemand over om haar te vervangen, en de larven der werkbijen zijn al

over den leeftijd om nog in koninklijke herschapen te kunnen worden.

Maar enfin, de onvoorzichtigheid is begaan en dus is de eerste, die

uitkomt, de eenige en erkende heerscheres in de gedachten haars volks.

Toch is ze nog maagd. Om gelijk te worden aan de moeder, die zij

vervangt, moet ze in de eerste twintig dagen na hare geboorte een

ontmoeting hebben met het mannetje.

Wordt door een of andere oorzaak deze ontmoeting vertraagd, dan blijft

ze onherroepelijk maagd. Toch is ze zooals we gezien hebben niet

onvruchtbaar, al is ze maagd. Hier staan we tegenover die groote

anomalie, die wonderlijke voorzorgsmaatregel of gril van de natuur, die

men parthenogenesis noemt, en die een zeker aantal insekten met elkaar

gemeen hebben, te weten de boomluizen, de stofvleugelige insekten van

het geslacht Psyche, de Hymenopteren van den stam der Cynipides, enz. De

koningin-maagd kan dus eieren leggen als ware zij bevrucht, maar uit

alle eieren die ze legt, in groote of kleine cellen, zullen enkel darren

geboren worden, en daar deze nimmer werken, enkel op kosten der wijfjes

leven, zelfs nooit honing gaan zoeken voor zich zelven en niet in hun

onderhoud kunnen voorzien, volgt slechts weinige weken na den dood van

de laatste afgetobde werkbij, de volledige ondergang der kolonie. Uit de

maagd zullen duizenden mannetjes geboren worden, en ieder dezer

mannetjes bezit millioenen zaadlichaampjes, waarvan er geen enkel in

haar organisme is kunnen binnendringen. Dat is zoo men wil niet

wonderlijker dan duizend andere analoge verschijnselen; want als men

zich bezighoudt met deze problemen, voornamelijk met die van de

voortplanting, waarbij het wonderlijke en verrassende van alle kanten

opduiken, nog veel overvloediger en nog veel minder volgens menschelijke

wetten dan in de wonderbaarlijkste tooversprookjes, dan wordt na verloop

van korten tijd de verbazing zoo iets gewoons, dat men er vrij spoedig

de notie van verliest. Toch was het feit de moeite waard te worden

opgeteekend. Doch van een anderen kant, hoe in het reine te komen met de

bedoeling der natuur, die aldus de darren, welke zoo noodlottig zijn,

begunstigt ten koste der zoo noodzakelijke werkbijen? Is ze bang, dat

anders het verstand der wijfjes hen er toe brengen zou het aantal dezer

nadeelige parasieten, die nu eenmaal onvermijdelijk zijn voor de

instandhouding der soort, buitensporig te verminderen? Is het uit

overdreven reactie tegen den ramp van een onvruchtbare koningin? Behoort

het tot die al te geweldige en blinde voorzorgsmaatregelen, die de

oorzaak van het kwaad niet kennen, met het geneesmiddel het doel

voorbijschieten, en om een lastig geval te vermijden, een ramp

teweegbrengen? In werkelijkheid--doch laat ons niet vergeten, dat het

niet geheel en al de natuurlijke en oorspronkelijke werkelijkheid is,

daar de kolonies in de primitieve wouden veel meer verspreid moeten

geleefd hebben dan tegenwoordig, in werkelijkheid ligt het bijna nooit

aan gebrek aan mannetjes, wanneer een koningin niet is bevrucht, want

deze zijn altijd talrijk en komen van zeer verre. Veeleer hebben koude

of regen haar te lang in den korf opgesloten gehouden, en nog vaker de

onvolkomenheid harer vleugeltjes, waardoor ze niet in staat is tot de

hooge vlucht, die vereischt wordt door het orgaan der darren. Nochtans

legt de natuur, zonder rekening te houden met deze meer reëele oorzaken,

zich met hartstocht toe op het vermenigvuldigen der darren. Ze brengt

zelfs nog andere wetten in beroering om er te verkrijgen en somtijds

vindt men zelfs in een verweesden korf twee of drie werkbijen, die zoo

sterk worden geprikkeld door het verlangen naar instandhouding der

soort, dat ze zich ondanks hunne verminkte eierstokken inspannen om

eieren te leggen, hunne organen eenigszins zien opleven onder den drang

van dit tot het uiterste geprikkeld gevoel, en er werkelijk in slagen

eenige eieren voort te brengen; doch ook uit deze eieren ontstaan

evenals uit die der maagd-moeder, enkel darren.

Het leven der bijen · 第 89 / 136 题