IX.

Het vertrek van den tweeden en derden zwerm is juist zooals die van den

eersten en alle omstandigheden zijn gelijk, behalve dat er minder bijen

zijn, dat de troep minder omzichtig is en geen verkenners heeft, en dat

de jonge, maagdelijke, vurige en lichte koningin veel verder vliegt en

reeds bij de eerste pleisterplaats haar volk tot op grooten afstand van

den korf heeft meegevoerd. Voeg er nog bij, dat deze tweede en derde

uittocht veel vermeteler zijn en dat het lot dezer zwervende kolonies

zeer hachelijk is. Als vertegenwoordigster der toekomst hebben ze enkel

een onvruchtbare koningin aan hun spits. Hun gansche bestaan hangt af

van de op handen zijnde paringsvlucht. Een voorbijvliegende vogel,

enkele regendruppels, een koude wind, een vergissing, en het onheil is

onherstelbaar. Dit weten de bijen zóó goed, dat ze, wanneer ze een

toevluchtsoord gevonden hebben, ondanks hunne reeds groote gehechtheid

aan de woning die eerst sedert een enkelen dag de hunne is, ondanks het

aangevangen werk, dikwijls alles in den steek laten om hunne jeugdige

souvereine te vergezellen bij het zoeken van een minnaar, om hunne oogen

onafgewend op haar gevestigd te houden, haar te omgeven en te omhullen

met duizenden liefderijke vleugeltjes, of met haar te gronde te gaan

indien de liefde haar zóó ver van den nieuwen korf doet afdwalen, dat de

nog ongewone terugweg vervluchtigt en verdwijnt uit hun aller geheugen.

X

Zóó sterk is echter de wet der toekomst, dat geen enkele bij aarzelt met

het oog op deze onzekerheid en dit doodsgevaar. Een zelfde geestdrift

voor een tweeden en derden zwerm als voor een eersten. Wanneer de

moederstaat zijn besluit beeft genomen, dan vindt ieder dezer

gevaarlijke jonge koninginnen een troepje werkbijen gereed haar lot te

deelen en haar te vergezellen op haar reis, waarbij veel te verliezen en

niets te winnen is dan de hoop op voldoening van een instinkt. Wie geeft

hun de energie, die wij nimmer bezitten, om met het verleden te breken

als met een vijand? Wie kiest uit de massa degenen, die moeten gaan en

wie wijst aan welke zullen achterblijven? Niet die of die klasse

vertrekt of blijft, hier zijn het de jongsten, daar de oudsten, rondom

iedere koningin, die heengaat om niet terug te keeren, verdringen zich

zeer oude honingdraagsters naast kleine werkbijtjes, die zich voor het

eerst wagen in het duizelingwekkende azuur. 't Is evenmin het toeval, de

gelegenheid of een voorbijgaande opwelling van geestdrift of van

ontmoediging door een gedachte, instinkt of gevoel, waardoor de

betrekkelijke grootte van een zwerm wordt bepaald. Herhaaldelijk heb ik

er mij op toegelegd, te berekenen welke verhouding er bestond tusschen

het aantal bijen van den zwerm en van degenen die achterblijven; en

hoewel de moeielijkheden aan de proef verbonden het verkrijgen van

mathematische zekerheid beletten, heb ik toch kunnen constateeren dat

deze verhouding, als men mede rekening houdt met het broedsel, dus met

de op handen zijnde geboorten, constant genoeg was om een werkelijke en

geheimzinnige berekening van den genius des bijenkorfs te doen

vermoeden.

Het leven der bijen · 第 87 / 136 题