Ongeveer een week is verloopen sedert het vertrek der oude koningin. De
koninklijke nymphen, die in de hulsels slapen, zijn niet allen van
denzelfden leeftijd, want het is in 't belang der bijen, dat de
koninklijke geboorten na elkaar plaats hebben, op de tijden dat ze
beslissen of er een tweede, derde of zelfs wel een vierde zwerm uit den
korf zal vertrekken. Reeds eenige uren zijn ze bezig de wanden van de
rijpste moederwieg langzamerhand dunner te maken, en de jonge koningin,
die van binnen uit tegelijkertijd het ronde deksel doorknaagt, steekt
haar kopje er uit, komt halverwege te voorschijn en met behulp van de
verpleegsters, die dadelijk komen aanloopen, haar afvegen, schoonmaken
en liefkoozen, wikkelt ze zich los en doet hare eerste schreden op de
raat. Evenals een pasgeboren werkbij is ze bleek en nog wankel op hare
pootjes, maar na verloop van een minuut of tien worden deze steviger en
daar ze wel voelt, dat ze niet de eenige is, dat ze haar rijk moet
veroveren, dat er hier of daar mededingsters schuilen, loopt ze vol
onrust langs de wanden van was om deze op te sporen. Hier komen de
wijsheid en de geheimzinnige besluiten van het instinkt, van den geest
des bijenkorfs, of van de vergaderde werkbijen tusschenbeide. 't Geen
het meest verrast als men in een observatie-korf den loop dezer
gebeurtenissen met de oogen volgt, is dat men nooit de minste aarzeling,
de minste verdeeldheid waarneemt. Nergens eenig spoor van tweedracht of
verschil van meening. Daar heerscht niets dan een reeds te voren
ingestelde eensgezindheid, dit is de atmosfeer van dezen staat, en
iedere bij schijnt reeds bij voorbaat te weten, wat alle anderen denken.
Toch is dit een hoogst gewichtig oogenblik voor hen, 't is om zoo te
zeggen de minuut waarvan leven of dood afhangen. Ze moeten weten welke
partij te kiezen uit drie of vier mogelijkheden, die ver-reikende
gevolgen zullen hebben, welke onderling totaal verschillen en door eene
kleinigheid noodlottig kunnen worden. Ze moeten de passie of de
ingeschapen plicht van het vermeerderen der soort met het behoud van den
moederstok en diens afstammelingen weten te verzoenen. Een enkelen keer
vergissen ze zich; ze laten drie of vier zwermen na elkaar uitvliegen,
die den moederstaat totaal uitputten en zelf te zwak zijn om zich snel
genoeg te organiseeren, zoodat ze worden overvallen door ons klimaat,
dat niet het oorspronkelijk klimaat is waaraan de bijen ondanks alles de
herinnering blijven behouden, en bezwijken bij het intreden van den
winter. Dan vallen ze als slachtoffers van de zwerm-koorts, die even als
onze gewone koorts een soort al te sterke reactie van het leven is, een
reactie, die haar doel voorbijstreeft, den kring afsluit en den dood
vindt.