IV.

Ongeveer een week is verloopen sedert het vertrek der oude koningin. De

koninklijke nymphen, die in de hulsels slapen, zijn niet allen van

denzelfden leeftijd, want het is in 't belang der bijen, dat de

koninklijke geboorten na elkaar plaats hebben, op de tijden dat ze

beslissen of er een tweede, derde of zelfs wel een vierde zwerm uit den

korf zal vertrekken. Reeds eenige uren zijn ze bezig de wanden van de

rijpste moederwieg langzamerhand dunner te maken, en de jonge koningin,

die van binnen uit tegelijkertijd het ronde deksel doorknaagt, steekt

haar kopje er uit, komt halverwege te voorschijn en met behulp van de

verpleegsters, die dadelijk komen aanloopen, haar afvegen, schoonmaken

en liefkoozen, wikkelt ze zich los en doet hare eerste schreden op de

raat. Evenals een pasgeboren werkbij is ze bleek en nog wankel op hare

pootjes, maar na verloop van een minuut of tien worden deze steviger en

daar ze wel voelt, dat ze niet de eenige is, dat ze haar rijk moet

veroveren, dat er hier of daar mededingsters schuilen, loopt ze vol

onrust langs de wanden van was om deze op te sporen. Hier komen de

wijsheid en de geheimzinnige besluiten van het instinkt, van den geest

des bijenkorfs, of van de vergaderde werkbijen tusschenbeide. 't Geen

het meest verrast als men in een observatie-korf den loop dezer

gebeurtenissen met de oogen volgt, is dat men nooit de minste aarzeling,

de minste verdeeldheid waarneemt. Nergens eenig spoor van tweedracht of

verschil van meening. Daar heerscht niets dan een reeds te voren

ingestelde eensgezindheid, dit is de atmosfeer van dezen staat, en

iedere bij schijnt reeds bij voorbaat te weten, wat alle anderen denken.

Toch is dit een hoogst gewichtig oogenblik voor hen, 't is om zoo te

zeggen de minuut waarvan leven of dood afhangen. Ze moeten weten welke

partij te kiezen uit drie of vier mogelijkheden, die ver-reikende

gevolgen zullen hebben, welke onderling totaal verschillen en door eene

kleinigheid noodlottig kunnen worden. Ze moeten de passie of de

ingeschapen plicht van het vermeerderen der soort met het behoud van den

moederstok en diens afstammelingen weten te verzoenen. Een enkelen keer

vergissen ze zich; ze laten drie of vier zwermen na elkaar uitvliegen,

die den moederstaat totaal uitputten en zelf te zwak zijn om zich snel

genoeg te organiseeren, zoodat ze worden overvallen door ons klimaat,

dat niet het oorspronkelijk klimaat is waaraan de bijen ondanks alles de

herinnering blijven behouden, en bezwijken bij het intreden van den

winter. Dan vallen ze als slachtoffers van de zwerm-koorts, die even als

onze gewone koorts een soort al te sterke reactie van het leven is, een

reactie, die haar doel voorbijstreeft, den kring afsluit en den dood

vindt.

Het leven der bijen · 第 82 / 136 题