Laat ons hier niet te vlug zijn met het maken van gevolgtrekkingen, die
van toepassing zijn op den mensch. De mensch bezit het vermogen, zich
al of niet aan de wetten der natuur te onderwerpen; en te weten of hij
gelijk of ongelijk heeft als hij gebruik maakt van dit vermogen, is het
ernstigste en nog het minst opgehelderde punt zijner moraal. Maar 't is
daarom niet minder interessant den wil der natuur in een van de onze
verschillende wereld te ontdekken. In den ontwikkelingsgang nu der
vliesvleugeligen, die onmiddellijk na den mensch de meest bevoorrechte
bewoners van onzen aardbol zijn wat het verstand aangaat, komt deze wil
zeer duidelijk uit. Klaarblijkelijk beoogt deze verbetering der soort,
doch toont tegelijkertijd, dat hij ze enkel wenscht of verkrijgen kan
ten koste der vrijheid, der rechten en het geluk van het individu zelf.
Naar mate de maatschappij georganiseerd wordt en hooger stijgt, ziet het
bijzonder leven van ieder harer leden zijn gebied inkrimpen. Zoodra er
ergens vooruitgang bemerkbaar wordt, is deze enkel het gevolg van een
nog vollediger offer van het persoonlijk aan het algemeen belang. Ten
eerste moet ieder die ondeugden afleggen, welke daden van
onafhankelijkheid zijn. Zoo staan b.v. de hommels op den voorlaatsten
trap van de bijenbeschaving en zijn te vergelijken met onze
menscheneters. De volwassen werkbijen zwerven onophoudelijk om de eieren
heen om ze te verslinden, en hardnekkig moet de moeder ze verdedigen.
Dan, nadat ieder de gevaarlijkste ondeugden heeft afgelegd, moeten ze
een zeker aantal steeds moeielijker te verkrijgen deugden verwerven. De
werkbijen van de hommels b.v. denken er niet aan afstand te doen van de
liefde, terwijl onze honingbij in voortdurende kuischheid leeft. Spoedig
zullen we overigens zien, wat zij al niet prijs geeft in ruil voor het
gevoel van welzijn, van veiligheid, van de bouwkundige, economische en
staatkundige volmaaktheid van den korf, en we zullen op de verbazende
evolutie bij de vliesvleugeligen terugkomen in het hoofdstuk gewijd aan
den vooruitgang der soort.