VIII

Laat ons hier niet te vlug zijn met het maken van gevolgtrekkingen, die

van toepassing zijn op den mensch. De mensch bezit het vermogen, zich

al of niet aan de wetten der natuur te onderwerpen; en te weten of hij

gelijk of ongelijk heeft als hij gebruik maakt van dit vermogen, is het

ernstigste en nog het minst opgehelderde punt zijner moraal. Maar 't is

daarom niet minder interessant den wil der natuur in een van de onze

verschillende wereld te ontdekken. In den ontwikkelingsgang nu der

vliesvleugeligen, die onmiddellijk na den mensch de meest bevoorrechte

bewoners van onzen aardbol zijn wat het verstand aangaat, komt deze wil

zeer duidelijk uit. Klaarblijkelijk beoogt deze verbetering der soort,

doch toont tegelijkertijd, dat hij ze enkel wenscht of verkrijgen kan

ten koste der vrijheid, der rechten en het geluk van het individu zelf.

Naar mate de maatschappij georganiseerd wordt en hooger stijgt, ziet het

bijzonder leven van ieder harer leden zijn gebied inkrimpen. Zoodra er

ergens vooruitgang bemerkbaar wordt, is deze enkel het gevolg van een

nog vollediger offer van het persoonlijk aan het algemeen belang. Ten

eerste moet ieder die ondeugden afleggen, welke daden van

onafhankelijkheid zijn. Zoo staan b.v. de hommels op den voorlaatsten

trap van de bijenbeschaving en zijn te vergelijken met onze

menscheneters. De volwassen werkbijen zwerven onophoudelijk om de eieren

heen om ze te verslinden, en hardnekkig moet de moeder ze verdedigen.

Dan, nadat ieder de gevaarlijkste ondeugden heeft afgelegd, moeten ze

een zeker aantal steeds moeielijker te verkrijgen deugden verwerven. De

werkbijen van de hommels b.v. denken er niet aan afstand te doen van de

liefde, terwijl onze honingbij in voortdurende kuischheid leeft. Spoedig

zullen we overigens zien, wat zij al niet prijs geeft in ruil voor het

gevoel van welzijn, van veiligheid, van de bouwkundige, economische en

staatkundige volmaaktheid van den korf, en we zullen op de verbazende

evolutie bij de vliesvleugeligen terugkomen in het hoofdstuk gewijd aan

den vooruitgang der soort.

Het leven der bijen · 第 17 / 136 题