ZONHOEDEN

Onder hun' hoeden

zoo liggen ze, in 't vlas;

boos is de zonne en

zoo heet als een oven:

rood in hun aanzichte,

als ongepijnd was....

boos is de zonne en

ze bakelt erboven.

Schaduwt hun' hoofden

gij, hoeden van stroo;

strekt u, zoo verre als

gij kunt, op hun leden;

laat ze, die wieden,

al rusten ze noô,

halen een asemke,

uw' schaduw beneden.

Tavond zal 't branden

gedaan zijn, en dan,

laat ze weer vrij, lijze

en koele, om de slapen,

laat ze verlost van

den arbeid en van....

u, groote hoeden,

een rustje gaan rapen!

21/5 '97.

Laatste verzen · 第 69 / 155 题