MOEDERKEN

't En is van u

hiernederwaard,

geschilderd of

geschreven,

mij, moederken,

geen beeltenis,

geen beeld van u

gebleven.

Geen teekening,

geen lichtdrukmaal,

geen beitelwerk

van steene,

't en zij dat beeld

in mij, dat gij

gelaten hebt,

alleene.

o Moge ik, u

onweerdig, nooit

die beeltenis

bederven,

maar eerzaam laat

ze leven in

mij, eerzaam in

mij sterven.

Laatste verzen · 第 7 / 155 题