Wel is er van tijd tot tijd ernstig naar gestreefd, de losbandigheid

der door kuischheidsgeloften gebondenen te beteugelen. Maar het bloed

en de natuur zijn sterker dan willekeurige verordeningen. De strengste

straffen zelfs bleven vruchteloos. Waar natuurlijke bevrediging der

zinnelijke behoefte onmogelijk of te gevaarlijk werd, daar gaf men

zich over aan gelijkgeslachtelijke en onnatuurlijke zinnelijkheid. Te

bewijzen is dit alweer uit de maatregelen die de kerk zelf daartegen

van tijd tot tijd heeft genomen. Zoo werd op een concilie te Parijs

verboden, dat nonnen bij elkander sliepen, dat kloosterbroeders

bij elkander sliepen, enz. enz. Natuurlijk hielp dit niets, want

al deze maatregelen richtten zich tegen de gevolgen, maar lieten de

oorzaken onaangetast. Wijl dit telkens en opnieuw bleek, moest men

steeds grootere concessies doen. En voorwendsels daarvoor, die alle

partijen bevredigden, waren gemakkelijk te vinden, daar het celibaat

reeds oorspronkelijk volstrekt niet de beoefening van de kuischheid

betrof, maar alleen onthouding van het huwelijk. In het celibaat bezat

de kerk het middel om haar vermogen voor versnippering te behoeden en

zoodoende haar macht te behouden en steeds uit te breiden. Vandaar

heeft zij nooit willen toestemmen in opheffing van het celibaat,

hetwelk haar macht aan het wankelen zou brengen (gelijk zulks wel

voldoende gebleken is bij het protestantisme, dat het celibaat

verwierp). Maar om de geestelijkheid tegemoet te komen, werd nu

eens zijdelings, dan weer rechtstreeks, het houden van concubines

toegestaan. De kerk heeft zich daaruit zelfs een nieuwe bron van

inkomsten weten te scheppen, waarvan boven aangehaalde berekening uit

een aflaattarief een der vele voorbeelden is. De grootste dogmatici

der kerk hebben aan dit punt al hun scherpzinnigheid gewijd, teneinde

geschikte en aannemelijke formules te vinden. Toen in de 16e eeuw de

strijd om het recht der priesters op het huwelijk opnieuw ontbrandde,

en vele priesters zelf dit recht opeischten, verdedigde de beroemde

en invloedrijke Fransche prelaat Gerson het liederlijk leven van het

meerendeel der priesters en monniken als volgt: "Schendt een priester

zijn gelofte van kuischheid, als hij ontucht bedrijft? Neen. Want door

de gelofte van kuischheid doet hij alleen afstand van het huwelijk. Een

priester, die zich aan de zwaarste vergrijpen tegen de zedelijkheid

schuldig maakt, breekt zijn gelofte van kuischheid niet, zij zou alleen

worden verbroken, wanneer de priester huwde." Hij maakte alleen dit

voorbehoud, dat alle opspraak moest worden vermeden, en geslachtelijke

omgang niet op Zondag mocht plaats hebben, niet aan heilige plaatsen

en uitsluitend met ongehuwden. Op deze en dergelijke manieren werd

de celibaatskwestie in den geest der kerk en tevens overeenkomstig de

pecunaire belangen der kerk opgelost--den priester werd de ongehuwde

staat vergemakkelijkt en verlicht, en het vermogen der kerk bleef in

de doode hand en kon gestadig aangroeien; tevens bracht de zaak ook

rechtstreeks baten op, want de in concubinaat levende priester moest

daarvoor een cijns opbrengen. Deze cijns is tallooze malen geregeld.

Voor zoover voor het celibaat verlichting werd gezocht door

geslachtelijk samenleven buiten huwelijk, valt tegen dezen vorm van

geslachtelijk verkeer weinig aan te voeren. Te veroordeelen valt

daarbij eigenlijk alleen de atmosfeer van leugen en huichelarij,

die deze oplossing van de zaak schept rondom den door belofte van

kuischheid gebondene. Buitenechtelijke samenleving, beoordeeld naar

zedelijke begrippen die vrij zijn van vooroordeel, kan reiner zijn

en hooger staan dan het naar alle regelen van gewoonte en gebruik

tot stand gekomen huwelijk. Elke sexueele verhouding, die op vrije

keuze en vrije neiging van beide partijen berust, is zedelijk, en

elke sexueele verhouding, die andere motieven heeft, is onzedelijk.

Maar in de kloosters werkten alle omstandigheden de grofste

geslachtelijke ontaarding in de hand. En zoo zijn uit tallooze

bronnen, oorkonden, kronieken enz. de onomstootelijke bewijzen aan

te voeren, dat in de oude kloosters liederlijkheid en uitspattingen

regel waren. Geslachtelijke bandeloosheid kent geen grenzen en geen

teugel. Haar wezen is sexueele overdaad en behoefte aan steeds snellere

afwisseling; en bij de spoedig intredende oververzadiging grijpt

zij naar elken denkbaren vorm van onnatuurlijke en tegennatuurlijke

bevrediging. Zoo werden duizenden kloosters broeinesten van ontucht

en geslachtelijke buitensporigheid. Er zijn tijden geweest dat Priapus

en Venus nergens, zelfs niet in de gewone bordeelen, zoo vurig werden

vereerd als in de kloosters. Hier herleefde ten laatsten male de

gastvrije prostitutie. In vele streken toch waren de vrouwenkloosters

de geliefkoosde nachtverblijven der ridderschap, waar zij dezelfde

genoegens vonden als in het bordeel, met dit verschil, dat zij niets

kosten--men betaalde met zijn potentie. De kloosters waren de plaatsen,

waar de meest woeste geslachtelijke orgiën werden gevierd, en ook de

meest buitensporige begeerten onbeteugeld konden worden bevredigd. En

het was in die tijden algemeen bekend dat de kloostermuren meer van

kindergeschrei dan van psalmgezang weergalmden.

Opmerkelijk zijn daarbij vooral ook de maatregelen, waarmee de monniken

de concurrentie van de leeken in den omgang met de nonnen zochten te

weren. Meestal zocht men dit doel te bereiken, door de voorstelling te

wekken, dat zondigen met gewijde personen een minder groot kwaad was

dan zondigen met leeken. Een document, waaruit zulks kan blijken, is

de volgende verklaring van Magister Hendricus van de Mendicanterorde

te Straatsburg, uit het jaar 1261: "Aangezien een non, die door den

aandrang des vleesches en door menschelijke zwakheid overweldigd, haar

kuischheid schendt, minder schuldig is en meer verschooning verdient

als zij zulks doet met een geestelijke, dan met een leek", enz.

De natuur geweld aandoen moet steeds onvermijdelijk leiden tot

ontaarding. En de eene ontaarding leidt weer onvermijdelijk tot de

andere. De gelofte van kuischheid leidde tot de ergste uitspattingen,

en de noodzakelijkheid, om dit voor de geloovige menigte verborgen te

houden dwong tot de ergste gruwelen; vruchtafdrijving en kindermoord

waren in de nonnenkloosters aan de orde van den dag, en vele kloosters

waren besmettingshaarden van de afschuwelijkste geslachtsziekten. Zoo

werd het onnatuurlijk middel tot reiniging der zeden de bron van de

afschuwelijkste zedenverwildering.

Ook het ascetisch leven der kluizenaars levert tallooze bewijzen op

voor de stelling, dat overdreven onthouding lichtelijk overslaat

in overdreven uitspattingen. Onderwijl de eerste kerkvaders en

propagandisten van het Christendom de oude godsdiensten bestreden en

steeds het antieke zedenbederf als een donkeren achtergrond bezigden,

waartegen de vlekkelooze reinheid van het Christendom op het scherpst

moest uitkomen, schoot om hen heen, onder hun eigen volgelingen,

datzelfde zedenbederf, met hetzelfde program van uitspattingen, de

gewijde en de gastvrije prostitutie inbegrepen, al weer allerwege

wortel met de weelderige groeikracht van onuitroeibaar onkruid.

Waar ooit een leer of een denkbeeld uitroeiïng der zinnelijkheid heeft

geëischt, heeft dit altijd geleid, niet tot kuische reinheid, maar tot

geslachtelijke verwildering. Zulks leert vooral het Christendom. Zoo

moest de H. Cyprianus reeds in de derde eeuw n. Chr. getuigen,

dat er geen vroomheid meer was onder de Christenen, dat de vrouwen

zich poederden, en dat men Jezus Christus' lichaam prostitueerde aan

de Heidenen. Ten opzichte van de sexueele zeden was het Christendom

weinig meer dan een herrijzenis van het antieke Heidendom--de eeuwige

eerediensten van Venus, Bacchus en Priapus bleven onder andere vormen

ook in het Christendom voortleven.

De zinnelijkheid in den mensch laat zich niet dooden. Waar zulks

beproefd wordt barst zij te eeniger tijd los met vulcanisch geweld. De

zinnelijkheid is alleen te veredelen en te verfijnen en dat alleen

door de liefde.

Sexueele Zeden in Woord en Beeld: Liefde en Zinnelijkheid · 第 15 / 15 段