Geschiedkundige bijzonderheden.
Veel vroeger dan de overige oorspronkelijke bewoners der nieuwe
wereld, en lang voor de aankomst der Europeanen in Amerika, waren de
oude inboorlingen van Mexiko [1], de Tolteken en na hen de Azteken,
tot eene vrij hooge mate van beschaving opgeklommen. Niet alleen
weefden zij reeds zeer vroegtijdig tapijten en andere wollen stoffen
en smeedden zij wapens en goud- en zilverwerk, maar zij waren ook
bedreven in bouw-, beeldhouw-, schilder- en toonkunst, en beoefenden
reeds lang vóór de ontdekking van Amerika door Columbus, met vrucht
wetenschappen en letteren. Over de hoogte waarop zij in dit laatste
opzicht stonden, zouden wij ongetwijfeld een veel grondiger oordeel
kunnen vellen, wanneer niet, door den te ver gedreven geloofsijver
der spaansche veroveraars, de gansche schat zoowel van handschriften
als van schilderijen, dien onder anderen het paleis der oude Caciken
of schatplichtige vorsten van Tezcuco bevatte, aan de vlammen was
prijs gegeven.
Vooral waren de oude Mexikanen zeer bedreven in de bouwkunst. Even als
bij de oude Egyptenaren, waren vele hunner bouwgewrochten pyramidaal-,
andere echter ook kubiekvormig. Tot de meest bekende monumenten der
oude mexikaansche architectuur behooren de pyramiden van Papantla,
Teotizuacan en Cholula. Ofschoon de overoude "drijvende tuinen"
der mexikaansche meren, en inzonderheid die van het niet ver van
de hoofdstad gelegene Chalco-meer, beroemd zijn, stond echter,
naar 't schijnt, de landbouw bij de Azteken op geen zeer hoogen
trap van ontwikkeling. Deze weelderige vrucht- en bloemwaranden,
chinambas geheeten, die werkelijk voor een gedeelte "drijven",
en uit reusachtige, door riet, wortels en boomtakken saamverbonden
aardschollen of zoden bestaan, hadden vermoedelijk hare wording te
danken aan de behoefte, om de hoofdstad en andere groote steden van
groenten te voorzien.
In weerwil van hunne vordering in beschaving, kenmerkte de heidensche
eeredienst der Azteken zich door eene verregaande barbaarschheid: de
menschenoffers, ter eere van den god Huitzilopochtli, werden misschien
nergens elders op zoo groote schaal gebracht. Het christendom, door
Cortez en zijne opvolgers in het land ingevoerd, maakte hieraan een
einde; ofschoon men daarbij, zoowel als bij de verovering des lands,
op eene wijze te werk ging, die weinig tot eer van de belijders der
nieuwe eeredienst strekte. Alle pogingen van Karel V en van andere
goedgezinden om verdraagzaamheid te kweeken en het lot der nieuwe
onderdanen van het spaansche rijk te verzachten, leden schipbreuk
eensdeels op de geestdrijverij der veroveraars, anderdeels op het
ruwe egoïsme van het heir van gelukzoekers, dat de nieuwe wereld
weldra overstroomde. De onderkoningen die over Mexiko regeerden en in
den regel slechts voor vijf jaren benoemd werden, waren insgelijks
meestal enkel op het bijeenschrapen van rijkdommen en op de strenge
handhaving van hun gezag bedacht; zoodat de afstammelingen van de
oorspronkelijke bewoners des lands dikwijls maar al te veel reden
hadden om aan hunne vaderen de vrijheid en welvaart te benijden,
door dezen onder Montezuma en diens voorgangers genoten.
Slecht bestuurd, aan de belangen van het moederland opgeofferd, door
eene bekrompene handelsstaatkunde in zijne ontwikkeling belemmerd,
was het geen wonder dat Mexiko zich in 1810 de omstandigheden waarin
Spanje verkeerde ten nutte maakte om, even als de overige spaansche
koloniën in Amerika, het juk af te werpen, waaronder het drie eeuwen
gezucht had. Dat die omwenteling in het mexikaansche rijk op eene
meer geweldige wijze dan ergens elders in spaansch Amerika plaats
had, was zeker voor een goed deel hieraan te wijten, dat in Mexiko
een groot gedeelte der bevolking uit geboren Spanjaarden bestond.
Nadat Ferdinand VII op den troon hersteld was, deed hij wel herhaalde
pogingen om zijne verloren bezittingen in Amerika te heroveren,
maar dit plan moest hij ten laatste opgeven; en in 1821 werd het
gemeenebest Mexiko door het voormalige moederland voor onafhankelijk
verklaard. Men besloot daarop, den republikeinschen tegen den
monarchalen regeeringsvorm te verwisselen; en daar Spanje weigerde de
kroon voor een zijner Infanten aan te nemen, werd in Februari 1822 de
overste Iturbide, onder den naam van Augustinus I, te Mexiko tot Keizer
uitgeroepen: eene waardigheid, waarvan hij echter na verloop van een
jaar reeds weder afstand moest doen, daar de republikeinsche partij
hem te sterk werd. Het keizerrijk werd nu in een bondgenootschappelijk
gemeenebest hervormd, samengesteld uit één bondgenootschappelijk
district, een zeker aantal staten en "territoriën."
In de veertig jaren die sedert verliepen, werd Mexiko door niet
minder dan tweehonderdzestig opstanden geschokt, bij welke nu eens de
"republikeinen", ook liberalen of federalisten genoemd, dan weder de
conservatieven, anders voorstanders van een gecentraliseerd gezag of
clericalen geheeten, de bovenhand behielden. Het behoeft nauwelijks
opmerking, dat die onophoudelijke opstanden en omwentelingen de reeds
zoozeer verzwakte krachten en verwaarloosde hulpbronnen des lands met
volslagen ondergang bedreigden. Wat de gevolgen van dezen toestand
waren, en hoezeer de innerlijke ontwikkeling des lands daaronder
leed, blijkt genoegzaam uit het feit, dat een land zoo vruchtbaar
en rijk als Mexiko, 't welk bovendien aan twee wereldzeeën gelegen
is, eene oppervlakte van meer dan 40,000 vierk. mijlen en nagenoeg
8,300,000 inwoners heeft, van 1856--1860 gemiddeld voor niet meer
dan 18 millioen guld. 's jaars uitvoerde, tegen een invoer van ruim
31 millioen guld.; terwijl Peru, met eene oppervlakte van 24,000
vierk. mijlen en eene bevolking van 2,500,000 zielen, in 1862 voor 83
mill. gld. uitvoerde en voor 68 mill. gld. invoerde; en het zooveel
minder belangrijke Venezuela, dat iets meer dan anderhalf millioen
inwoners telt, in hetzelfde jaar nog voor 40 mill. gld. in zijnen
handel omzette. De toestand waarin het mexikaansche rijk verkeerde,
deed dan ook duchten, dat het, wat vroeger of later, eene maar
al te gemakkelijke prooi der noord-amerikaansche Unie zou worden,
waarin reeds achtereenvolgens het goudrijke Opper-Californië, Texas
en Nieuw-Mexiko, vroeger deelen van het mexikaansche gebied, werden
ingelijfd. Een der gevolgen van deze gebeurtenis zou toen voorzeker
geweest zijn de wederinvoering in het veroverde rijk van de slavernij,
die er reeds vóór jaren werd afgeschaft.
Toen nu in 1857 alweder eene ernstige worsteling ontstond
tusschen de behoudende partij met den president Miramon, en de
republikeinsche met Benito-Juarez aan 't hoofd, besloten Frankrijk,
Spanje en Groot-Brittannië, op de dringende aanzoeken hunner in Mexiko
gevestigde onderdanen, tot het uitzenden eener vereenigde expeditie,
ten einde van de republiek waarborgen voor de veiligheid der zich
op haar gebied bevindende vreemdelingen en voldoening der aan dezen
verschuldigde gelden te eischen, welke een bedrag van nagenoeg 41
millioen piasters of ruim 102 millioen gulden beliepen.
De uitslag dier belangrijke expeditie is bekend. Aanvankelijk
vermoedde men dat Spanje de herovering zijner oude kolonie in het
schild voerde, en zich ter uitvoering van dit plan van de hulp
van Frankrijk en Engeland verzekerd had. Nauwelijks evenwel waren
de eskaders uitgezeild, of er verbreidde zich een geheel ander
gerucht, dat namelijk keizer Napoleon's geheime bedoeling met de
onderneming was, om aan den jammerlijken toestand van Mexiko,
des noods door omverwerping van den bestaanden regeeringsvorm,
een einde te maken. Nadat dit gerucht zich bevestigd had, trokken
de beide bondgenooten des keizers zich terug; en nu legde hij zijn
wel van vele zijden aangevallen en wat den vorm betreft geenszins
onberispelijk, maar metterdaad praktisch en menschlievend plan geheel
alleen ten uitvoer.
Eene maand nadat de Franschen, na Juarez wel niet geheel ten onder
gebracht, maar toch onschadelijk gemaakt te hebben, de hoofdstad
binnenrukten, werd door eene vergadering van mexikaansche notabelen,
met 231 tegen 19 stemmen, tot de invoering eener "erfelijke getemperde
monarchie", met een katholiek souverein, den titel van keizer voerende,
besloten, en te gelijker tijd bepaald, dat de keizerlijke kroon in de
eerste plaats aan den aartshertog Ferdinand Maximiliaan van Oostenrijk,
oudsten broeder van keizer Frans Joseph, zou worden aangeboden. De
aartshertog--een man, gunstig bekend om zijne schranderheid, humaniteit
en andere eigenschappen, geschikt om de liefde van een volk te
winnen--aarzelde niet deze gewichtige roeping te aanvaarden; en het
is voorzeker de wensch van alle weldenkenden in de beide halfronden,
dat de offers door Frankrijk gebracht, en de ijver waarmede de nieuwe
monarch bezield is, heilrijke vruchten zullen dragen, en het dezen
laatste vooral spoedig gelukken moge de noodlottige partijschap die
de Mexikanen verdeelt, uit te roeien. [2]
Wij willen in de eerste plaats de hoofdstad van het oude rijk van
Montezuma en haren naasten omtrek bezoeken, om vervolgens nog een
paar andere punten van het mexikaansche gebied aan te doen.