Reeds als wij hier in een onzer vaderlandsche bosschen eenzaam
ronddwalen, bekruipt ons een eigenaardig gevoel; doch hoeveel meer
gevoelt hij zich door bewondering en ontzag overweldigd, wiens voet
voor de eerste maal in gindsche majestueuze wildernissen zoekt door
te dringen, die, b.v. in Zuid-Amerika, zoo groot in omvang als
bijna ons geheele Nederland den bodem bedekken! In dezen wilden
natuurstaat ontwikkelt het rijk der planten een' rijkdom en eene
verscheidenheid, waarbij al, wat de menschelijke hand vermag tot stand
te brengen, als in het niet wegzinkt. Gelijk in het algemeen in wouden
bevruchtende wateren ontstaan, zoo is inzonderheid in het binnenste
dier ongerepte bosschen een verbazende rijkdom van bronnen aanwezig,
en de vochtigheid van den bodem, verbonden met de warmte der lucht,
geeft in deze streken aan de plantenwereld eene weligheid en kracht,
als geen andere bodem in staat is voort te brengen. Jaar uit jaar
in blijft er de plantengroei in voortdurende werkzaamheid en alleen
de schakeeringen in het groen der bladeren laten er een verschil van
jaargetijden ontwaren. Een nieuwe dos vult al spoedig weer de plaats
aan, waar het verdorde loof is afgevallen. De met gewassen overladen
bodem heeft nauwelijks ruimte, om de krachtig opschietende planten alle
te dragen. Ze vinden geene plaats om zich te ontwikkelen, en dringen
zich op en over elkander en groeien de eene op de andere. 't Is bijna
onmogelijk, in dit dichte plantengedrang een' voet voorwaarts te
zetten, zonder zich met de bijl een' weg te hebben gebaand. Slechts
met moeite kan men zich een pad breken door het welig opgeschoten
kreupelhout, door 't warnet van kruipende gewassen, door het dichte
riet en de slinger- en leschplanten, die overal de ruimten tusschen
het hoog geboomte aanvullen. Onder het groene kleed verborgen, liggen
tallooze omgevallen en vermolmde boomen; als zuilen en pijlers steken
de reusachtige stompen uit den grond op. Niet zelden wordt men dan
ook door diepe kloven en afgronden gestuit, waarover men eerst met
dunne stammen en daarop gelegde takken eene waggelende brug moet slaan.
De boomen bereiken hier eene verbazende hoogte en zwaarte. Hunne
dichte kronen doen in de diepte van het woud een flauw schemerdonker
heerschen en het groene loover is een ondoordringbaar schutdak
tegen de stralen der zon en tegen den zwaarsten regen. Tegen deze
eeuwenoude reuzenstammen klimmen allerlei slingerplanten op, waarvan
onze klimop en kamperfoelie slechts eene flauwe voorstelling kunnen
geven. Zij omgorden de stammen, winden zich om de takken, kruipen
tusschen de bladeren door en weven een dicht netwerk in de hoogste
kronen. Te vergeefs zoekt men daar in de toppen echter de uiteinden
dezer vreemde gewassen. Van hier gaan zij op andere boomen over of
keeren, geen steunpunt vindende, de los neerhangende festoenen naar
den grond terug, om zich met behulp hunner luchtwortels opnieuw
bij een anderen boom op naar boven te werken. Zelfs de geoefende
plantenkenner is nauwelijks in staat, om in zulk een dichten warklomp
van door elkander gevlochten twijgen, bladeren, bloemen en vruchten
de verschillende soorten der gewassen nog te onderscheiden.
Inhoud.
1. De Kazanskerk te Petersburg bl. 3
2. De overstroomingen van de Weichsel » 5
3. Klein-Rusland en West-Rusland » 6
4. De Russische boeren » 9
5. De steurvisscherij in de Oeral » 12
6. De natuur in Siberië » 14
7. De Thibetanen en hunne hoofdstad » 17
8. De kameel bij de Mongolen » 19
9. De Chineezen » 22
10. China en zijne nijverheid » 25
11. De witte olifanten in Siam » 27
12. De Himalaja » 29
13. Batavia » 31
14. Om en in eene Javaansche woning » 37
15. De k'ratons der Indische vorsten » 44
16. De menschenroof in de Zuidzee » 47
17. De kokospalm » 49
18. Het brood der Zuidzee-eilanders » 52
19. Een heete wind in Australië » 54
20. De Kaaba te Mekka » 55
21. De Fellahs in Egypte » 58
22. Eene Moorsche stad » 61
23. Natuur en volken van West-Midden-Afrika » 63
24. Aan het Njassa-meer » 67
25. Droogte en mieren » 68
26. Zuid-Afrika's planten- en dierenwereld » 70
27. Kaapstad » 72
28. New-York » 75
29. De Niagaravallen » 76
30. De dierenwereld op de Noord-Amerikaansche prairiën » 79
31. De mais » 82
32. De roodhuid op het krijgspad » 84
33. In de hoofdstad van «onze West» » 86
34. De Zuid-Amerikaansche wouden » 94