34. De Zuid-Amerikaansche wouden.

Reeds als wij hier in een onzer vaderlandsche bosschen eenzaam

ronddwalen, bekruipt ons een eigenaardig gevoel; doch hoeveel meer

gevoelt hij zich door bewondering en ontzag overweldigd, wiens voet

voor de eerste maal in gindsche majestueuze wildernissen zoekt door

te dringen, die, b.v. in Zuid-Amerika, zoo groot in omvang als

bijna ons geheele Nederland den bodem bedekken! In dezen wilden

natuurstaat ontwikkelt het rijk der planten een' rijkdom en eene

verscheidenheid, waarbij al, wat de menschelijke hand vermag tot stand

te brengen, als in het niet wegzinkt. Gelijk in het algemeen in wouden

bevruchtende wateren ontstaan, zoo is inzonderheid in het binnenste

dier ongerepte bosschen een verbazende rijkdom van bronnen aanwezig,

en de vochtigheid van den bodem, verbonden met de warmte der lucht,

geeft in deze streken aan de plantenwereld eene weligheid en kracht,

als geen andere bodem in staat is voort te brengen. Jaar uit jaar

in blijft er de plantengroei in voortdurende werkzaamheid en alleen

de schakeeringen in het groen der bladeren laten er een verschil van

jaargetijden ontwaren. Een nieuwe dos vult al spoedig weer de plaats

aan, waar het verdorde loof is afgevallen. De met gewassen overladen

bodem heeft nauwelijks ruimte, om de krachtig opschietende planten alle

te dragen. Ze vinden geene plaats om zich te ontwikkelen, en dringen

zich op en over elkander en groeien de eene op de andere. 't Is bijna

onmogelijk, in dit dichte plantengedrang een' voet voorwaarts te

zetten, zonder zich met de bijl een' weg te hebben gebaand. Slechts

met moeite kan men zich een pad breken door het welig opgeschoten

kreupelhout, door 't warnet van kruipende gewassen, door het dichte

riet en de slinger- en leschplanten, die overal de ruimten tusschen

het hoog geboomte aanvullen. Onder het groene kleed verborgen, liggen

tallooze omgevallen en vermolmde boomen; als zuilen en pijlers steken

de reusachtige stompen uit den grond op. Niet zelden wordt men dan

ook door diepe kloven en afgronden gestuit, waarover men eerst met

dunne stammen en daarop gelegde takken eene waggelende brug moet slaan.

De boomen bereiken hier eene verbazende hoogte en zwaarte. Hunne

dichte kronen doen in de diepte van het woud een flauw schemerdonker

heerschen en het groene loover is een ondoordringbaar schutdak

tegen de stralen der zon en tegen den zwaarsten regen. Tegen deze

eeuwenoude reuzenstammen klimmen allerlei slingerplanten op, waarvan

onze klimop en kamperfoelie slechts eene flauwe voorstelling kunnen

geven. Zij omgorden de stammen, winden zich om de takken, kruipen

tusschen de bladeren door en weven een dicht netwerk in de hoogste

kronen. Te vergeefs zoekt men daar in de toppen echter de uiteinden

dezer vreemde gewassen. Van hier gaan zij op andere boomen over of

keeren, geen steunpunt vindende, de los neerhangende festoenen naar

den grond terug, om zich met behulp hunner luchtwortels opnieuw

bij een anderen boom op naar boven te werken. Zelfs de geoefende

plantenkenner is nauwelijks in staat, om in zulk een dichten warklomp

van door elkander gevlochten twijgen, bladeren, bloemen en vruchten

de verschillende soorten der gewassen nog te onderscheiden.

Inhoud.

1. De Kazanskerk te Petersburg bl. 3

2. De overstroomingen van de Weichsel » 5

3. Klein-Rusland en West-Rusland » 6

4. De Russische boeren » 9

5. De steurvisscherij in de Oeral » 12

6. De natuur in Siberië » 14

7. De Thibetanen en hunne hoofdstad » 17

8. De kameel bij de Mongolen » 19

9. De Chineezen » 22

10. China en zijne nijverheid » 25

11. De witte olifanten in Siam » 27

12. De Himalaja » 29

13. Batavia » 31

14. Om en in eene Javaansche woning » 37

15. De k'ratons der Indische vorsten » 44

16. De menschenroof in de Zuidzee » 47

17. De kokospalm » 49

18. Het brood der Zuidzee-eilanders » 52

19. Een heete wind in Australië » 54

20. De Kaaba te Mekka » 55

21. De Fellahs in Egypte » 58

22. Eene Moorsche stad » 61

23. Natuur en volken van West-Midden-Afrika » 63

24. Aan het Njassa-meer » 67

25. Droogte en mieren » 68

26. Zuid-Afrika's planten- en dierenwereld » 70

27. Kaapstad » 72

28. New-York » 75

29. De Niagaravallen » 76

30. De dierenwereld op de Noord-Amerikaansche prairiën » 79

31. De mais » 82

32. De roodhuid op het krijgspad » 84

33. In de hoofdstad van «onze West» » 86

34. De Zuid-Amerikaansche wouden » 94

De heele wereld rond Een leesboek ter bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis, ten dienste der volksschool · 第 36 / 38 题