Mijn eerste bezoek gold de kerk der Moeder Gods van Kazan, die als
de kathedraalkerk van het geheele rijk in de oogen van elken Rus
eene bijzondere heiligheid bezit. De Moeder Gods is een beeld der
Heilige Maagd, dat in het midden van de kerk hangt en met paarlen en
edelgesteenten bezaaid is. Oorspronkelijk bevond het zich in eene
kerk te Kazan; doch om zijne bijzondere heiligheid werd het eerst
naar Moskou verplaatst, van waar Peter de Groote het naar zijne
nieuwe residentie aan de oevers der Newa medenam. De kerk ligt in
de Nevski-prospect en is niet in den Russischen stijl, maar naar het
model der Pieterskerk te Rome gebouwd. Een halfrond van kolommen leidt
naar de beide hoofdingangen met bronzen deuren, en inwendig wordt het
dak door zevenenvijftig stoute pilaren gedragen. De ikonostas [1] in
deze kerk is waarschijnlijk de rijkste in geheel Rusland; want alles
is van massief zilver, zelfs de lijsten der schilderijen, en blinkt
als een spiegel. Er moeten vele centenaars van dat edel metaal aan
verbruikt zijn. Een groot gedeelte van die schatten is uit westelijk
Europa herkomstig, daar de in 1813 en 1814 huiswaarts keerende Kozakken
een gedeelte van hun' buit aan 't vereerde heiligenbeeld ten geschenke
aanboden. Daar de kerk in Rusland nog eene groote rol in het staats-
en volksleven speelt, worden de in den oorlog behaalde tropheeën
niet slechts in de arsenalen en paleizen, maar ook in de kerken
opgehangen, en die der Moeder Gods van Kazan is daar natuurlijk het
rijkst mede bedacht. De vermelde zeven-en-vijftig pilaren zijn met
veroverde vaandels, sleutels van ingenomen vestingen en allerlei
zegeteekens behangen. Hoeveel veldslagen de Moskovieten geleverd,
hoeveel gewesten zij bij hun onmetelijk rijk ingelijfd hebben, wordt
door deze tropheeën verkondigd. Adrianopel, Leipzig en Parijs liggen
ver genoeg van elkander; doch hier in de kathedraal hangen de sleutels
dier drie steden vreedzaam aan dezelfde kolom. Perzische, Turksche,
Fransche en Duitsche vaandels, maarschalksstaven, door Napoleon I aan
zijne uitverkorenen verleend, driedubbele paardestaarten op Turksche
pacha's veroverd, ziet men in bonte mengeling bijeen.
Bij de godsdienstoefening, welke ik in deze kerk bijwoonde,
vernam ik voor 't eerst, dat de liturgie der Russische kerk in
't oud-Slavonisch was, eene taal, voor het tegenwoordig levend volk
geheel onverstaanbaar. Maar hoe minder de geest der geloovigen zich
behoeft in te spannen, des te meer wordt er van hun lichaam gevergd:
hun onophoudelijk kruisen, buigen en knielen zou ieder ander buiten
adem brengen. De Rus bepaalt zijn godsdienstig vertoon niet tot
de kerk, maar strekt dat ook daar buiten uit. Voor elke kerk, die
hij maar van verre in het oog krijgt, al is 't eene Catholieke of
Protestantsche, buigt en kruist hij zich; aan elk heiligenbeeld,
die in de huizen bij dozijnen voorhanden zijn en zelfs in de armste
hut niet ontbreken, bewijst hij op gelijksoortige wijze eer.