ZEVEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

Waarin aangetoond wordt dat Phileas Fogg niets gewonnen heeft door

zijne reis om de wereld, behalve zijn geluk.

Ja, Phileas Fogg was er in eigen persoon.

Men herinnert zich dat ’s avonds vijf minuten over achten—omstreeks

vier en twintig uur na zijn aankomst te Londen—Passepartout door zijn

meester belast was om den eerwaarden Samuel Wilson te waarschuwen, ten

einde een zeker huwelijk, dat den anderen morgen zou plaats hebben, te

sluiten.

Passepartout was opgewonden van blijdschap vertrokken en was naar het

huis van den eerwaarden Samuel Wilson gesneld, die nog niet te huis

was. Passepartout wachtte natuurlijk, maar hij wachtte ten minste

twintig lange minuten. Het was vijf minuten voor half negen toen hij

uit het huis van den eerwaarde ijlde. Maar in welk een toestand! De

haren verward, zonder hoed, loopende, loopende zóo hard als men nog

nooit iemand had zien loopen; hij wierp de voorbijgangers omver en

vloog als een haas over de steenen.

Binnen drie minuten was hij weer in Saville-Row teruggekeerd, en viel

buiten adem in de kamer van Fogg. Hij kon niet spreken.

„Wat is er?” vroeg Fogg.

„Mijn meester,” stamelde Passepartout, „huwelijk ... onmogelijk”

„Onmogelijk?”

„Onmogelijk, voor morgen.”

„Waarom?”

„Want morgen ... zondag!”

„Maandag,” antwoordde Fogg.

„Neen ... vandaag zaterdag.”

„Zaterdag? Onmogelijk!”

„Ja, ja, ja!” riep Passepartout. „Gij hebt u een dag vergist. Wij zijn

vier en twintig uren te vroeg aangekomen, maar gij hebt nog maar tien

minuten tijd.”

Passepartout had zijn meester ondertusschen bij zijn kraag gegrepen en

trok hem met onwederstaanbare kracht voort.

Fogg, zóo voortgesleept, zonder den tijd te hebben een oogenblik na te

denken, verliet zijn kamer en zijn huis en sprong in een rijtuig met

Passepartout, beloofde honderd pond aan den koetsier en na twee honden

overreden en twee rijtuigen omvergeworpen te hebben, kwamen zij aan de

Reform-club.

De klok wees kwart voor negenen, toen hij in de zaal trad.

Phileas Fogg had zijn reis om de wereld in tachtig dagen volbracht.

Phileas Fogg had zijne weddenschap van twintig duizend pond gewonnen.

Maar hoe had een man, die zoo stipt en nauwkeurig was, zich een dag

kunnen vergissen? Hoe had hij kunnen gelooven dat het zaterdagavond den

21sten December was, toen hij te Londen kwam, terwijl het pas vrijdag

20 December was—alzoo eerst negen en zeventig dagen na zijn vertrek uit

Londen.

De reden van deze dwaling is zeer eenvoudig.

Phileas Fogg had, zonder het te weten, een dag op zijne reis gewonnen

door dat hij van het westen naar het oosten ging. Hij zou dien dag

integendeel verloren hebben zoo hij van het oosten naar het westen ware

gegaan.

Daar Fogg zijn weg in een oostelijke richting volgde, trok hij de zon

tegemoet en dientengevolge werden de dagen voor hem zooveel maal vier

minuten korter, als hij graden in deze richting aflegde. Er zijn drie

honderd zestig graden op den omtrek der aarde, die drie honderd zestig

graden vermenigvuldigd met vier minuten, geven juist vier en twintig

uren—dat is te zeggen één dag, dien men alzoo zonder het weten wint.

Met andere woorden, nu Phileas Fogg oostwaarts trok, zag hij de zon

tachtig maal den meridiaan passeeren, terwijl zijne collega’s, die te

Londen bleven, dit slechts negen en zeventig maal zagen. Van daar dat

het op zaterdag en niet op zondag was, zooals Fogg meende, dat zij hem

in de zaal der Reform-club wachtten.

Dit zou het groote horloge van Passepartout, dat altijd met de

Londensche klok gelijk ging, aangewezen hebben zoo het, ter zelfder

tijd dat het de minuten en de uren aanwees ook de dagen had aangewezen.

Phileas Fogg had dus de twintig duizend pond gewonnen. Maar daar hij op

weg ongeveer negentien duizend pond verteerd had, was het geldelijk

voordeel zeer weinig. Intusschen, zooals men weet, had deze zonderlinge

gentleman slechts gevaren en geen geld gezocht. Hij verdeelde zelfs die

duizend pond tusschen den eerlijken Passepartout en den ongelukkigen

Fix, wien het hem onmogelijk was een kwaad hart te blijven toedragen.

Dien avond vroeg Fogg, als altijd even kalm en even flegmatiek aan

Aouda:

„Wilt gij nog altijd met mij huwen, mevrouw?”

„Mijnheer Fogg,” antwoordde Aouda, „het is aan mij om u die vraag te

doen. Gij waart arm, nu zijt gij rijk....”

„Met uw verlof, mevrouw, dit fortuin behoort u. Zoo gij niet aan dit

huwelijk gedacht had, zou Passepartout niet naar den eerwaarden Samuel

Wilson gegaan zijn; en zou ik niet uit mijne dwaling zijn geholpen

en....”

„Dierbare mijnheer Fogg!...” zeide de jonge vrouw.

„Dierbare Aouda,” antwoordde Fogg.

Men begrijpt dat de verbinding acht en veertig uren later gesloten werd

en Passepartout, prachtig en schitterend aangekleed, was getuige bij

het huwelijk der jonge dame. Had hij haar niet gered, en kwam hem er

niet alle eer van toe?

Maar den anderen morgen bij het aanbreken van den dag, klopte

Passepartout met groot gedruisch aan de deur van zijns meesters kamer.

De deur ging open en Fogg verscheen.

„Wat is er, Passepartout?”

„Wat er is, mijnheer! Zoo even verneem ik....”

„Wat dan?”

„Dat wij de reis om de wereld in negen en zeventig dagen konden maken.”

„Ongetwijfeld,” antwoordde Fogg, „wanneer wij niet over Indië waren

gegaan. Maar zoo ik de reis niet over Indië had genomen, zou ik Aouda

niet hebben gered; zij zou mijne vrouw niet wezen, en....”

En de heer Fogg sloot bedaard zijn deur.

Phileas Fogg had dus zijne weddenschap gewonnen. Hij had zijne reis in

tachtig dagen volbracht. Hij had om dit te doen alle middelen van

vervoer gebruikt: mailbooten, spoorwegen, rijtuigen, jachten,

koopvaardijschepen, zeilsleden en olifanten.

De zonderlinge man had al zijn koelbloedigheid en stiptheid in deze

zaak getoond. Maar wat nu? Wat had hij er bij gewonnen? Wat had hij van

deze reis medegebracht?

Niets, zal men zeggen. Ja toch, eene schoone vrouw, die hem—hoe

onmogelijk dit ook moge schijnen—tot den gelukkigsten man op aarde

maakte.

De reis om de wereld in tachtig dagen · 第 38 / 39 题