VII.

October 1904.

Tegen dat dit schrijven gedrukt wordt, hebben de verkiezingen

plaats gehad voor president der Vereenigde Staten. Over deze groote

gebeurtenis, die thans alle Amerikanen, van het oosten tot het westen

en van het zuiden tot het noorden, bezig houdt, wil ik een enkel

woord zeggen. Misschien vind ik later wel eens aanleiding daarop

uitvoeriger terug te komen. Voorshands dus de verklaring dat de strijd

mij toeschijnt meer om personen dan om beginselen te worden gevoerd.

Het is toch merkwaardig hoe weinig verschil er tusschen de beide

groote politieke partijen: die der Democraten en die der Republikeinen

bestaat. Deze beide partijen zijn het namelijk, die elkander de

teugels van het bewind bestrijden. De Populisten, een partij, die

het oorspronkelijk (in 1892) voor agrarische belangen opnam en de

Monopolisten bestreed, predikte daarna het staatssocialisme. Zij

hebben naar het schijnt geen presentabelen candidaat voor president,

en laten dientengevolge weinig van zich hooren. Bij de vorige

verkiezingen, speciaal die van 1892 en van 1896, ontwikkelden

zij heel wat kracht. Ditmaal verspreidden zij zich over de drie

overige partijen. Want behalve de beide genoemde partijen, komt ook

de sociaal-democratische in 't vuur en deze werkt hier met den ijver

der jeugd, zoodat het aantal stemmen op haar candidaat uit te brengen

ongetwijfeld groot zal zijn. Evenwel gering, in verhouding tot het

aantal stemmen door de "bourgeois"-partijen uit te brengen.

Intusschen mag niet uit 't oog verloren worden, dat de omstandigheden

zeer ten gunste van de sociaal-democratische propaganda

medewerken. Eerstens de strikes in Colorado en in Chicago. Ik heb

over de eerste in een vorig artikel reeds gesproken. Er is daar door

de overheid zoo onhandig opgetreden, dat velen in dien Staat en in

naburige Staten bij de komende verkiezing zich zullen scharen bij

de zich noemende arbeiderspartij, om op die wijze aan hun ongenoegen

uiting te geven.

En een andere quaestie van groot belang, die de arbeidersbevolking,

vooral van de westersche Staten, bezighoudt, is die der Chineezen.

Het tractaat, tusschen China en de Vereenigde Staten gesloten,

waarbij de vestiging van Chineezen in die Staten wordt uitgesloten,

behalve als koopman, onderwijzer, leden der diplomatie, loopt dit

jaar ten einde. Dat tractaat is indertijd gesloten op aandrang van

het parlement, dat de Chineezen niet wilde toegelaten zien op grond

van de groote concurrentie, die zij den Amerikaanschen arbeiders in

eigen land aandeden. Zij leefden van heel weinig en werkten tegen lage

loonen. Die er waren, mochten blijven. Aan die uitsluiting is vrij

streng de hand gehouden. Een groot aantal dezer goedkoope arbeiders

kwam door sparen in beter doen en trok naar China terug of vestigde

zich hier als winkelier of handelaar. Met het gevolg dat het aanbod

verminderde en de loonen al heel spoedig stegen tot de hoogte der

loonen voor andere arbeiders.

Onderwijl zijn echter de landbouw en de vruchtenteelt in Californië,

waar de Chineezen hoofdzakelijk gevestigd waren, enorm toegenomen en

moet in den oogsttijd heel wat op het land blijven verrotten wegens

gebrek aan handen.

Tot dien arbeid behoort ook het schoonhouden der druivenvelden en

het plukken der druiven. Dat geschiedt in de maanden Augustus en

September, wanneer de zon op haar felst brandt. De Amerikaansche

arbeider is tegen dien afmattenden arbeid niet zoo goed bestand als

de Chinees en de Japanner.

Japanners nu komen er niet genoeg om aan de groote navraag voor dien

arbeid te voldoen. Ook is er in Amerika gebrek aan dienstboden en

heeft de Chinees, veelal in groote gezinnen, de plaats ingenomen van de

keukenmeid. Voor een goede keukenmeid worden hier loonen gegeven van

honderd gulden per maand, zoodat ook daarvan bij het in dienst nemen

van een Chinees bespaard kan worden. En vele huismoeders beweren,

dat Chineezen handelbaarder zijn dan vrouwelijke dienstboden.

Men beweert nu hier, dat de gezant van China te Washington met gunstig

gevolg is werkzaam geweest, om bij vernieuwing van het tractaat,

gunstiger bepalingen te bedingen voor de vestiging van zijn gestaarte

landgenooten hier te lande. Maar daarvan lekt natuurlijk niets uit en

degenen bij de groote partijen, die het zouden kunnen weten, zwijgen

daarover in het openbaar. De tuinders en landbouwers, benevens de

huisvrouwen, dringen aan op grooter invoer van Chineezen.

De sociaal-democraten maken van het stilzwijgen der leiders van

de groote partijen over deze quaestie gebruik, om den maatregel

van grooter invoer te bestrijden en aan te toonen, dat daardoor

opnieuw de loonen zouden dalen. Deze beide omstandigheden zullen den

sociaal-democratischen candidaat, Eugene V. Debs, heel wat stemmen

bezorgen, die anders op den republikeinschen of democratischen

candidaat zouden zijn uitgebracht.

Bovendien wordt in al de plaatsen, waar in den laatsten tijd een

strike heeft plaats gehad, een handig gebruik gemaakt van het feit,

dat de werkgevers de vakvereenigingen trachten te dooden. Werklieden,

die gunstig gestemd zijn voor het vakvereenigings-leven, worden nu

opgeroepen om te stemmen voor den candidaat der arbeiders, die de

organisatie van den arbeid in vakvereenigingen wil bevorderen, en

dat is natuurlijk de sociaal-democratische candidaat! De argumenten

snijden wel niet altijd hout, maar zij maken indruk en winnen kiezers.

Omtrent de beide andere candidaten, verklaarden mij Amerikanen, op

wier oordeel ik in deze gerust durf afgaan, dat het voor den gang van

zaken in Amerika tamelijk onverschillig was wie gekozen zou worden,

want dat beiden, Roosevelt en Parker, bekwame en eerbiedwaardige

figuren waren. Verschil in practische politiek bestaat nagenoeg

niet. Wel wordt beweerd, dat R. de uitwassen der trusts tekeer zal

gaan, maar niemand die een oogenblik gelooft aan het welslagen dezer

goede bedoeling. Het gaat hiermede als met belastingen: particulieren

zijn altijd nog iets slimmer dan de fiscus. Voorts wordt R. voorgesteld

als een vriend der kleurlingen; evenwel de andere partij speculeert

te zeer op een deel der stemmen in de zuidelijke Staten, dan dat

zij daartegenover een beperking der rechten en vrijheden van de

negers zou willen prediken. En het "Imperialisme", waarvan R. zoo

verdacht wordt, is zoo onschuldig, dat het zelfs de vraag zou zijn

of Parker niet minstens hetzelfde gedaan zou hebben, indien hij voor

het Philippijnen-vraagstuk gesteld was geworden.

Het munt-vraagstuk is voorloopig ook van de baan. Amerika heeft

onder den vorigen president, Mc. Kinley, den enkelen gouden standaard

onvoorwaardelijk aanvaard. In 1896 en 1900 werd Bryan hoofdzakelijk

door de Westersche Staten van Noord-Amerika voor het presidentschap

als candidaat der democratische partij gesteld, omdat hij voorstander

was van de vrije aanmunting van zilver. Gelukkig voor Amerika werd

het voor de proefnemingen van dezen zilvercandidaat bewaard.

Was hij geslaagd en had hij zijne theorie omtrent de geld-circulatie in

practijk gebracht, het zou het Amerikaansche volk nog grooter schatten

hebben gekost, dan de zilver-wetten van Bland en van Sherman. De

ervaring, thans omtrent goud als ruilmiddel opgedaan, wijst dit uit.

Blijft dus voor de komende verkiezing over: de tarief-quaestie,

waarbij het niet gaat om het beginsel van vrijhandel of bescherming,

maar eenvoudig om wat meer of minder protectie.

De Amerikaansche nijverheid, met haar ontzaglijke productie, heeft

voor vele artikelen de grens der navraag in eigen land reeds bereikt of

overschreden. Met het gevolg, dat buitenlandsche markten moeten worden

gezocht en men, om te kunnen concurreeren, dit door de Amerikaansche

verbruikers wil laten betalen. De fabrikanten zeggen namelijk dat

zij op de buitenlandsche markten niet kunnen concurreeren, omdat de

loonen overal elders, in Duitschland b.v., lager zijn dan in Amerika.

Vermindert men nu de invoerrechten, dan moeten de loonen

noodzakelijkerwijze dalen. Want de winst op het binnenlandsch verbruik

gemaakt, moet voor een deel de productie-kosten goedmaken van de

goederen, die worden uitgevoerd.

De arbeiders worden daarom in hun eigen belang geraden voor R.,

die geen verlaging van tarief voorstaat, te stemmen. De democraten

daarentegen willen verlaging van het tarief om niet langer den

buitenlandschen verbruiker te bevoordeelen ten koste van den

inlandsche.

Hoe het nu in dien strijd verder toegaat, zal ik maar onvermeld

laten. Heel verkwikkelijk is die literatuur niet.

Het tijdschrift de Cosmopolitan van Augustus zegt in een

leading-artikel o.a.:

"In de laatste twintig jaren is de corruptie bij de stemmingen

toegenomen in zulk een mate dat het verontrustend is voor hen, die de

geschiedenis der republieken van Rome en Griekenland kennen. Iets

zal moeten worden gedaan om vele burgers te genezen van hun

onverschilligheid en van hun onwetendheid omtrent de macht van het

stembiljet." Dan wordt aanbevolen om in lezingen de aandacht hierop

te vestigen en op de scholen het opkomend geslacht de noodzakelijkheid

om gebruik te maken van het stembiljet, op 't hart te drukken.

Voorts om streng op te treden tegenover alle overtredingen bij de

stembus en die zwaar te straffen.

Zooals men ziet, zijn de Amerikanen zelf niet blind voor de misbruiken

bij de verkiezingen; voor ons buitenlanders zal het 't verstandigst

zijn ons aan de Amerikanen te spiegelen en er voor te waken dat op

eigen bodem hun uitwassen der democratie geen wortel schieten.

Ik heb nog iets mede te deelen over den 4en September, den dag waarop

het feest der arbeiders in Amerika wordt gevierd. Dat feest door mij in

New-York gade geslagen, heeft diepen indruk op mij gemaakt en gaf mij

aanleiding omtrent de arbeidersbeweging in Amerika wat meer te weten te

komen. "Labor day" wordt door de Amerikaansche arbeiders gevierd op den

eersten Maandag in September. Dan is alles gesloten, nog meer zelfs dan

op Zondag. Het is een algemeen erkende vacantie-dag. Alleen de treinen

en trams loopen en sommige cafés en restaurants zijn geopend, benevens

enkele plaatsen van amusement. De georganiseerde werkers houden dan

een demonstratie. En welk eene! Nimmer zag ik een optocht die zoo

indrukwekkend was. Over de 40,000 leden van labor-unions trokken met

hunne banieren en muziek-korpsen door de voornaamste straat--de 5th

Avenue. Regelmatig en ordelijk ging alles in zijn werk. En een lust

was het om sommigen van die kranige kerels te zien marcheeren met

een wandelstok, waarop een klein Amerikaansch vlaggetje gestoken,

in de hand.

De muziek was van vele korpsen voortreffelijk. Toen de labor-union der

stoomketel-makers en later die van de electrische monteurs voorbijtrok,

werden de jonge knappe werklui uit verschillende ramen met zakdoeken

toegewuifd. Het was trouwens eene bekoring voor 't oog, dat energiek

in den pas marcheeren van deze goed geschoolde werkers.

Bijna drie uren duurde het voorbijtrekken van den stoet en met

blindheid zou men geslagen moeten zijn om niet in te zien, dat eene

buitengewone kracht van zulk eene organisatie, mits goed geleid, ten

bate der arbeiders moet uitgaan. En de arbeidersbeweging in Amerika

wordt goed geleid. Aan het hoofd der groote groepen staan talentvolle

leiders, die zich van de groote verantwoordelijkheid hunner taak

volkomen bewust zijn. De politiek wordt in de vakvereenigingen als

contrabande beschouwd en de leiders onthouden zich stipt van eenige

politieke bemoeiing.

Dit is niet naar den zin der sociaal-democratische partij alhier,

maar aangezien deze ver in de minderheid is, zal het alleszins

juiste beginsel om de politiek buiten de vakvereenigingen te houden,

voorshands wel gehandhaafd blijven. Men heeft er trouwens hier de goede

gevolgen van leeren kennen. De labor-unions zijn hier niet gesplitst

in politieke of godsdienstige fracties, met ieder van welke rekening

moet worden gehouden, wanneer een conflict tusschen kapitaal en arbeid

uitbreekt. Hier trekken allen één lijn. Wel bestaan er in sommige

labor-unions vereenigingen van "Scandinaviërs", van "Polen" of van

"Duitschers", maar dit geschiedt alleen, omdat men elkander als oude

landgenooten en met het oog op de taal beter verstaat. Bij conflicten

houden zij zich aan de voorschriften van het federatief bestuur.

De groote labor-unions, met over de twee millioen leden, hebben van

af 1881 dat federatief bestuur.

Aan het hoofd daarvan staat sedert 1882 de sigarenmaker Samuel Gompers,

een scherpzinig en welsprekend volksman. De organisatie is onder zijn

leiding tot zeer grooten bloei gekomen en heeft thans den invloed der

"knights of labor" geheel overvleugeld. Te Washington in de nabijheid

der regeering-bureaux gevestigd, wordt tusschen beider administraties

voortdurend een druk verkeer onderhouden.

Het zou de moeite loonen eens na te gaan wat al in de 20 jaren dat

Gompers aan het hoofd der federatie staat, in het belang der arbeiders

is tot stand gekomen. Dat is niet gering. Verhooging van loon en

verkorting van arbeidsduur in bijna alle aangesloten vakken en,

wat meer zegt, eene aaneensluiting der werkgevers in hetzelfde vak,

die met de federatie der werkers onderhandelt over de belangen van

den arbeid en van de arbeiders.

Indien de sociaal-democraten niet, door de politiek te brengen

in de vakvereenigingen, een belangrijk deel der arbeiders van de

algemeene federatie hadden vervreemd, ware voor Amerika spoedig het

tijdstip aangebroken geweest, dat de georganiseerde werkgevers hadden

gestaan tegenover de georganiseerde arbeiders, en dat voortaan door

overeenkomst met minnelijke schikking of arbitrage de geschillen

tusschen de beide partijen zouden worden beslecht. De verdeeldheid

die thans onder de arbeiders heerscht, houdt nu dit tijdstip te hunnen

nadeele op verren afstand.

Brieven uit en over Amerika · 第 17 / 32 题