De Interparlementaire Vredesconferentie is uiteengegaan met de beste
voornemens der leden om ieder in zijn kring te ijveren voor opheffing
van den oorlog, door invoering van arbitrage voor alle geschillen,
die zich tusschen de natiën zullen voordoen. Intusschen zal de
vredespalm opnieuw in dit land gezwaaid worden in de eerste week van
October. Dan zal namelijk te Boston de Internationale Vredesbond
zijn jaarlijksch congres houden. Reeds nu wordt dat congres in de
Amerikaansche couranten druk besproken. Daarbij ontbreekt het niet
aan aanhalingen uit Jean de Bloch's uitnemend werk: "De toekomst van
den oorlog in zijn technische, economische en politieke gevolgen". Het
werk is in vele talen verschenen, zoover ik mij herinneren kan, niet
in het Hollandsch. Dat is jammer, want het bevat beschouwingen die
ook voor ons land groote waarde hebben. Wanneer men b.v. leest dat
de oorlog niet alleen de meest onmenschelijke wijze is om geschillen
tusschen natiën tot een einde te brengen, maar ook de kostbaarste,
dan denken wij onwillekeurig aan onzen dertig-jarigen strijd met
Atjeh. Laat men de offers aan menschen en aan leed van nagelaten
familieleden buiten beschouwing, dan kan men toch zeker aannemen,
dat met het geld, voor dezen oorlog uitgegeven, heel wat meer te
bereiken was geweest langs vredelievenden weg, dan nu langs den weg
van dood en vernieling werd verkregen. De Bloch zegt, m.i. terecht,
dat heel wat minder oorlog zou worden gevoerd indien de natiën te
voren zich rekenschap gaven van de financieele gevolgen, die er aan
verbonden kunnen zijn. En ter illustratie noemt hij o.a. de kosten van
den burgeroorlog in Amerika (tot vrijmaking der slaven). Die hebben
5000 millioen dollar bedragen, terwijl alle slaven hadden kunnen
worden vrijgekocht voor 800 millioen dollar. In plaats van duizend
dollar per hoofd, heeft de vrijmaking door oorlog zes duizend dollar
per hoofd gekost. En zou Rusland den oorlog met Japan zijn begonnen,
indien het geweten had, welke kosten daaraan verbonden waren? Zou
Engeland zich niet eenige malen bedacht hebben met het uitlokken van
den oorlog in Zuid-Afrika, indien het geweten had welke ontzaglijke
sommen daarmede gemoeid zouden zijn? Maar genoeg. Het geweten der
natiën, dat in onzen tijd veel spoediger reageert op de geld-quaestie
dan op eenige andere quaestie, is wakker geschud en heel gemakkelijk
zal het den regeeringen niet vallen, het weder te doen indommelen.
Na volbrachten arbeid was de ontspanning, die voor de leden der
Interparlementaire Unie zou volgen, bijzonder welkom. Langs de
"Burlington"-lijn ging het gezelschap met dezelfde treinen als
die het brachten van St. Louis naar Kansas-City en van daar naar
Denver. Men kan zich bij ons te lande moeilijk eene voorstelling maken
van de lengte dezer spoorweglijn. De hoofdlijnen hebben namelijk een
lengte van ruim 14.000 kilometer en de bijlijnen van 4000 kilometer,
terwijl dagelijks daarop 950 treinen zich bewegen. Die lengte van
lijnen vertegenwoordigt een afstand van St. Louis over den Oceaan
naar Petersburg en terug.
Over de 40.000 personen zijn bij deze enkele spoorwegmaatschappij
werkzaam en 1300 locomotieven zijn in gebruik. Deze kolossale
ontwikkeling--40 jaar geleden was het nog maar een kleine lijn met 54
locomotieven--heeft het in de eerste plaats te danken aan de uitnemende
keuze die het deed, bij de uitbreiding van haar net. Want in Amerika
zijn het niet de keuter-boeren, die als pioniers der beschaving
optreden, maar de spoorwegmaatschappijen. Deze leggen haar lijn door
en naar gronden, waar nog niemand te voren een voet gezet heeft. Daarna
begint de reclame om nederzettingen te lokken. Gelukt dit en blijkt de
keuze der gronden een goede geweest te zijn, dan volgen spoedig andere
en grootere waagstukken van denzelfden aard. Zoo is het gegaan met de
"Burlington"-lijnen en met nagenoeg alle andere groote spoorweg-lijnen
in Amerika. De "Burlington" heeft bovendien het voordeel gehad van
eenige steden, aan haar lijn gelegen, tot groote ontwikkeling te zien
komen. Zoo o.a. St. Louis, waarvan in dezen tijd zooveel geschreven
is, in verband met de wereld-tentoonstelling. En zoo ook de stad,
waarheen het gezelschap zich het eerst begaf: Kansas-City, evenals
St.-Louis in den Staat Missouri gelegen. In 15 jaren is de bevolking
van Kansas-City verdubbeld; zij bedraagt nu 300.000. De stad is door de
groote slachterijen, die er in die jaren gekomen zijn, als slachtplaats
de tweede in rang van Amerika. Chicago staat nog altijd bovenaan.
De ingezetenen hadden door vrijwillige bijdragen het gemeentebestuur
in staat gesteld de vreemde gasten te ontvangen en dat geschiedde
op de onbekrompen wijze waarop die ontvangst overal elders plaats
had. O.a. werden wij op talrijke automobielen en four-in-hands door
en om de stad gereden en waren wij zoodoende in staat de groote
fabrieken en werkplaatsen, de mooie winkelstraten en de talrijke
villa's en het enorme verkeer in de straten in korten tijd waar te
nemen. De Staat Missouri, met ruim drie millioen inwoners, is in de
laatste jaren tot groote welvaart gekomen.
Vooral door zijn landbouw en veeteelt, maar het meest nog door zijn
toenemende industrie. Op 1 Januari van dit jaar waren ruim 250 millioen
dollar in industrieele ondernemingen belegd. Van dit alles heeft de
Burlington-spoorwegmaatschappij natuurlijk mede geprofiteerd en heeft
zij mede daaraan haar groote uitbreiding te danken.
Van Kansas-City ging het door den Staat Kansas naar Colorado's
hoofdstad: Denver.
Wij waren den Staat Missouri reeds uitgestoomd, toen wij bemerkten
nog altijd in Kansas-City te zijn.
De Missouri-rivier scheidt namelijk den Staat Missouri van den Staat
Kansas en nu heeft zich vlak tegenover Kansas-City van Missouri, aan
de overzijde der rivier, nog eens een Kansas-City ontwikkeld, in den
Staat Kansas gelegen. Deze helft is in handel en verkeer één met de
overzijde der rivier, maar heeft een ander administratief beheer en
staat onder een andere wetgeving.
Door den Staat Kansas, met z'n anderhalf millioen inwoners
en onafzienbare prairiën ging het naar het rijke en om zijn
heerlijk klimaat zoo gunstig bekende Colorado. Ongemerkt was de
overgang van den eenen Staat in den anderen. Want de uitgestrekte,
onontgonnen prairiën vindt men ook hier nog aan de oostelijke grens
van Colorado. Toch mochten wij hier reeds ontwaren hoe de natuur een
handje geholpen wordt ten einde deze gronden in vruchtbare weiden te
herscheppen. De Staat Colorado heeft namelijk sedert eenigen tijd
de irrigatie dier landen ter hand genomen en waar dit is geschied,
ziet men thans uitgebreide boerderijen met ontelbaar rundvee dat
daar in de nabijheid graast. Soms zagen wij in de verte de cow-boys
hollen op hun rappe paarden, om de horden koeien te verzamelen
en in een bepaalde richting te drijven. Na 24 uur sporens waren
wij in Colorado-Springs, van waar een uitstapje gemaakt werd naar
Cripple Creek, het centrum der mijnwerkers. Hier, ongeveer 3300 meter
boven de zee bevindt zich een stad van 17.000 inwoners, allen bij de
goud-delving betrokken. Dertien jaar geleden stonden er slechts enkele
onbeduidende boerderijen. Sedert men goud ontdekte in de bergen neemt
de bevolking met den dag toe. Nog geen dertig jaren is het geleden,
dat Colorado in de Staten van Noord-Amerika werd opgenomen en nu,
na de ontdekking der talrijke goud- en zilver-mijnen, der lood- en
koper-mijnen in de Rocky Mountains, die den Staat van het Noorden
naar het Zuiden doorsnijden, wordt het gerekend tot de rijkste der
Staten van de Unie. En geen wonder! Er wordt jaarlijks voor 30 millioen
dollar aan goud en 12 tot 15 millioen dollar aan zilver gedolven. Voeg
daarbij 8 millioen dollar aan lood en de waarde van vijf millioen
ton steenkolen en men kan zich voorstellen welk een welvaart deze,
aan de aarde onttrokken rijkdom, in dit land moet verspreiden. Daar
komt nog bij dat de valleien gebleken zijn uitnemend geschikt te
wezen voor ooftteelt, en deze op groote schaal met gunstigen uitslag
wordt beoefend. Thans wedijvert Colorado met alle andere Staten in
fijne vruchten en wordt er jaarlijks voor millioenen aan waarde naar
elders uitgevoerd.
Het behoeft nauwlijks gezegd dat de arbeidsloonen hier het hoogst
zijn van geheel Amerika. Loonen van 5 tot 10 dollar per dag voor
geoefende mijnwerkers, zijn niet zeldzaam. Het leven is hier echter ook
duur. Verbaasd staat men over de gemakkelijke wijze waarop werklieden
hier geld uitgeven. Na 4 of 5 dagen achtereen gewerkt te hebben
wordt voor de rest van de week een uitstapje per spoor met vrouw
en kinderen ondernomen. Men denke niet dat het daarbij dan zuinig
toegaat. Hier wordt inderdaad bewaarheid dat "gemakkelijk verdiend"
ook "gemakkelijk verteerd", met zich brengt.
Cripple Creek is heerlijk gelegen, maar de stad zelve draagt, met hare
primitief gebouwde houten woningen en onooglijke werkplaatsen rondom
tegen de bergen, het karakter van een opkomend mijnwerkersoord. In
de verte een prachtig gezicht op de reuzen der Rocky Mountains. De
Sierra Bianca o.a. is 14.500 voet hoog, slechts 1300 voet lager dan
de Mont Blanc.
Op de rondwandeling in Cripple Creek, werd ons eene brochure
uitgereikt, waarin, van een werkgeversstandpunt, de werkstaking van
het vorig jaar onder de mijnwerkers met de vele daaraan verbonden
gewelddadigheden, werd verklaard. Die werkstaking is geeindigd
met totale onderwerping der arbeiders en heeft dientengevolge
de arbeiders-beweging onder de mijnwerkers grootelijks achteruit
gezet. Hoe moeilijk het ook moge zijn voor een buiten-staander,
om, na uitvoerige voorlichting van beide zijden, een oordeel uit te
spreken, toch schijnt het mij toe vast te staan, dat de oorzaak van
de strike, die door de mijnwerkers werd aangevangen om de stakende
arbeiders van de smelterijen te steunen, aan bedenking onderhevig
is. Dit rechtvaardigt echter niet het met geweld optreden der overheid
om de werkgevers, die deze gelegenheid aangrepen om de labor-union
der mijnwerkers den kop in te drukken, te steunen. Mijnwerkers, die
weigerden op de aangeboden voorwaarden in dienst der werkgevers te
treden, werden gewoon-weg uit hun woning gehaald en per spoor over
de grens van Colorado gebracht in Kansas, vanwaar zij natuurlijk
dadelijk naar Colorado-Springs of Denver terug spoorden. In Cripple
Creek durfden zij echter niet terugkomen, omdat men dáár inmiddels
niet-aangesloten mijnwerkers had aangesteld en die zoodanig tegen
de aangeslotenen had opgezet, dat dezen hun leven niet zeker
waren geweest, indien zij waren teruggekeerd. Er zijn in die dagen
gruweldaden gepleegd, die de eene partij ten laste van de andere brengt
en waarvan het nu onmogelijk is na te sporen op wiens rekening zij
moeten gebracht worden. Maar één ding staat m.i. vast, dat namelijk
het hoofd van den Staat, de gouverneur, onbevoegd heeft ingegrepen,
door het geheele gebied der mijnwerkers tijdelijk onder militair
beheer te plaatsen en toen zonder vorm van proces de arbeiders,
die zich niet aan de voorwaarden der patroons wilden onderwerpen,
uit den Staat Colorado te laten verwijderen. In November a.s. treedt
deze "gouverneur" af en moet een nieuwe gekozen worden. De kans,
dat de tegenwoordige zal herkozen worden acht ik niet groot, na al
hetgeen ik daaromtrent in verkiezingsvergaderingen heb gehoord. Ook
de groote pers staat in deze aan de zijde der werklieden en doet mede
om zijn val voor te bereiden.
Er zijn uit dezen strijd wijze lessen te putten, ook voor het
vak-vereenigingsleven in ons land. Ik zal daarom in mijn volgend
schrijven nog even op het verloop der staking terugkomen.